'Het wordt tijd dat mensen weer eens wat leren'

Pamela Koevoets schreef drie verhalenbundels, een roman en een kinderboek (De buurman van drie hoog, 1998). Michiel Romeyn is bekend van Jiskefet....

HET IS een merkwaardig duo. Zo zweverig als Koevoets kan klinken, zo nuchter is Romeyn. En zo spraakzaam als zij is, zo zwijgzaam is hij.

'Michiel is verlegen', zegt Koevoets moederlijk, 'dat is zijn geheime kant.' Al even goed bewaard is het geheim van Romeyns beeldende talent. Hoewel hij de grafische school en de Rietveld-academie heeft gedaan, vormen de illustraties in Assepoes het eerste werk dat hij publiceert. Felgekleurde aquarellen met fijne tekeningen erdoorheen. 'Van alles dwars door elkaar', noemt hij zijn eigen werkwijze laconiek.

Zijn illustraties doen niet meteen aan een kinderboek denken. Zo is er een prachtige plaat waarop de prins een enge, Munch-achtige kop heeft.

Romeyn: 'Eng? Dat vind ik niet. Hij schreeuwt, maar ze schreeuwen allemaal op deze tekeningen, is mij opgevallen. Iedereen schreeuwt. Om liefde.'

Koevoets vult aan: 'Assepoes is geen boek speciaal voor kinderen. Net als de sprookjes van Grimm: die zijn ook vreselijk gruwelijk, en de plaatjes al helemaal. Die vond ik als kind ook doodeng. Sprookjes gaan nu eenmaal over een duisternis in jezelf, over je nachtmerries en ook over je vreugdes. Daarom zijn ze zo mooi om steeds weer te vertellen, ook aan volwassenen.'

Nog afgezien van sprookjes ziet het ernaar uit dat de grenzen tussen de jeugd- en de volwassenenliteratuur beginnen te vervagen. Menig volwassene dweept met Toon Tellegen of Harry Potter, en steeds meer grotemensenschrijvers, zoals Nicolaas Matsier en Hermine Landvreugd, wagen zich aan een kinderboek.

Volgens Koevoets is dat een goede ontwikkeling: 'Het moeten ook geen gescheiden werelden zijn. Ik las op mijn dertiende Het fregatschip Johanna Maria van Van Schendel: dat heeft mijn taalgebruik gevormd. Toen was er nog geen kindercultuur. Nu grijpen veel volwassenen naar zogenaamde kinderboeken om bij uit te blazen. Dan gaat het vaak om ''universele kinderboeken'', sprookjes van Andersen bijvoorbeeld, of Winnie-the-Pooh, de boeken van Kipling of Alice in Wonderland.'

Om van Assepoes zo'n universeel boek te maken hebben Koevoets en Romeyn wel rekening gehouden met een jongere lezersgroep.

'Dat was het moelijkste juist', legt Romeyn uit. 'Iemand zijn kop eraf laten hakken, dat is niet leuk voor kinderen. Maar ik heb wel ergens een paard met een enorme slappe lul getekend.'

Koevoets heeft vooral het ritme van haar tekst aangepast. 'Eerst had ik het heel stijf in jambes staan, met eindrijm. Bloedserieus. Toen heb ik dat wat losser gemaakt; het moet toch vaart hebben voor jonge mensen. Ik heb het als een troubadour geschreven, met af en toe een binnenrijm, klankrijm, zodat het leest als een lied. Het heeft ook als ondertitel ''Een lied van vertrouwen''. Het is een heerlijk muzikaal boek om voor te lezen, je wordt gedwongen in het metrum en in de klank.'

Ook in de illustraties wilde Romeyn een zeker ritme brengen: 'Het heeft rock'n-roll, de tekst, er zit een enorme snelheid in de gebeurtenissen. Hetzelfde kun je bereiken met het afwisselen van kleuren; daarom had ik ze eigenlijk nog feller afgedrukt willen hebben. Ik had bij het werken harde House-muziek aan: Underworld. Fantastische band.'

Koevoets en Romeyn hebben het sprookje van Assepoester niet gemoderniseerd; het verhaal speelt zich af in een niet nader bepaald tijdperk en 'in een land heel ver weg, voorbij de grote stad en dan de rivier over en het bos door'. Ook de illustraties zijn tijdloos gebleven, en hebben verborgen sprookjesachtige motieven: wie goed kijkt ziet kabouters en puntmutsen, paarden en zwaarden.

Romeyn: 'Daar heb ik mijn best op gedaan, op die tijdloosheid. Ik moet eerlijk zeggen: ik had nogal plankenkoorts, ik sta liever voor een uitverkocht Carré. Heel spannend om iets van mezelf te maken. Zonder anderen, zonder al dat gedoe eromheen. Er gingen heel wat meters papier doorheen, maar uiteindelijk vind je een toon. Daarbij gaat het om het ondersteunen van de tekst, het meegeven van een sfeer. Illustreren, dat is altijd zo oubollig. Daarom probeerde ik een enorme distantie tot het verhaal te houden. Assepoes zelf is niet te duidelijk in beeld gebracht.'

Ondanks de tijdloosheid van het verhaal en de tekeningen, is Assepoester wel een écht meisje geworden, bang voor vuile nagels en een stomme jurk. 'Gewoon is zo lelijk', pruilt ze. En het gekat van haar stiefzusters verschilt weinig van wat er op de schoolpleinen gebeurt: 'Benauwd hier. Zweet je? Hoe heet je?' Assepoester en de prins zijn gewoon pubers, die zich moeten losmaken van hun jeugd om zichzelf en elkaar te vinden.

'Ik heb me laten inspireren door jonge mensen om me heen', licht Koevoets toe, 'door een liefdesgeschiedenis die zich onder mijn ogen afspeelde, tussen twee grotestadskinderen.'

Maar de queeste van Assepoester en de prins hoort ook bij sprookjes. 'Het zijn initiatieverhalen waarin de grote thema's aan de orde komen: hoe ga je om met de dood, wat is een vijand, wat is vreugde? Het gaat om de scheiding tussen hoofd en zintuigen, het alchemisch huwelijk tussen hemel en aarde.'

Enkele geijkte gegevens ontbreken aan het verhaal: er is bijvoorbeeld geen fee die een pompoen in een koets verandert.

Koevoets: 'In de Disney-verfilming is Assepoester een ontzettend truttig meisje; dat vind ik infantiliserend. Het is belangrijk dat het meisje zelfstandig is. Ze heeft geen God nodig, ze heeft geen papa nodig. Ze is een dochter van Moeder Aarde. Het is een meisje dat, als je heel goed leest, oude yogi-technieken toepast. Een echte Vestaalse maagd die het vuur beschermt, die zichzelf warm maakt en warm weet te houden. Dat is de opdracht van haar moeder: ze houdt het vuur bij zich.'

Ook in maatschappelijk opzicht heeft Koevoets het een en ander in het verhaal verwerkt. In het land van de prins woedt een oorlog, en in plaats van eerlijke handjeklap-handel is er smokkelwaar en zijn er 'papieren met schulden', waar mensen zoals de stiefmoeder zich mee verrijken. Pas als de prins zijn strijd heeft gewonnen, worden de rust en welvaart in het land hersteld.

Koevoets is niet bang voor een moraal in het verhaal: 'Op allerlei plekken in het boek kom je iets tegen waaraan je iets kunt hebben. De wereld is grimmig, en sprookjes doen daar een ander licht doorheen schijnen.' Romeyn valt haar bij: 'Het wordt tijd dat mensen weer eens wat leren.' Koevoets: 'Het heilzame van sprookjes is dat je door die oerbeelden ook je eigen leven beter ziet: wat er gaande is achter de opdringerige alledaagse werkelijkheid, achter de waan van de dag. Dan kun je je ook veel beter gedragen. Ik heb die symboliek serieus genomen, geprobeerd om met zo veel mogelijk respect dat sprookje uit te pakken. Ik weet hoe troostrijk symbolen kunnen werken als ze serieus genomen worden.'

Koevoets valt zichzelf in de rede: 'En nu heb ik geen zin meer', waarop Romeyn verzucht: 'Het is ook wel zwaar allemaal, met die symbolen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden