'Het zit wel goed met het historisch besef'

Nederlanders koesteren het verleden wel degelijk, maar niet zoals historici dat willen, zegt promovendus Ribbens. 'Mensen vinden het prettig om terug te kijken'..

Een man die oude ansichtkaarten van zijn geboortedorp verzamelt, een echtpaar dat een tentoonstelling over keukens uit de vorige eeuw bezoekt, een toerist die op reis door Frankrijk de stranden van Normandië bezoekt: het zijn volgens de historicus Kees Ribbens (33) allemaal mensen die zich oprecht voor het verleden interesseren.

De klacht van veel professionele historici dat Nederlanders niet of nauwelijks belangstelling meer hebben voor de geschiedenis, dat ze geen 'historisch besef' meer hebben, is dus ongegrond. De interesse in Nederland voor alles wat met het verleden te maken heeft, is juist buitengewoon groot.

Dat concludeert Ribbens in zijn proefschrift Alledaagse historische cultuur in Nederland, 1945-2000, waarmee hij deze week promoveerde aan de Universiteit Utrecht.

In zijn dissertatie onderzocht de promovendus of het wel klopte wat hij vaak van collega-historici hoorde: dat Nederlanders veel te weinig kennis hebben van hun geschiedenis, en dat ze daarom niet meer weten waarom ze zijn wie ze zijn. Het viel allemaal erg mee, bleek hem. Het probleem ligt veel meer bij de historici zelf: Nederlanders gaan meestal niet met het verleden om zoals de professionals het zouden willen.

Nederlanders lezen inderdaad niet zoveel dikke standaardwerken, en voor de officiële nationale geschiedenis tonen ze evenmin veel belangstelling, stelt Ribbens. Maar daar staat tegenover dat er in Nederland een 'buitengewoon levendige en veelvormige historische cultuur' bestaat.

Die uit zich op allerlei manieren. Ribbens bestudeerde voor zijn proefschrift bijvoorbeeld jaargangen van het ANWB-tijdschrift De Kampioen tussen 1945 en 2000. Het bleek dat het aantal artikelen over historisch interessante toeristenattracties alsmaar toeneemt. In reisgidsen is dat eveneens het geval.

Ook thuis zijn mensen geregeld met het verleden bezig. Duizenden speuren in archieven naar hun stamboom. Anderen hebben zich aangesloten bij een van de vele heemkundeverenigingen en schrijven de geschiedenis van hun stad of regio.

Herdenkingen, vooral van de Tweede Wereldoorlog, blijven goed bezocht en krijgen vaker een actueel thema om jongeren te trekken. Historische televisieprogramma's zijn onverminderd populair en musea en verzamelbeurzen krijgen veel bezoekers.

Het zijn vormen van belangstelling die historici nogal eens over het hoofd zien, zegt Ribbens, 'omdat ze niet aan hun maatstaven voldoen'. Het is veelal erg 'hapsnap' en weinig kritisch, de belangstelling is eerder lokaal of persoonlijk dan nationaal, de alledaagse geschiedenis heeft de voorkeur boven de officiële geschiedenis en de nadruk ligt vaak minder op geschreven teksten dan op visuele verbeeldingen.

Van de beweegredenen van al die mensen moeten historici bovendien vaak al helemaal gruwen, zegt Ribbens. Niet-historici interesseren zich volgens de promovendus in veel gevallen namelijk niet altijd voor het verleden om er 'lering' uit te trekken.

Hun motieven zijn doorgaans veel banaler: ze hebben vrije tijd en ze zoeken ontspanning. Het verleden vormt een ideale afleiding en een 'verrijking van het heden'. Ook 'het nostalgisch genoegen' is een belangrijke drijfveer, zegt Ribbens: 'Mensen vinden het prettig om terug te kijken, dan ervaren ze de oude, vertrouwde nestgeur.'

Maar hebben historici dan niet gelijk als ze zeggen dat het verleden niet meer serieus wordt genomen, dat de omgang ermee wel erg oppervlakkig is? Ribbens vindt het wel meevallen. 'De geschiedenis is voor veel mensen niet alleen maar franje. Het beste voorbeeld is de Tweede Wereldoorlog, daarover zie je elke week nog discussies in de kranten. De Tweede Wereldoorlog is het morele ijkpunt van onze samenleving en er moet wel iets heel ergs gebeuren als die wordt vergeten.

'Maar ook met andere historische gebeurtenissen gaan mensen serieus om. Kijk naar de discussies over het slavernijmonument, of over de politionele acties. In Zwolle werd in 1984 een poging gedaan een anti-monarchistische politicus uit de achttiende eeuw te herdenken. Het GPV tekende bezwaren aan, omdat dat de burgerlijke ongehoorzaamheid zou propageren. Dan komt het verleden weer helemaal tot leven.'

Toch heeft Ribbens nog wel iets van het 'klassieke opvoedingsideaal' in zich. 'De alledaagse historische cultuur is erg divers. Daarmee verliezen we een gemeenschappelijke basis, een reservoir aan feiten die we met ontwikkelingen in verband kunnen brengen. Ik zou het daarom prettig vinden als in het lager en middelbaar onderwijs een goed verhaal over onze geschiedenis wordt verteld, zoals de commissie-De Rooy onlangs heeft voorgesteld. Maar daarna mag iedereen van mij zijn eigen geschiedenisverhaal samenstellen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden