Het zoveelste persoonlijke programma over kinderen krijgen blijkt best sympathiek en vermakelijk

'De Roze Dolk' is het derde persoonlijke programma in korte tijd over kinderen krijgen. 'IK MOET BAREN.'

Wie gisteravond met de afstandsbediening losjes in de hand half versuft nog even langs de velden zapte voor het slapengaan, kon zomaar tussen de benen van Bo Jeuken belanden. De programmamaker lag op de behandeltafel bij haar gynaecoloog, een oudere man met bril. 'Ik heb 'm à vue, zoals dat heet', zei hij. En na enig wrikken en trekken hield hij triomfantelijk een tangetje omhoog, waaraan het zojuist verwijderde spiraaltje ietwat verloren heen en weer bungelde.

Het was de eerste scène uit de eerste aflevering van de vierdelige reeks De Roze Dolk, waarin Bo Jeuken en haar vriend Stef erachter proberen te komen of ze een kind willen, en waarom dan, en zijn Stef en Bo wel de juiste mensen om samen een kind te krijgen en 'wie zegt dat ik ze überhaupt kan krijgen?'.

Jeuken en haar vriend introduceren zichzelf als weifelende dertigers (misschien zit daar ook nog eens een programma in), die graag uitgaan, wijn drinken en op de Amsterdamse Wallen wonen. In het eerste gesprekje dat Bo en Stef hebben, aan een tafel met een kop thee, vertelt ze hem dat ze wel last heeft van 'rammelende eierstokken'.

'Ik merk echt dat het wel iets met me doet als ik zo'n klein frutselig propje zie: IK MOET BAREN.' In haar zoektocht gaat Bo onder anderen te rade bij haar ouders (er valt een heerlijk lange stilte nadat ze hun vraagt waarom ze eigenlijk kinderen wilden) en het bewust kinderloze stel Daan en Rianne. Die je eigenlijk niet kinderloos, maar 'kindervrij' moet noemen, want met '-loos' lijkt het alsof er iets mis is.

Eerlijk is eerlijk: als dertiger en vader van twee jonge kinderen zat ik - na Jan Wordt Vader en Lauren Bevalt - niet per se te wachten op het derde persoonlijke programma over kinderen krijgen op de NPO binnen een half jaar tijd. Maar eenmaal over de initiële weerstand heen van 'in godsnaam, doe niet zo moeilijk, ga wippen, probeer een kind te maken, vind het zwaar, vind het klote, vind het geweldig, maar ik hoef het niet te weten', blijkt De Roze Dolk - op basis van de eerste aflevering - sympathiek en vermakelijk.

Dat is volledig te danken aan de lichtvoetige en tegelijk intieme benadering van Jeuken, haar zelfspot, de aangenaam stoïcijnse aanwezigheid van vriend Stef (die - terecht - weigert op te passen op andere kinderen als oefening omdat het 'superkut' is) en de eerlijke gesprekken die ze voert met haar ouders, de kindvrije Daan en Rianne, de 36-jarige Fleur die haar eicellen laat invriezen, of schrijver Henk van Straten, die Bo op het hart drukt dat je als kind het beste ouders kunt hebben die een zesje scoren (staat genoteerd).

Het beste advies kreeg Bo uiteindelijk van haar eigen ouders. 'Wil ik dat wel?', betwijfelde ze haar kinderwens nog maar eens hardop. 'Je kunt daar wel over gaan zitten twijfelen', antwoordde haar moeder. 'Wel of niet: daar kom je toch pas achter als je eenmaal kinderen hebt.' En tegen die tijd heb je niet meer zoveel te willen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden