Hete plekken vol uniek leven in zee

Hotspots in zee, met unieke planten en dieren, zijn lastig te identificeren. Ze bevinden zich soms op onvermoede plaatsen. Door Marieke Aarden..

De Rode Zee zit vol koralen en exotische vissen, en is voor zeebiologen een gaaf voorbeeld van een mariene hotspot. Hotspots, plekken met een concentratie van unieke planten en dieren, zijn niet altijd zo gemakkelijk te identificeren als de Rode Zee. Nieuwe inzichten geven aan dat mariene hotspots zich soms op onvermoede plaatsen bevinden. Bovendien willen ze nog weleens van plek veranderen, wat bescherming moeilijk maakt, zo blijkt uit een artikel in New Scientist (12 april).

Een zoektocht naar de tegenhanger van hotspots op het land, de coldspots in zee, is vol valkuilen. De logica zegt dat daar waar voedsel valt te halen, zich ook de vissen en zeezoogdieren bevinden. Recente studies laten zien dat dit niet altijd opgaat. Plaatsen met de hoogste biodiversiteit vormen niet altijd de beste habitat voor de soorten die daar leven. Omgekeerd kan het in vijandige oorden een drukte van jewelste zijn.

Pijlinktvissen

Pijlinktvissen
Tot voor kort had niemand het idee dat er hotspots van biodiversiteit in zee bestonden. Dat is snel aan het veranderen met de vondsten van allerlei zeeleven onder de poolkappen – van algen tot inktvissen en pijlinktvissen – en migratieroutes van zeezoogdieren.

Pijlinktvissen
Twee decennia geleden begon de ecoloog Norman Myers aan de universiteit van Oxford met het concept van hotspots op het land. Er zijn er nu 25 geïnventariseerd, zoals de Amazone, Madagaskar, Zuidelijk Afrika en het gebergte in Centraal China.

Pijlinktvissen
Pas zes jaar geleden begonnen de eerste onderzoeken naar de coldspots in de oceanen. Zeebioloog Callum Roberts van de universiteit van York in Engeland onderzocht de verspreiding van de meer dan drieduizend soorten koraal en vissen die in die koraalriffen leven. Hij prees tien koraalhotspots aan. Koraalriffen zijn goed bestudeerd omdat ze relatief dicht bij de kust liggen en daarom goed toegankelijk zijn. Een vergelijkbaar onderzoek naar hotspots in de oceanen is een stuk moeilijker.

Pijlinktvissen
Niettemin ging Boris Worm van Dalhousie University in Halifax (Canada) op zoek, en ironisch genoeg vond hij massa’s gegevens bij de grootste vijand van de biodiversiteit in het water: de lijnvisserij. Bij deze vorm van visserij worden lange lijnen met soms wel duizenden haken vol aas aan een schip bevestigd.

Pijlinktvissen
In 2005 maakten Worm en zijn team voor het eerst een wereldkaart met hotspots van tonijn, marlijn en haaien die aan de haken van de lijnvissers bleven hangen. Dat was een aanwijzing voor hun leefgebieden. De wetenschappers legden vijf subtropische hotspots vast waar deze roofvissen voorkomen: bij de oostkust van de VS en Australië, ten zuiden van de Hawaii-eilanden, ten oosten van Sri Lanka en ten noorden van Paaseiland in de Zuidoost-Pacific.

Paaseiland

Paaseiland
Wat maakt deze oorden tot hot-pots voor vispredatoren als tonijn? Worm veronderstelde dat het kwam door de rijkdom aan voedsel, en dat bleek ook doorgaans te kloppen. Alleen Paaseiland vormde een uitzondering. Deze hotspot lag als een oase in een vijandige omgeving. ‘Wie kon hebben vermoed dat een van de grootste hotspots voor biodiversiteit juist lag in een gebied dat armer is aan nutriënten in het oppervlaktewater dan enige andere plaats ter wereld?’, zegt Worm in New Scientist.

Paaseiland
Bij Paaseiland bleek iets anders te spelen. De temperatuur van het oppervlaktewater, gemiddeld 22 graden Celsius, was daar de doorslaggevende factor. Het is een ideale temperatuur voor kanjers als tonijnen, marlijnen en haaien, als er tenminste genoeg zuurstof in het water zit. In een dergelijk biologisch optimum kunnen grote vissoorten hun voedsel omzetten in energie.

Paaseiland
Worms ontdekte ook dat hot-spots vaak samenvallen met plaatsen waar de zeebodem oneffen is, waardoor er veel werveling in het water ontstaat. Daar bevinden zich grote concentraties plankton. En, zo bleek uit onderzoek van Lisa Ballance van de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) in Californië, ook walvisachtigen, waarvoor plankton het belangrijkste voedsel is. Tussen 1986 en 2003 werden op de onderzoeksschepen van de NOAA gegevens over 29 walvisachtigen verzameld, in een gebied van 20 miljoen vierkante kilometer.

Pieken

Pieken
De onderzoekers ontdekten pieken in de aanwezigheid van deze zeezoogdieren aan de randen van hotspots met grote wervelingen. Bij Costa Rica ligt een grensgebied tussen warm oppervlaktewater en koud, diep oceaanwater. De nutriënten uit de diepe oceaan worden naar het warme oppervlaktewater geduwd, een ideale plek voor plankton.

Pieken
Het gebied bij Costa Rica is 200 bij 560 kilometer groot. Van een vergelijkbare omvang is het gebied rond de Galapagoseilanden, waar zich hetzelfde verschijnsel voordoet: warm en koud water van het noordelijk en zuidelijk halfrond mengen zich daar. Ook de Golf van Californië bij Mexico heeft zo’n menggebied, waar plankton rijkelijk gedijt.

Pieken
Nadat Ballance had vastgesteld waar de walvisachtigen samenkomen, wilde ze ook weten of daar een hoge biodiversiteit was. Ze ontdekte dat soortenrijke hot-spots meestal aan de randen van gebieden liggen met de hoogste dichtheid aan zeezoogdieren. Dit contrasteert met hotspots op het land, waar de grootste concentratie juist in het hart van de hotspot ligt, omdat daar de meeste endemische (inheemse) soorten worden gevonden.

El Niño

El Niño
Endemische soorten die alleen op een specifieke plaats voorkomen en daarom uniek zijn, doen zich in het water veel minder voor dan op het land, waar de natuur in bepaalde gebieden vastligt. Op zee verhuist er nogal eens wat door de zeestroming of door de invloed van El Niño.

El Niño
Voor walvisachtigen zijn de gebieden met de hoogste biodiversiteit gelegen in regio’s die voor veel andere soorten een marginale habitat bieden. Deze oceanografische randen zijn voor veel soorten barrières waar ze niet overheen gaan, maar voor de walvissen zijn ze heel geschikt, is de bevinding van wetenschappers.

El Niño
Als dat klopt, hebben natuurbeschermers er een probleem bij. Richten zij hun inspanningen ter bescherming van de hotspots op plaatsen met veel vissen en voedsel, dan zouden ze de plekken verwaarlozen waar de walvissen zich het liefst verzamelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden