Het zand is terug

Het lijkt een paradox: bos rooien om er een barre zandwoestijn aan te leggen van een soort dat Staatsbosbeheer een eeuw lang bestreden heeft....

Door Jeroen Trommelen

Afgelopen maand ontving de gemeente Harderwijk boswachters uit haar Tsjechische zustergemeente Znojmo in het zojuist heringerichte natuurgebied Beekhuizerzand. In dit voormalig oefengebied van Defensie geniet de natuur na een grootse ingreep weer prioriteit. Maar toen de Tsjechen rondliepen in de vers omgeploegde Veluwse zandwoestijn was het 'alsof ze water zagen branden', zegt beleidsmedewerker Jan Nijendijk.

Honderd hectare bos omhakken om daar kaal zand voor terug te brengen daar begrepen de bezoekers niets van. En dat die zandbak bij ons cultuurlandschap heet en zelfs 'nieuwe natuur'wordt genoemd, wekte ook verwarring. 'Gelukkig hadden we een Wageningse hoogleraar bij ons die Tjechisch sprak, anders hadden we het, vrees ik, niet kunnen uitleggen.'

Wie zelf gaat kijken moet het toegeven: als natuurgebied ziet het Beekhuizerzand er niet uit. Ontwortelde boomstronken liggen hoog opgetasten erachter strekt zich een kale zandvlakte uit. Enkele markante boompartijen zijn blijven staan als onbewoonde eilanden in een zandzee. De bulldozers zijn nweg, maar hun echo hangt als het ware nog in de lucht.

Uitleg kan geen kwaad. Niet alleen voor de buitenlandse bezoeker, maar ook voor de argeloze wandelaar op de Nederlandse zandgronden. Vrijwel alle natuurorganisaties zijn de afgelopen jaren aan de slag gegaan met bulldozers, boomzagen en graafmachines om ruimte te geven aan stuifzand, een type landschap waartegen de afgelopen eeuw juist heftig is gevochten.

Twee kilometer ten zuiden van de Harderwijkse zandheuvels ligt het Hulshorster Zand, een natuurgebied dat in 1928 door Natuurmonumenten werd gekocht. Daarna groeide het langzaam dicht. Maar enkele jaren geleden werd het weer afgeschraapt en opengeploegd. Ook in de Loonse en Drunense Duinen met 225 hectare het grootste Nederlandse stuifzandgebied blijft Natuurmonumenten ingrijpen om de natuurlijke aanwas terug te dringen.

In Drenthe werd het Aekingerzand door Staatsbosbeheer deels teruggebracht in de oorspronkelijke staat. En drie jaar geleden liet het nationaal park De Hoge Veluwe ruim honderd hectare bomen omhakken om ook op zijn terrein het kale zand te laten terugkeren, wat overigens tot felle protesten leidde bij omwonenden.

Dat het stuifzand een opmerkelijke revival beleeft in het Nederlands natuurbeleid, is ironisch. Staatsbosbeheer werd in 1899 juist opgericht om de woestijnvorming op de zandgronden te stoppen en de gebieden in cultuur te brengen. Stuifzand ontstond vanaf de late Middeleeuwen tot aan de negentiende eeuw door overbegrazing, kaalkap en uitputting van de bodem. Het was de eerste, door de Nederlander zelf veroorzaakte ecologische ramp.

Rond 1900 was naar schatting bijna tachtigduizend hectare bosland veranderd in stuivende zandduinen die dorpen en akkers bedreigden. Dertig jaar geleden was daar niet meer dan vierduizend hectare van over. Vooral in die voorbije jaren groeiden gebieden snel dicht vanwege de intensieve landbouw en de toename van het verkeer. Die zorgen voor veel stikstof in de lucht, waardoor de zandgronden extra werden bemest en de spontane begroeiing werd versneld.

Levend stuifzand was en is nog steeds een typisch Nederlandse verschijnsel. Meer dan 90 procent van het Europese stuifzandlandschap bevindt zich binnen onze grenzen. Dat komt, zegt stuifzand-expert prof. dr. Jan Sevink van het Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica van de Universiteit van Amsterdam, door de unieke Nederlandse combinatie van in de ijstijd aangevoerd dekzand, een relatief zware bevolkingdruk in de late Middeleeuwen, een vlak glooiend terrein en een doorgaans harde wind.

Samen zijn ze verantwoordelijk voor het ontstaan van 'Atlantische woestijnen' met een extreemmicroklimaat, die in veel opzichten vergelijkbaar zijn met die in Noord-Afrika. Ze vormen een unieke biotoop. Overdag kan de temperatuur op het stuifzand oplopen tot vijftig graden Celsius. 's Nachts daalt ze gemakkelijk tot onder het vriespunt.

Op het kale zand zelf groeit vrijwel niets. Maar op kleine plekjes waar de natuur gaat pionieren met algen, mossen, korstmossen, buntgras, heide en jonge boompjes ontstaat een unieke flora en fauna met vlinders, hagedissen en vogels waaronder de duinpieper, de nachtzwaluw, de roodborsttapuit, de klapekster en de boomvalk.

Sevink was nauw betrokken bij de herinrichtingvan het stuifzand op De Hoge Veluwe, waartegen onverwacht fel verzet ontstond. Het lijkt raar om bomen te kappen om een gedegenereerd landschap aan te leggen, erkent de hoogleraar. Maar uit te leggen is het wel: 'Als we niets aan natuurbeheer zouden doen, zou het hele land vanzelf onder het bos verdwijnen. Dat wil ook niemand. Bovendien ligt ons hele land vol met gedegenereerde landschappen.'

Heide is ook maar overgeloiteerd grasland, zegt Sevink. De wielen bij de rivieren zijn uit de hand gelopen overstromingen, en meren en plassen in het veenweidegebied zijn ontstaan door het overmatig afgraven van veen.

Uiteraard was stuifzand een eeuw geleden een bedreiging, maar dat is volgens hem achterhaald. 'Ook de duinen, de zee en de veenmoerassen werden beschouwd als gevaarlijk. Tegenwoordig liggen we ter ontspanning op onze rug op het strand.'

Beheerder Herman Brink van Staatsbosbeheer Drenthe kreeg boze reacties van boeren uit de omgeving van het Aekingerzand. Daar wilde Staatsbosbheer 150 hectare bos en akkerlandschap afschrapen die in de loop van honderd jaar weer was begroeid. De laatste kern heide en stuifzand in het midden van het natuurgebied was door de steeds hogere bomen in de luwte komen te liggen. Het zand kwam niet meer in beweging en dreigde nneller dicht te slibben.Maar goede grond weghalen voor nutteloze natuur, dat vonden de akkerbouwers geen goed idee', zegt Brink. 'Ze zeiden ook: dat natuurverhaal van jou klinkt mooi, maar over tien jaar luidt het natuurlijk weer anders en moet het gebied w op de schop. Maar dat is uiteraard niet de bedoeling. Dit is het soort omslag dat je als organisatie s per honderd jaar maakt.'

'In het begin moesten we de mens tegen de natuur beschermen', zegt woordvoerder Jan Kuiper van Staatsbosbeheer. 'Daarna moesten we de natuur tegen de mensen beschermen en tegenwoordig moeten we ze met elkaar proberen te verzoenen. Zo veranderen de tijden voor natuurbeheerders.'

En de ene buitenlandse bezoekers is de andere niet, voegt hij er aan toe. Voor bezoekers uit de Sahel of woestijngebieden uit China is de bebossing van zevenhonderd hectare Kootwijkerzand een hoopgevende prestatie. 'We laten die bezoekers eerst de foto's zien die een eeuw geleden van onze woestijnvlakte zijn gemaakt en dan gaan we naar het bos zoals het er nu staat. Het kdus, een woestijn terugdringen. Dat vinden ze heel wat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden