Het zomerpaleis van mijn jeugd

Waterskiën naar de winkel voor broodjes, pannekoeken flippen over het volleybalnet. Nanda Troost blikt terug op fijne vakanties in het Italiaanse Feriolo. En ruim veertig jaar later lijkt het dorpje geen spat veranderd.

Franco is de favoriete aanstaande schoonzoon. Niet omdat Maria en Nino, zijn ouders, door het raam van hun winkeltje de lekkerste en grootste Italiaanse schepijsjes verkopen en soms weggeven. Nee, de bruidsschat staat binnen, weggestouwd op planken, opgetast in dozen. Wijn, wijn, wijn. Likeuren en andere sterke drank waarvan niemand in Nederland nog heeft gehoord. In het Italiaanse dorpje Feriolo staat even verderop een perenboom die opvalt door de flessen die in de boom steken. De peren die hierin groeien verzuipen in het najaar in de likeur. Zo maken Nino en Maria hun eigen poire williams. Mijn ouders hebben er warme herinneringen aan.

Het is vanaf 1966 dat we vijftien jaar elke zomer het weggetje naar beneden inslaan, Feriolo in, recht op het Lago Maggiore af. Terugkerende grap voor ons kinderen: mijn vader zet de motor uit van de Opel Kadett, later de Rekord, daarna de Mercedes. Zo glijden we geruisloos langs de gegrildekippenboer, de bar met jukebox, en de broodjeszaak die snoep als wisselgeld geeft omdat Italië nooit muntjes van 5 en 10 lire heeft. Hij start weer bij de boulevard, waar in de herinnering altijd Nino en Maria met een ijsje op ons staan te wachten. Met de slaap in onze ogen, de pyjama's nog aan, kruipen we 's morgens van de achterbank. De ruimte achter de stoelen is opgevuld met de tent en wat er nog meer tussen past. Mijn broertje (2) en ik (4) slapen terwijl mijn ouders 's nacht door het eindeloze Duitsland rijden en dan als het licht is de Alpen over kruipen. De Gotthardtunnel bestaat alleen op de tekentafel. Italiaans schepijs is een exotische delicatesse.

Campeggio Internazionale, aan het einde van het dorp, is jarenlang ons zomerpaleis. Op het eerste jaar na hebben we altijd plaats direct aan het water. Dat gaat zo: broertjelief 'vindt' een perzik. Mijn ouders worden op zijn jatwerk aangesproken en sluiten een vriendschap met de beroofde Nederlandse familie die tot op vandaag voortduurt. Al kamperende breidt de vriendenkring zich uit en daarmee ook de plek die we opeisen. De eerste Hollanders houden de kampeerplaatsen aan het water met auto's en boottrailers bezet totdat alle gezinnen, een stuk of twaalf, elkaar weer hebben gevonden. Als Duitsers nu breed staan, moeten ze dat daar hebben afgekeken.

We zijn in de straat met Haagse portiekwoningen en gezinnen met éénverdieners een uitzondering met onze buitenlandse reis. De eerste keer gaat de koffie nog mee, want een vakantie is duur. Bovendien: cappucino hebben m'n ouders nog nooit gedronken. Op zijn kant doet de Erka-aanhanger dienst als keukentje. Mijn moeder ontdekt de Italiaanse pasta's. Mijn vader, dieselrijder, begint vol Hollandse koopmansgeest een handeltje in benzinebonnen. Met hulp van thuisblijvende collega's weet hij bij de ANWB stapels kortingsbonnen voor de peperdure Italiaanse benzine te bemachtigen. Die verkoopt hij in Feriolo door aan de lokale bevolking.

Bovendien blijken eten, drinken en de camping spotgoedkoop. De camping is daarnaar: de wc is weliswaar van aardewerk, maar is en blijft een gat in de grond - een gruwel voor een stadse meid; de douche geeft warm water als er een muntje in gaat, en meer dan één krijg je er als kind niet.

Tot de jaren tachtig laten we slechts één jaar verstek gaan, al zouden we de geschiedenis graag herschrijven. Omdat het thuis altijd mooi weer schijnt te zijn, laten we ons in 1974 verregenen in Hellendoorn, terwijl het Nederlands elftal de WK-finale van West-Duitsland verliest.

Het zomerleven in Feriolo bevalt zo dat wij soms zes weken blijven. Mijn vader gaat tussendoor terug naar zijn werk, en keert de laatste week terug om ons op te halen. De schijnbare anarchie op de camping wordt 's avonds rechtgezet met het Ave Maria en Il Silenzio, de stilte, die uit de luidsprekers schallen. Na tienen moet het, in drie talen, rustig zijn op de camping. Wie zich nog niet heeft ingeschreven wordt verzocht zich morgen ins Büro te melden. Buona notte ai tutti campeggiatori.

Ons leven speelde zich af op en in het water. Als we ouder zijn gaan we naar de disco even buiten het dorp, dansen en seksen met een beetje onverstaanbare Italiaanse vriendjes en vriendinnetjes. Onze ouders kaarten, drinken, koken, drinken, eindigen een vroege middagborrel een enkele keer in dronkemanspolonaise tussen de tenten door in het meer. En bakken pannekoeken. Stapels. Naturel, met spek, appel of perzik. En met sterke drank van Nino en Maria, is het niet in het baksel dan in de kok. Als toetje: ouders die de laatste pannekoeken richting elkaars koekepan flippen, over het volleybalnet dat altijd op het strandje wordt gespannen.

Het toerisme ontwikkelt zich, wij ook. De tent wordt een caravan. De koffie blijft thuis, liters spumante, marsala en kratten perziken gaan mee terug. En vlinderpasta - farfalle - die we nooit eerder hadden gezien. Even doet mijn moeder een stap terug: steeds meer kampeervrienden hebben een speedboot en dat wil mijn vader ook. We trotseren weer de ongemakken van de tent, maar 's morgens vechten mijn broertje en ik om de broodjesbeurt: waterskiënd naar het dorp voor otto panini - acht broodjes.

Feriolo lijkt in de 21ste eeuw geen spat veranderd. Dat kan ook niet: de ruimte ontbreekt. Het dorp met nu 957 inwoners ligt ingeklemd tussen het lago en de graniet- en marmerbergen waarvan Amerikaanse banken en il Duomo in Milaan zijn gebouwd. De zichtbaarste vooruitgang staat op palen zo hoog als een torenflat: de snelweg naar Milaan verheft zich boven het voormalige vissersdorp. De perenboom staat er niet meer, zo valt mijn vader meteen op. En er blijkt meer verdwenen. De broodjeswinkel is weg, zo ook de gegrildekippenboer.

Nino en Maria zijn dood, in het voormalige alcoholparadijsje drijft Fernanda Cattaneo (54) een Pane & Pizza. 'De drie levensmiddelenwinkels konden niet op tegen de grote supermarkten die zich in de grotere plaatsen langs het meer hebben gevestigd.' Zelf redt Cattaneo het net. 'Dankzij een enkele vergeten boodschap van de feriolesi, en de toeloop 's zomers van de campinggasten.'

De boulevard, tien jaar geleden aangelegd, herbergt een beginnende jachthaven en voor de toerist zijn er informatieborden neergezet. Daarmee geeft Feriolo iets van zijn geheimen prijs. Jarenlang hebben we, onderweg naar de verse broodjes, gewaterskied over een verdronken dorpsdeel, lezen we. Il disastro di Feriolo: op 15 maart 1867 verdween een kwart van het dorp in het meer. Een ondergrondse luchtbel klapte, de huizen erop, de zeventien bewoners erin, werden opgeslokt door het meer.

Feriolo draait om de camping, maar gelukkig is het dorp te klein voor het massatoerisme, zegt Simona Veneta (46), receptioniste van Hotel Serenella. 'Stresa en Baveno zijn de grote trekpleisters. Al sinds de 19de eeuw, toen bijvoorbeeld de Britse koningin Victoria er kwam. Nu kopen de Russen er alles op. Die kans krijgen ze niet in een dorp als dit. Er zijn inmiddels acht bars en restaurants, en die blijven in de familie, ze gaan door naar de volgende generatie.'

Mirafiori, het eerste restaurant van het dorp, wordt uitgebaat door neven van de oprichters, zegt Eugenia Cardini (91). Begin jaren vijftig begon de camping, gericht op de arme toeristen, die zich geen hotel konden veroorloven. Eugenia's broers roken hun kans. 'Ze verkochten hun paarden en verbouwden de stallen onder het huis tot restaurant. Carlo en Antonio hadden last van hun longen gekregen door hun werk in de marmergroeve. De eerste Italianen gingen met vakantie, daarna kwamen de eerste buitenlandse vakantiegangers. Die waren nog weinig gewend. Gelukkig maar, want er viel weinig te kiezen: spaghetti of ravioli met tomatensaus. Of een halve geroosterde kip.'

De camping is in andere handen overgegaan, ook hier zijn de nieuwe eigenaren verwant aan de oprichter, Ugo Nicolazzi die Campeggio Internazionale begon. Omdat de toerist dat eiste is ons zomerpaleis, nu 'Orchidea', stap voor stap gemoderniseerd. Plaatsen voor elkaar bezet houden is er niet meer bij. De plekken zijn geordend en genummerd; wie aan het water wil staan moet extra betalen. Het toilet is even luxe als thuis, al moet je nog wel met een rol wc-papier onder de arm de camping over. Warm douchen kan onbeperkt.

'Toeristen verlangen steeds meer luxe', zegt Selene Larghi (26), wier opa de camping overnam van Nicolazzi en zijn dochters Luisa en Luciana. En dus heeft Orchidea een restaurant, een wasplaats voor campers, en moderne stacaravans. Aan de weg langs de camping zijn appartementen verrezen, voor wie 'de vrijheid van het kamperen zoekt, maar wel een echt bed wenst'. Er ligt nog een veldje braak, voor een zwembad. 'In het voor- en naseizoen vinden toeristen het meer te koud.'

De begraafplaats onthult nog een dorpsgeheimpje. Nino (78), overleden op 31 maart 1987, blijkt nooit getrouwd te zijn geweest met Maria (79), overleden op 11 januari 2008. Hij was gescheiden en hertrouwen mocht niet van de paus. Eugenia haalt haar schouders op. 'Maria was een brava.'

Maar waar is de favoriete schoonzoon? Franchino, zoals Eugenia hem liefkozend noemt, laat zich na de dood van zijn ouders nog maar weinig zien. De luiken van zijn appartement zijn dicht, op het balkon woekert onkruid. Hoog tijd dat hij dat eens weghaalt, moppert Eugenia. Maar Feriolo is trots op hem. Franco Barberi fokt labradors. 'Van topkwaliteit, echte kampioenen.' Ik ben een kattenmiep.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden