Hetze tegen nieuwe leren is onterecht

Over het nieuwe leren hebben velen hun, negatieve, oordeel al klaar. Maar over welk onderwijs precies de critici het hebben, blijft vaag, zegt Ingrid Verheggen, die een paar misverstanden de wereld uit wil helpen....

De hetze gaat maar door, tegen het nieuwe leren. En er gaat steeds eenschepje bovenop: op de venijnige toon, op de insinuaties, op devooroordelen en op de uit hun verband gerukte gegevens. Afgelopen maandagverdiende Arjen Rienks er weer een prominente plek mee op de Forumpagina.Bij hem is het nieuwe leren zelfs een 'radicale pedagogische stroming'geworden die het land grote schade gaat berokkenen. Menig betrokken ouderen docent wordt de stuipen op het lijf gejaagd en scholen waarmee hetAlgemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS) al jaren goed samenwerkt, krabbenzich achter de oren. Ik kan het betoogje van Rienks stap voor stap ontkrachten, maar als lezer vind ik die verdedigende stukjes nooit zointeressant.

Wat ik echt kwalijk vind, is dat de geïnteresseerde lezer niet ofnauwelijks de kans krijgt zich een mening te vormen. Dat hebben destukjesschrijvers allang voor hem gedaan. Ze nemen niet de moeite uit teleggen waarover het nu eigenlijk gaat en waarover iedereen zich zo drukmaakt. Een basale journalistieke wet: eerst informeren, dan duiden, wordtmet voeten getreden. Ik wil proberen dat verzuim goed te maken.

Het nieuwe leren is een paraplu-begrip. Alles wat scholen doen datafwijkt van de traditionele lessen, met de leraar voor de klas volgens eenrooster, valt er inmiddels onder. Het gaat dus over scholen die werken metproject- en themaweken tot en met scholen die alles overboord zetten enleerlingen zelf laten uitmaken wat ze willen leren. Een te uiteenlopendegroep om over een kam te scheren. Helaas gebeurt dat voortdurend.

Scholen zijn om verschillende redenen overgestapt op andere vormen vanonderwijzen en leren:

Om te beginnen leert een te grote groep leerlingen niet meer, of nietgenoeg, op de traditionele manier. Deze leerlingen zorgen voor veelordeproblemen en/of verlaten de school zonder diploma. Om die uitval terugte dringen, moet je dus op zoek naar manieren om ze wél te laten leren.Gymnasiumleerlingen veroorzaken geen ordeproblemen, maar klagen wel oversaaie lessen waarin iedere leerling in hetzelfde tempo moet leren: ook daarvalt dus leerwinst te behalen.

Daarbij vraagt de maatschappij van leerlingen dat zij later in staatzijn zelf keuzen te maken. Ze komen in de loop van hun leven bijverschillende werkgevers terecht en hebben zowel kennis, persoonlijkekwaliteiten als vaardigheden nodig. Die kennis moeten ze ook steeds op peilkunnen houden.

Ten slotte vraagt de maatschappij van scholen dat ze leerlingenopleiden tot burgers die de maatschappij van morgen vormgeven. De schoolkrijgt een steeds grotere taak bij het oplossen van maatschappelijkeproblemen. Dat heeft gevolgen voor de vorm van je onderwijs. Scholen makenbij het ontwerpen van andere vormen van onderwijs gebruik vanwetenschappelijke kennis, maar ook van ervaringen van anderen in binnen-enbuitenland.

Ze maken daarbij heel verschillende keuzen. Maar die andere vormen vanonderwijzen en leren, delen in hun grote verscheidenheid toch een aantalgemeenschappelijke kenmerken: ze willen de leerling actiever maken, meerzelf laten ontdekken; ze willen de leerling meer te kiezen geven; ze willendingen die buiten de school een rol spelen, ook in de school bij het lerenbetrekken.

Over deze nieuwe vormen van leren, heersen hardnekkige misverstanden.Ik noem een paar van de hardnekkigste.

Eisen worden niet gesteld, de leerlingen kunnen doen wat ze willen.

Ook bij de nieuwe manier van werken, heeft men hoge verwachtingen en wilbij de leerling eruit halen, wat erin zit. Leerlingen worden voortdurendgevolgd. De examens die deze leerlingen doen, zijn landelijk vastgestelden het Cito maakt het ze niet makkelijker. De Onderwijsinspectie ziet toeop alle scholen, dus ook op deze. Voor scholen die het niet goed doen, zijner sancties. Dat is maar goed ook, experimenteren met kinderen is uit denboze.

Ze leren niks meer want kennis speelt geen rol.

In de nieuwe leermethoden wordt kennis vaak op een andere manieraangeboden, vaak thematisch, soms door prestaties of eindproducten tedefiniëren. Alle leerlingen krijgen de basiselementen, soms inhoorcolleges, soms in workshops.

De rol van de docent is uitgespeeld.

Bij deze vormen van leren is de rol van de docent juist groter enmoeilijker. Hij moet zijn kennis en ervaring op verschillende manierenkunnen inzetten.

Veel scholen nemen hun onderwijs onder de loep en kijken wat voor hunleerlingen en hun school de beste manier van werken is. Veel docenten zijnnu vol overtuiging aan het werk, omdat ze zien dat het resultaten oplevert:gemotiveerde leerlingen, minder drop-outs. Natuurlijk is het hard werken,zijn er successen en teleurstellingen, maar dat hoort bij werken in hetonderwijs. Wat dat betreft is er niets veranderd.

Of je dat nu wilt of niet, de wereld om ons heen verandert en hetonderwijs verandert mee. Daarover moeten we met elkaar in gesprek blijven.Omdat leerlingen en ouders daar recht op hebben. Niet door elkaar teverketteren, maar door goed te kijken wat de resultaten van ons werk zijnen daarover met elkaar in dialoog te treden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.