Hier Brussel: de trukendoos van een toplobbyist

Vonk, het achtergrond- en opiniekatern van De Volkskrant, stuurt Jan Tromp (voormalig correspondent in New York en redacteur in Den Haag) voor een poos naar Brussel met eigenlijk maar één vraag: hoe ís het daar nou? Tromp sprak met Wytze Russchen over wat de lobbyist in Europa met één e-mailtje kan bereiken.

De Europese leiders poseren voor een familiefoto tijdens de Europese Top in 2013 in Brussel Beeld anp

Hij kent iedereen, velen kennen hem. Voor de buitenstaander is het lobbyen omgeven met een geur van bederf. Hij werkt voor bedrijven als KPN en organisaties als Businesseurope, dat 41 werkgeversorganisaties uit 35 landen verenigt. Voor hen is hij de schakel naar de ingewikkelde Europese bureaucratie en politiek. Wytze Russchen (43) is toplobbyist. 'In principe', zegt hij, 'is het een eerlijk spel.'

In principe?
'Je hebt hier Greenpeace en Amnesty en de milieubeweging, iedereen heeft de kans om zijn zegje te doen, de een heeft natuurlijk wat meer gewicht dan de ander, maar dat is aan de politicus om te bepalen.'

De een heeft vooral meer geld dan de ander.
'Waarom zou geld meer impact hebben?'

Omdat je met geld op zak nu eenmaal een breder offensief kan inzetten.
'Dat is het oude zeurverhaal, dat het grote bedrijfsleven hier de dienst uitmaakt. Omdat daar het grote geld zit. Maar aan de uitkomsten merk je het meestal niet. Dan zou er toch een Europees beleid uit moeten rollen dat bijna uitsluitend de verlangens van zeg maar het kapitaal belichaamt? Dat is verre van het geval.'

 
Dat is het oude zeurverhaal, dat het grote bedrijfsleven hier de dienst uitmaakt

Tabaksfabrikanten hebben bedragen in hun lobby gestopt waar 'je koud van wordt'. Die woorden zijn van u.
'Ik heb gezegd dat de tabaksindustrie enorme... Luister, mijn ervaring is dat een parlementariër in het algemeen niet graag zijn oor naar het bedrijfsleven laat hangen. Een parlementslid let op twee dingen: zijn herverkiezing en zijn imago in de pers. Sympathie, dat is wat telt voor een parlementariër.'

Waarom steken sigarettenfabrikanten ettelijke miljoenen in beïnvloeding als het toch niet helpt?
'Oké, de tabakslobby. Neem het verbieden van een mentholsigaret, een van de ideeën die leefden bij de Europese Commissie. Of het verbieden van een merknaam, ook zo'n gedachte; dat er dus zulke grote zwarte longen op een pakje staan dat je niet meer kunt zien of het Camel is of Marlboro. Dan krijg je een eenheidsworst, je kunt je als merk niet meer profileren. Ja, dan komen ze in het geweer, wat wil je?'

Waarom doen ze het als het weggegooid geld is?
'Omdat men denkt dat het helpt. Men wil het gevoel hebben dat men er alles aan heeft gedaan wat binnen de mogelijkheden ligt. Uiteindelijk beslissen toch de politici. Ik heb wel eens een training gegeven aan managers in Roemenië over hoe te lobbyen. Ik had het over grass roots en over creatie van draagvlak, ik vond het een mooi, verheven verhaal, al zeg ik het zelf. Zei iemand na afloop: hartelijk dank, het was interessant. Maar wij doen het anders, wij kopen hier ministers. Ik zei tegen die man: gefeliciteerd, maar in Brussel moet u dit afleren. In Brussel wordt niet omgekocht. Misschien twintig jaar geleden nog wel, nu kan dat niet meer. We hebben allemaal transparancy hoog in het vaandel staan.'

 
In Brussel wordt niet omgekocht. Misschien twintig jaar geleden nog wel, nu kan dat niet meer

Hoe gaat u om met klanten?
'Ik ken pr-mensen die hun baas van boven naar beneden likken. Daar hou ik niet van. Behagen behoort natuurlijk wel bij mijn vak. Als ik voor een klant heb geregeld dat hij op bezoek kan bij een club ambtenaren van de Europese Commissie en ik zeg na afloop: je voordracht was waardeloos, ja, dan kan ik inpakken natuurlijk. Maar ik kan wel zeggen, ik móet zeggen: het had beter gekund. Authenticiteit is een essentie. Authenticiteit wint altijd.'

Waarom wilde u geen lobbyist meer zijn voor de tabaksindustrie?
'Tabak is zo negatief. Je merkt dat deuren dichtgaan. Je kunt zeggen als advocaat van Dutroux: iedereen heeft recht op verdediging. Maar uiteindelijk zeggen de mensen: daar heb je de advocaat van Dutroux. Ik had beter op afstand kunnen blijven. Het was een fout van me.'

Toch nog even de vraag waarom bedrijven veel geld investeren in een lobby als ze toch niet hun zin kunnen krijgen.
'Tja, waarom worden mensen zoals ik ingeschakeld, waarom openen grote bedrijven hier in Brussel eigen kantoren? Omdat het bedrijfsleven begrijpt dat de hoofdsteden dependances zijn geworden van Brussel. Men wil invloed, begrijpelijk. Men heeft toch altijd het idee: we moeten er in elk geval dichtbij zitten en alles gedaan hebben. Men kan nerveus worden van op handen zijnde besluiten. Beter dan de Haagse politiek of het publiek begrijpt het bedrijfsleven dat het in Brussel gebeurt. Maar slim lobbyen is beter dan duur lobbyen.'

Een verplichte waarschuwingssticker op een pakje sigaretten Beeld anp

Wytze Russchen praat snel en vlak, met een ondertoon van ironie die het leven dragelijk moet houden. Hij behoort tot de voorhoede van een groot leger lobbyisten; de schatting is dat er 20 duizend zijn. Hij kwam meer dan twintig jaar geleden naar Brussel om een politieke carrière te maken. Die is in de knop gebroken. Hij bleef, omdat het internationale en betrekkelijk libertaire karakter van Brussel hem beviel.

We behandelen 'slim lobbyen' aan de hand van een illustratie: hoe hij Viviane Reding wist te strikken. Algemeen wordt zij in Brussel erkend als een sterke politicus in de Europese Commissie. Altijd een volle agenda, niet zo gemakkelijk te benaderen. Hij bereikte dat ze sprak op twee ontvangsten die hij organiseerde voor klanten. Zichtbaar trots: 'Het kostte één e-mail, nul euro.'

Hij kende haar niet, hij kende haar kabinet niet en dat is toch de afdeling waar je moet zijn om een deal te maken. Normaal gesproken was het een mission impossible. Russchen: 'Je kunt een briefje sturen, maar dat is zonde van de postzegel.' Haar kabinetschef, een jonge Duitser, kende hij dan niet persoonlijk, hij kende wel diens reputatie. Van hem wordt gezegd dat hij om vijf uur opstaat en om 11 uur 's avonds zijn kantoor verlaat. Hij wil dat zijn baas Viviane Reding de baas wordt van Europa zodat hij, Martin, de baas kan worden van de kabinetschefs van Europa.

Eurocommissaris Viviane Reding Beeld afp

Hij stuurde de kabinetschef een mailtje, 's ochtends om acht uur. 'Dear Martin, heb je lang niet gezien, hoop dat het goed met je gaat. Bel me, ik heb iets belangrijks voor je. Groet, Wytze.'

Martin belde binnen vijftien minuten. Russchen: 'Ik kon zien dat hij intussen op mijn LinkedIn had gezeten, de man moet gedacht hebben: wie is die lul.' Martin vroeg wie hij ook alweer was, Russchen zei iets als kom op, zeg, ik ben het, Wytze, weet je nog, die top laatst van Businesseurope, en Martin gaf zich gewonnen. Russchen: 'Ik zei dat ik een kans had voor Viviane, dus niet mevrouw de commissaris, maar gelijk de voornaam. De volgende dag was het geregeld.'

We bespreken de hardste lobby die hij ooit heeft meegemaakt. Het ging om het verzet tegen een internationaal verdrag dat moest worden goedgekeurd door het Europees Parlement. Hij was er beroepsmatig niet direct bij betrokken, maar hij kon de gang van zaken goed volgen.

'Ik heb nog nooit meegemaakt dat lobbyisten naar een schoolplein gingen om de kinderen van besluitvormers, hoge ambtenaren en parlementariërs, bang te maken: als je papa vervelend blijft doen, komen we bij jou terug.'

Beeld anp

Kom op, dat kan niet waar zijn.
'Toch is het waar. Ik heb het gehoord van mensen die ik hoog heb zitten en die ik volledig kan vertrouwen.'

De strijd ging over ACTA, een verdrag dat vooral was bedoeld om de rechten te beschermen van de film- en muziekindustrie op internet. Het moest mogelijk worden scherp op te treden tegen illegale aanbieders. Ofschoon het Europarlement in het voorjaar van 2010 had geklaagd over gebrek aan openheid en over een onevenredig harde aanpak van overtreders leek het onderwerp naar een einde te kabbelen, zoals vaak met technische onderwerpen. Totdat opeens de gemoederen hoog opzwiepten; er ontbrandde een felle en emotionele strijd over het voorstel van de Europese Commissie. In juli 2012 werd het massaal door het Europarlement verworpen.

Russchen: 'Het facebookende, twitterende, jeugdige internetvolk won. Alles gratis, alles vrij. Volgens het dictaat van D66: gij zult niet betalen voor wat u downloadt. Wat ik een afkeurenswaardige stelling vind, want een auteur zal toch op een of andere wijze moeten worden betaald.'

 
Het facebookende, twitterende, jeugdige internetvolk won. Alles gratis, alles vrij.

Het sentiment was: de internetbedrijven naaien ons in het pak. In een mum van tijd zijn toen een miljoen handtekeningen opgehaald door de tegenstanders. Is het verzet onderschat?
'Ik moet erkennen: het was wel een geweldige lobby, als je het puur beschouwt op esthetiek en uitvoering. Heel dicht bij de mensen, veel psychologie, goeie communicatie van onderop en dan ook nog het sausje er overheen van spontaniteit. Maar als je naar schoolpleinen gaat en je hebt een lijstje met namen van wie bestookt moeten worden, ja sorry, maar dan is de zaak tot in het extreme gepland. Eén miljoen handtekeningen krijg je niet ongeorganiseerd.'

Wat zit u dwars?
'Dat voortdurend wordt gedaan alsof aan het Schumanplein, waar grote bedrijven kantoor houden, de complotten worden gesmeed. Daar komen de miljoenen op tafel voor de handige campagnes. Het is het sprookje waarin mensen graag geloven. Ik kan verzekeren: zo gaat het niet.

'Dan komt daar nog eens het beeld bij dat aan de andere kant van het machtsspel vrije jongens het internet redden uit de klauwen van het grootkapitaal. Jongens die elkaar puur toevallig op het internet zijn tegengekomen en die online bedenken dat het wel aardig is een actie op te zetten. Geloof me, daar doen ze ook aan grass-rootmeetings, strategiemeetings en campagnemeetings met white board.'

Het had iets jongs.
'Ja, wij zijn de next generation, wij trekken op tegen het stinkende old boys network. Goed gedaan hoor. Maar volgens mij waren de echte katalysatoren achter die lobby niet de young boys. Snap je wat ik bedoel?'

Nee.
'Ook daar kunnen bedrijven achter zitten die belang hadden bij deze uitkomst.'

Welke bedrijven?
'Nou ja, daar wordt veel over gesproken. Er worden namen genoemd. Ik kan het niet hard maken, dus zeg ik het niet. Maar dit is wat je zag: er ontstond binnen korte tijd een ongelofelijk sterke dominobeweging. Het begon in Polen. In Polen? zal je zeggen. Ja, in Polen en in Bulgarije. Vreemd toch?

'De zaak was gelopen, het was een hamerstuk, het had ook een hamerstuk moeten zijn, want het was geen spannend verdrag met allerlei heimelijke implicaties. Ik wed dat als je nu aan tien europarlementariërs vraagt waarom ze tegen ACTA hebben gestemd dat ze het alle tien niet weten. Vraag het eens aan de liberale fractie, die vóór was en binnen een week tegen was, vraag eens of ze weten waarom.'

 
Ik moet erkennen: het was wel een geweldige lobby, als je het puur beschouwt op esthetiek en uitvoering. Heel dicht bij de mensen, veel psychologie, goeie communicatie van onderop en dan ook nog het sausje er overheen van spontaniteit.

Vanwege Marietje Schaake, dat is het antwoord. Ze is europarlementariër voor D66, organiseerde krachtig de tegenstemmen in het parlement. Goed gedaan toch?
'Heel goed gedaan. Ongelofelijk. In haar eentje heeft ze haar hele fractie omgepraat, 88 man. En de Duitse regering ging om, en zoals altijd volgde toen de Nederlandse regering en de Fransen gingen om. Er was opeens die hyperventilatie.'

Niemand wil in de impopulaire hoek terecht komen.
'Voilà, dat is mijn punt. Dure lobby's tellen niet. Wat telt voor een parlementariër is in de eerste plaats zijn herverkiezing. En zijn imago in de krant.'

Hij heeft zich verbonden aan Brussel. Voor zijn werk én zijn idealen. 'De laatste jaren moet ik me verdedigen. Dat had ik vroeger niet. Nu is het: ja, jij daar, je bent lobbyist en je werkt ook nog voor Europa. Twee keer fout. Ik ben Klaas Bruinsma in stereo. Ik ben een crimineel, omdat ik lobbyist ben en een smeerlap, omdat ik voor Europa ben.'

Hij wil naar buiten, hij wil roken.

Laten we nu eerst het vraaggesprek afmaken. Wat maakt dat u van Europa houdt?
'Idealisme. Het is het eerste woord dat in mij opkomt. Je mag het niet meer zeggen in Nederland.'

Waarom doet u zo defensief?
'Ik vind de haat die we nu zien tegen Europa, onder meer in Nederland, verschrikkelijk. En ik mis de emotie. Ik mis bij de mensen die aan het roer staan de emotie. Ze moeten opkomen voor hun zaak. Het gebrek aan leiderschap is stuitend. We worden niet meer meegenomen in een verhaal over Europa. Ik geloof dat het woord 'visie' in Nederland besmet is geraakt.

'Ik ben lid van de VVD, al 25 jaar. Ik stoor me aan het electoraal opportunisme. Wie koopt er iets voor een PVV light? Een liberale partij hoort internationalistisch te zijn. Van een PVV light wil ik niet lid zijn.'

Hij heeft een boek geschreven vol Brusselse belevenissen, Het Oliemannetje verschijnt binnenkort. De Belgische liberaal Willy De Clercq, voor wie hij heeft gewerkt, komt er prominent in voor. Russchen koesterde grote bewondering voor hem. Twintig jaar heeft De Clercq in de Europese politiek gezeten, met een geestkracht die, vindt hij, zeldzaam is geworden. Russchen: 'Willy zei altijd: Als je niet weet waar je straks wil uitkomen, weet je vandaag niet waar je bent. Als je alles op ad-hocbasis doet, als er geen enkele droom meer is, moet je niet staan te kijken dat mensen zich afwenden.'

Marietje Schaake Beeld anp

Denkt u wel eens: het Europese project is een verloren zaak?
'Ik zie, met alle respect, een miezerigheid die we vroeger niet hadden. Ik denk dat als er geen enkele wil is tot solidariteit, met Griekenland bijvoorbeeld, als het neo-egoïsme wint, ja, dan is het vroeg of laat afgelopen.'

Neo-egoïsme, anderen zullen zeggen: we verdedigen onze identiteit die verloren gaat in Europa.
'Je kunt niet vijftien jaar lang zeggen: we zijn Europees, maar eigenlijk weten we het nog niet. Je kunt niet als Mark Rutte zeggen: ik ben kritisch over Verhofstadt, over zijn federalisme, maar ik ga hem wel steunen. Je kunt niet vijftien jaar hyperventileren.

'Je kunt niet altijd maar twee verhalen blijven vertellen. Met een ernstig gezicht zeggen: Nederland houdt vast aan zijn soevereiniteit. Terwijl je weet dat we elke dag soevereiniteit afstaan aan Brussel en dat dit proces onomkeerbaar is geworden. Dat vind ik heel verdrietig.'

Zou het uit onmacht kunnen voortkomen? Uit het besef dat je eigenlijk niks meer te zeggen hebt over je toekomst, omdat je maar een van de 28 bent en tot de kleinere behoort?
'Dat snap ik, dat is de frustratie, denk ik. Maar dan is mijn vraag heel simpel: wat wilt u dan? Haal meer uit wat haalbaar is, met achterhoedegevechten verlies je altijd. Uit de EU? Dat gaat toch onder alle omstandigheden ernstig in tegen ons belang?'

Het is ons belang dat we ons vertrouwd en veilig voelen.
'Dan moeten we eruit. Doen zo, zou ik zeggen.'

Hij valt stil. Zegt dan: 'Mag ik nu mijn nicotine-moment genieten?' Hij haast zich naar buiten.


WYTZE RUSSCHEN: HET OLIEMANNETJE - TOPLOBBYIST IN EUROPA verschijnt 7 april bij bij Uitgeverij Conserve.

Zijn bedrijf, Russchen Consultants, werd onlangs overgenomen door het Nederlandse lobbybedrijf Dröge & van Drimmelen.

 
Je kunt niet vijftien jaar lang zeggen: we zijn Europees, maar eigenlijk weten we het nog niet. Je kunt niet als Mark Rutte zeggen: ik ben kritisch over Verhofstadt, over zijn federalisme, maar ik ga hem wel steunen. Je kunt niet vijftien jaar hyperventileren.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.