Het wordt tijd om Frankrijk weer te omarmen

Vandaag bezoekt de Franse president François Hollande ons land. Wij Nederlanders hebben Frankrijk nodig als tegenwicht voor de Angelsaksische culturele overheersing en de Duitse efficiëntie, betoogt Ariejan Korteweg, van 2007 tot 2013 correspondent van de Volkskrant in Parijs.

'Outai, papaoutai? Outai, papaoutai?' Dat zingen de klasgenoten van m'n dochters, en met hen duizenden andere kinderen. Wat het betekent? Ze hebben geen idee. Iets Afrikaans misschien, of een brabbeltaaltje uit de Cariben.


Mijn dochters zijn amper een half jaar terug uit Frankrijk, ze begrijpen heel goed dat Stromae het over een jongetje heeft dat zijn vader mist en wil weten waar hij is. Papa où t'es - dat is wat hij zingt: Papa, waar ben je? Als ze dat op school vertellen, zijn hun klasgenoten verbaasd: verstaan jullie dat koeterwaals?


Met Stromae is er weer eens een Franstalige artiest die in Nederland succes heeft. Dat hij zoals veel van zijn beroemde voorgangers - Johnny Hallyday, Jacques Brel, Adamo, Plastic Bertrand - uit België komt, is een detail. Zoals er met Intouchables eindelijk weer eens een Franse film drommen Nederlanders naar de bioscopen trok. En zoals de artistiekerigheid van de Franse cinema met Amour, The Artist en La vie d'Adèle weer voor even is gegarandeerd.


Het zijn uitzonderingen die de waarheid niet kunnen verhullen: de tijd dat elke Nederlander Stromae zou hebben verstaan, ligt ver achter ons. Nederland staat in zowat alle opzichten met de rug naar Frankrijk. We hebben de Fransen ook niet nodig: voor al onze behoeften worden we op onze wenken bediend door andere buren. Als het om de handel en de economie gaat zijn we het kleine zusje van Duitsland. Daarom zorgen we ervoor op politiek vlak ook in Brussel met de Duitsers in de pas te lopen. En als het op cultuur aankomt, zijn we al decennia in de ban van het Angelsaksische aanbod.


Pas als we het werk neerleggen, als we de politiek willen vergeten en voor even genoeg hebben van Disney, Virgin, Apple of Time Warner, komt Frankrijk in zicht. Dan is het 'Vive la Frans', om met Frans Bauer te spreken. Leve het land waar je jezelf kunt terugvinden omdat er verder niet zo veel te halen valt.


Naar Frankrijk ga je als je je hoofd wilt leegmaken. Zeker een miljoen landgenoten reist elk jaar naar Frankrijk af om er vrije dagen door te brengen; een beter bewijs van genegenheid kun je je niet indenken. Maar het is liefde met een rauw randje. Want ja, bijna overal in Frankrijk is het mooi: je kunt je vakantie plannen door geblinddoekt een pijltje op de kaart te gooien. Maar die Fransen, dat vinden we een op z'n best onbegrijpelijk en misschien wel gewoon arrogant volk.


Die achterdocht zit in al onze poriën. Voor de buitenlandse betrekkingen is Nederland sterk georiënteerd op de klassieke grote drie van Europa. Met Engeland en zeker met Duitsland verlopen die contacten min of meer langs natuurlijke weg. Met de Fransen is het daarentegen altijd zoeken naar een omgangsregeling.


Dat was al zo in de jaren zestig, toen De Gaulle en Luns elkaar in Europees verband bij voortduring in de haren zaten - en niet alleen over wie de langste was (H.L. Wesseling vertelt in De man die nee zei dat prins Bernhard ooit een meetlat meenam naar een ontmoeting van beide mannen; Luns bleek net wat groter).


Struikelblok

De taal is daarbij een struikelblok: Fransen zijn erkend slecht in vreemde talen en in Nederland loopt de kennis van het Frans snel terug. Een minstens even grote rol speelt het ressentiment van de tanende grootmacht. Ooit was Frankrijk een mogendheid waar je niet omheen kon. Nu zijn er overal alternatieven. Het is een teloorgang die de Fransen zelf nog niet verinnerlijkt hebben, zodat ook de bijbehorende deemoedigheid ontbreekt die het contact zou kunnen vergemakkelijken.


Duitsland heeft na de Tweede Wereldoorlog veel in de betrekkingen met Frankrijk geïnvesteerd. Het moest wel: het lot van Duitsland is in Europa met dat van Frankrijk verbonden. Maar nu de Duitse economie aanzienlijk beter floreert en Frankrijk talmt met het doorvoeren van de bezuinigingen die bondskanselier Merkel graag zou zien, marcheert die Frans-Duitse as niet lekker. Daar zou een rol voor Nederland zijn weggelegd, zeggen Haagse diplomaten. Maar helaas, de positie van oliemannetje tussen beide grootmachten past ons niet meer.


In de ogen van de Fransen zijn wij onverbrekelijk verbonden met de noordelijke lidstaten. Terwijl Frankrijk door ons wordt gezien als de kampioen van het zuiden, waar ze het met de begrotingsdiscipline niet zo nauw nemen. Dat smeert niet lekker.


Op economisch gebied daarentegen is er geen ontkomen aan: we zijn met dikke kabels aan elkaar geklonken. Frankrijk is onze op twee na grootste exportbestemming en zevende leverancier. Omgekeerd is Nederland voor Frankrijk in omvang de zevende klant en de achtste leverancier. Frankrijk is na de VS, Duitsland en Engeland ook de vierde investeerder in Nederlandse bedrijven. De sterke vervlechting zie je terug bij bedrijven als Air France/KLM, Véolia, Thalys, Alstom en Heineken, die in beide landen sterk vertegenwoordigd zijn, hoe verschillend de bedrijfscultuur ook mag zijn.


Toch blijkt dat alles niet genoeg om een belangstelling te stimuleren die verder gaat dan winstbejag. Het Frans, ooit de taal van het hof en de hogere kringen, verkeert in een vrije val. Het is vechten om studenten binnen te krijgen, vertelt Marc Smeets, universitair docent Franse taal en Cultuur aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Zijn vakgroep heeft nu 22 eerstejaars. Er zijn in totaal nog vier universiteiten die het Frans aanbieden als hoofdvak, in Leiden kon opheffing van de afdeling Franse Taal en Cultuur ternauwernood worden afgewend. Dat Nederland eind vorig jaar zijn Institut Néerlandais in Parijs definitief sloot en Frankrijk zijn Maison Descartes in Amsterdam wil afslanken is een ander teken van afnemende interesse.


Onverschilligheid

Want Nederland mag dan met de rug naar Frankrijk toestaan, de Franse onverschilligheid is zo mogelijk nog groter. Laurent Chambon, een Franse sociaal wetenschapper die al vele jaren in Nederland woont, kreeg bij een publiek debat de lachers op zijn hand met de opmerking: 'Wat Fransen van Nederland vinden? Niets.'


De belangstelling van Franse staatslieden voor Nederland suggereert dat hij daarmee niet ver bezijden de waarheid zat. Van de regering Hollande is Laurent Fabius, minister van Buitenlandse Zaken, tot dusver de enige die Nederland bezocht. Dat bezoek was niet vrij van eigenbelang: de nieuwe Franse ambassade in Den Haag moest worden geopend. Omgekeerd ligt dat anders: Frans Timmermans, zijn Nederlandse evenknie, meldde zich kort na zijn ambtsaanvaarding in Parijs.


Als de Nederlandse premier het Franse staatshoofd wil spreken, gaat hij naar Parijs. Alleen bij hoge uitzondering komen Franse presidenten deze kant op. Jacques Chirac was in februari 2000 de laatste. Zijn opvolger, Nicolas Sarkozy, vond het bezoeken van kleinere bondgenoten zonde van zijn tijd. François Hollande komt vandaag wel, maar in de spaarstand: hij heeft zijn hele programma in een dag weten te persen.


Terwijl diezelfde Hollande zou kunnen uitgroeien tot het levende bewijs van de banden tussen beide landen. In Changer de destin, het boekje dat hij in 2012 als presidentskandidaat publiceerde, beschrijft hij zichzelf als nazaat van een protestantse Nederlandse familie, die in het midden van de 16de eeuw naar noord-Frankrijk vluchtte vanwege godsdienstvervolging. Daar vestigden ze zich in de buurt van Arras, bekeerden zich tot het katholicisme en adopteerden de naam van hun land van afkomst. De familie Hollande dus.


De vraag blijft wat we, buiten Stromae, eigenlijk te winnen hebben als we de banden met Frankrijk aanhalen? Vakgroepen die met sluiting worden bedreigd, verwijzen dan meteen naar de taal van Voltaire en Rousseau, en hoe zonde het zou zijn als die voor Nederland verloren zou gaan. Een verblijf van zes jaar in Frankrijk heeft mij ervan overtuigd dat daarin nog maar het begin van het antwoord schuilt. Schrijven is immers denken, een taal is gestolde cultuur, gestolde moraal, een gestolde manier van in de wereld staan die met anderen wordt gedeeld.


Omslachtigheid

Anders dan het op beelden gerichte Nederland is de Franse cultuur uit woorden gebouwd. Taal is alles in Frankrijk. Schrijvers, denkers, dichters, maar ook redenaars, rappers, tekstschrijvers - dat zijn de hoeders van de Franse identiteit, zoals die uit de taal opstijgt. In het Frans klinkt omslachtigheid, uiterlijk vertoon en dubbelzinnigheid door, maar ook precisie en nuance. Je hoort respect en trots, maar ook bravoure en effectbejag. Een Fransman maakt de dingen mooier dan ze zijn. Hij verleidt - daar kan Hollande van meepraten.


Het zijn dergelijke kwaliteiten die Frankrijk ons kan bieden. Je hoort ze in de teksten van Stromae (ook al is ie Belg), je leest ze bij Michel Houellebecq, je ziet ze in La vie d'Adèle van Abdellatif Kechiche. Ze zijn aan te wijzen in de bedrijvigheid waarin Frankrijk uitblinkt: de luxeproducten, of dat nu cosmetica is of drank, hogesnelheidstreinen of draagraketten.


Doelgerichtheid en effectiviteit, daarvan zijn we in Nederland in ruime mate voorzien. Een zekere bruutheid is er ook, die overigens door Fransen vaak als openheid wordt uitgelegd en als een kwaliteit wordt beschouwd. Juist daarom zou het goed zijn Frankrijk te omarmen. Niet alleen als vakantiebestemming, maar ook als tegenwicht voor de Angelsaksische culturele overheersing en de Duitse efficiëntie.


Wat de Fransen kunnen aandragen, dat is het plezier van de omwegen, de kunst van het versieren en de charme van een zekere gehechtheid aan het verleden.


Verwarrende deugden misschien, omdat ze voortkomen uit een dubbele moraal waarin Verlichtingsdenken en Roomse grondslagen naast elkaar doorklinken. Dat alles is ver verwijderd van onze calvinistische handelsgeest. En juist daarom als aanvulling waardevol. Mocht Hollande daartoe vandaag in Den Haag en Amsterdam een aanzet geven, dan is zijn bezoek de moeite waard geweest.


François Hollande komt één dag en het is geen staatsbezoek

François Hollande komt vandaag naar Nederland om de handelsbetrekkingen aan te halen. Het gaat om een eendaags officieel bezoek, geen staatsbezoek. De Franse president ontmoet in Den Haag koning Willem-Alexander, de voorzitters van Eerste- en Tweede Kamer en premier Mark Rutte. Hollande wordt bij Paleis Noordeinde door koning Willem-Alexander met militair ceremonieel verwelkomd, waarna koningin Máxima zich aansluit bij de ontvangst in het paleis. In Noordeinde is ook een lunch met het koningspaar en prinses Beatrix. Koning en president houden voor het eten een toespraak. Hollande bezoekt verder in Den Haag de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW). In het Scheepvaartmuseum in Amsterdam volgt een rondetafelgesprek tussen vertegenwoordigers van het Franse en Nederlandse bedrijfsleven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden