Het Zwarte Woud in de zanger

Verdwaald en lichtjes beschonken stond ik daar alleen in de nacht. Het stadsplan werd uit de achterzak gehaald. Openplooien, oriënteren en recht naar het hotel, dacht ik. Toen gebeurde het. De autofocus van mijn oog zocht een scherp punt. Maar Straßen en Plätze op het plan van de Duitse havenstad waren wazig. De promilles van een paar Löwen Bräu Festbier onderschat? Neen, nuchter stapte ik die nacht in bed. Dronkenschap was een prachtig geschenk geweest. Maar ik kreeg iets anders.


'Slijtage' luidde het verdict toen van de oogarts. Niet door overdaad aan duisternis in de donkere kamer, niet te veel gekeken of gezien door het oog van een camera. Neen, simpel: de leeftijd. Samen met mijn torso is nu ook mijn zicht niet meer zo scherp. Mijn kostbaarste bezit heeft de neergang ingezet. Zo duurde het nog een jaar voor ik op een dag met een resem brillen op mijn neus voor de spiegel bij een brillenmaker stond. Van idioot tot intellectueel, het is maar een montuurtje verschil. Ik heb een afspraak met de man die in Nederland het mooist een bril draagt. Hoewel het mijn eerste opdracht is met een bril buitenshuis, stap ik zelfverzekerd het café binnen. Ik zoek tevergeefs Johannes Sigmond, beter bekend als Blaudzun. Mijn zelfvertrouwen krijgt meteen een deukje wanneer de warmte van het café op mijn koude glazen slaat.


Damp op de glazen. Ik zie mist en geen zanger. De bril gaat eraf en achteraan in het café zie ik hem rustig een theetje drinken. Er is nog geen minuut voorbij of het gaat over brilmonturen. We praten over wenkbrauwen, neusbruggen, glooiingen, millimeters, glans en kleur maar vreemd genoeg niet over de sterkte van onze glazen. We prefereren de poëzie van de esthetiek boven de wiskunde van plus- of mingetallen.


Er is iets vreemds met de ogen van Blaudzun. Ik doel dan niet zozeer op de kwaliteit maar op de bijzondere, ondefinieerbare kleur. Net als de kleur van de Noordzee verandert de kleur van zijn iris naargelang de weerkaatsing van het licht. De ene keer blauw, dan weer grijzig en dan weer groen. Johannes draagt een vintage Cazal 607. De zwarte grote bakelieten montuur heeft ie ooit in New York op de kop getikt. Hij heeft de bril niet gevonden, de bril heeft hem gevonden. Het model werd vroeger veelal gedragen door de eerste New Yorkse hiphoppers als run-DMC. Maar ook door Richard Pryor, Spike Lee, Rick Ross, Will.i.am.


Cazal is voor zwarte broeders. Blaudzun is weliswaar blank maar altijd in het zwart gekleed. Zijn kledingkast is gevuld met de melancholie van zwart textiel. Twee uitzonderingen: een roze trui van de Giro del Italia en een wit T-shirt van de man in black Johnny Cash. Wielrennen en zwart komen samen in Johannes. Een op het eerst gezicht vreemde combinatie. Er zijn maar drie lelijke dingen in wielrennen: de onuitroeibare doping, de naam Amstel Gold Race en de te kleurrijke wielertruitjes.


Zou Johannes in het zwart op zijn fiets zitten, vergeet ik te vragen. Zijn mooie artiestennaam komt trouwens van de voortreffelijke maar vergeten Deense wielrenner Verner Blaudzun. 'Gewoon omdat het mooi klonk' is de reden van de naam. Een bevredigend argument. Il Lombardia is nog zoiets dat mooi klinkt en met wielrennen te maken heeft. Johannes heeft een film gemaakt over die koers toen ze voor de allerlaatste keer op het einde van het seizoen werd gereden. La corso delle foglie morte, beter bekend als 'de koers van de vallende bladeren', was de wielerklassieker rond het Comomeer waar de laatste jus nog eenmaal uit de benen wordt geperst voor de renners hun verdiende winterslaap ingaan. Dat was niet toevallig een van Blaudzuns lievelingsklassiekers.


Hij is een man van de herfst, het mooiste seizoen. De frisse lente hoor je niet in zijn muziek. Hij heeft iets met verval, melancholie en de dood. In de kerkgemeenschap van Arnhem waar hij en zijn familie bijhoorden, werd er ieder weekend wel iemand begraven. Vandaar misschien dat de zanger nog altijd in zwarte rouwkledij is gehuld. Hij vertelt hoe hij als jongen aan al die neerdalende kisten heeft gestaan. Een beroemde wielerfoto van de legendarische Coppi flitst door mijn hoofd. De kleine Faustino staat aan de doodskist van zijn vader Fausto. Omringd door een treurende massa kijkt de jongen door het glazen raampje van de kist naar het gezicht van zijn overleden vader. Geen toeval dat net Fausto Coppi vijfmaal de koers van de dode bladeren heeft gewonnen. De tragische renner heeft de vallende bladeren in snelheid gepakt.


Zo is ook Johannes' oma, met wie hij een goede band had, onlangs gestorven. Zijn twee kinderen waren erbij toen ze mooi opgebaard lag op het bed van haar slaapkamer. Ze raakten aan de koude huid van hun overgrootmoeder. 'Oude mensen hebben al sowieso een koudere huid maar ik vreesde dat mijn kinderen geschokt zouden zijn door het verstilde en kille lichaam. De kinderen vonden het fascinerend en rustgevend. Zelf heb ik bij het zien van mijn eerste dode als kind een half jaar lang nachtmerries gehad.'


Vijf jaar was Johannes toen hij zijn eerste bril droeg. Als kind liep hij eerst met een pleister op zijn luie oog en daarna kwam de bril. Met de tijd zijn ze er altijd maar groter en mooier op geworden. De bril is er eigenlijk altijd geweest. 'Zonder bril voel ik me naakt', spreekt Blaudzun zacht.


We vertrekken uit het te drukke café in Utrecht op zoek naar een plaatsje waar het rustig is. Het weer zit tegen. Harde regen, opklaring met felle zon en weer harde regen. We belanden in de weide in een soort mengeling van een stal en een jeugdhuis zonder muren. Het licht is er niet bijzonder maar het is er tenminste droog. We vinden een stuk plastic en besluiten in de regen te gaan staan. Ik vraag aan Blaudzun om onder het plastic te staan. Een droge en rake opmerking van de zanger volgt: 'Doe je dit altijd als je lelijke mensen moet fotograferen?' We moeten erom lachen. Ik zeg dat ik hem mooi vind en meen het ook. Maar waarom ik plastic over hem trek, is me niet duidelijk. Ja, het is er droog onder, maar het doek is ook vochtig en vies. Onder het plastic hoort hij me amper en ziet hij me wazig staan. Ik moet aanwijzingen schreeuwen tegen de wind. Het doek fladdert en knettert door de hagel. Ik twijfel. Is dit nu belachelijk of wondermooi? Staat het wazige plastic symbool voor de slechte ogen? Heeft een onlangs gelezen artikel over Christo me onbewust beïnvloed? Of was het een test om te kijken hoever je kan gaan met iemand onzichtbaar te maken en toch herkenbaar?


Op de terugweg in de auto zie ik bij Blaudzun een litteken op zijn rechterarm. Het lijkt op een ritssluiting van een vampier. Op een Duitse camping in Titisee, ten zuiden van het Zwarte Woud, keek de vierjarige Johannes de dood in de ogen. Hij redde zijn kleine zus van een voorbijrijdende auto maar kwam zelf tussen de trekhaak en de caravan terecht. Hij werd meegesleurd en eindigde uiteindelijk in een Duits ziekenhuis. 'Het unheimliche gevoel om samen met een andere Duits jongetje in een duistere kamer te liggen, was zo vreemd.'


Het feest bij zijn terugkomst op de camping herinnert de zanger zich helder. De vakantiegangers hadden geld ingezameld om een opblaasbaar oranje plastic bootje met de naam 'Golfje' te kopen. Caravans en vakantie in Duitsland. Voor een Belg is dit tweemaal goed fout. Maar misschien is daar, onder de witte lakens van een te groot ziekenhuisbed, het Zwarte Woud in de jonge zanger gekropen.


Fotografie en tekst


Stephan Vanfleteren


Blaudzun


Een keer per maand portretteert Stephan Vanfleteren een Nederlander

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.