Het wordt dringen rond de verkiezingsmicrofoon

Welke Britse politici mogen meedoen aan de tv-debatten? Verkiezingen over drie maanden: het gesteggel over debatdeelname is een voorproefje van de onvermijdelijke coalitiebesprekingen later.

Britse politici praten met de pers. Beeld afp
Britse politici praten met de pers.Beeld afp

Ruim drie maanden voor de Britse verkiezingen steggelen omroepbazen en politici over de bezetting van de verkiezingsdebatten op televisie. Voor het eerst lijken dat debatten te worden waar wel zeven partijen deelnemen. Het typeert de versplintering van het politieke landschap in Groot-Brittannië, waar vanouds twee partijen de dienst uitmaken. De aanhang van de Conservatieven en Labour is dusdanig geslonken dat UKIP en de Groenen nu serieus genomen moeten worden

Verkiezingsdebatten zijn een relatief nieuw verschijnsel in het Verenigd Koninkrijk. Waar de Amerikanen al sinds de dagen van Kennedy en Nixon genieten van het politieke gooi- en smijtwerk, maakten de Britse politici pas vijf jaar geleden hun 'televisiedebuut'. Drie debatten leidden indertijd tot een heuse 'cleggmania'. De leider van de Liberaal-Democraten Nick Clegg had weliswaar niet veel nieuws te melden, maar hij oogde tenminste fris en jong in vergelijking met Gordon Brown en David Cameron. Laatstgenoemde had er meteen spijt van dat hij had ingestemd met de deelname van Clegg.

Nigel Farage (UKIP) Beeld reuters
Nigel Farage (UKIP)Beeld reuters

Het is dan ook Cameron die momenteel de meeste eisen stelt bij de samenstelling van de debatten. Nadat UKIP's Nigel Farage een uitnodiging had ontvangen, zijn concurrent ter rechterzijde, eiste de premier dat The Greens ook present zouden zijn. Deze partij heeft zich ontpopt als vluchtheuvel voor kiezers die teleurgesteld zijn in de Libdems. Het gevolg was dat ook de nationalisten uit de Keltische streken hun plekje in de schijnwerpers begonnen op te eisen, alsmede de linkse populist George Galloway. Zoals het er nu naar uitziet doen er zeven partijen aan een politiek kringgesprek mee. Alleen bij Channel 4 staat Cameron oog in oog met zijn naaste rivaal, oppositieleider Ed Miliband.

Het debat over de debatten belicht bovenal de versplintering van het politieke landschap. Van oudsher heeft Groot-Brittannië een tweepartijenstelsel. Tot een eeuw geleden waren de Tories en de liberale Whigs de twee grote partijen, waarna de nieuwe Labour Partij de plaats van de liberalen zou overnemen. In de jaren vijftig waren de Conservatieven en de socialisten goed voor 98 procent van de stemmen. Door de wederopstanding van de sociaal-liberalen, de groei van het nationalisme in met name Schotland en de opkomst van protestpartijen (The Greens, Respect en UKIP) ligt dat percentage nu op ruim zestig procent. Klein is fijn gebleken, ook in de Britse politiek.

Zodoende zijn de meest onvoorspelbare verkiezingen uit de eilandgeschiedenis in aantocht. De Conservatieven hopen dat ze worden beloond voor het herstel van de economie, het verbeterde onderwijs en de belofte van een EU-referendum, maar het ziet er niet naar uit dat ze na 7 mei alleen kunnen regeren. Dat de indeling van de kiesdistricten sterk in het voordeel van Labour is - de stedelingen zijn oververtegenwoordigd - werkt niet mee. Labour gebruikt de gratis gezondheidszorg als politiek wapen en probeert de Tories af te schilderen als rijkeluisgenootschap. De oppositiepartij wordt echter geassocieerd met de kredietcrisis. Milibands suffe imago werkt evenmin mee.

De Liberaal-Democraten hadden gehoopt dat de kiezers hen zouden belonen voor het nemen van regeringsverantwoordelijkheid na de grootste economische crisis sinds de jaren dertig, maar die hoop is ijdel gebleken. Met name studenten keren zich massaal af van Clegg en The Greens lijken de rol van de sociaal-liberalen als alternatief over te nemen. Aan het andere einde van het politieke spectrum profiteert Farage van de afkeer van de Westminster-elite en de problemen in euroland. In Schotland ondertussen is de populariteit van de SNP na het referendum en de leiderschapswisseling alleen maar toegenomen. Ook in Wales zijn de progressieve nationalisten aan een opmars bezig.

Veel (onbetrouwbare) opiniepeilingen

Er gaat geen dag voorbij zonder nieuwe opiniepeiling. Betrouwbaar zijn ze niet. In 2010 had niemand de uitslag juist voorspeld. De meeste opinieonderzoekers geven Labour nu een lichte voorsprong op de Conservatieven, maar ervaring wijst uit dat de regeringspartij in de laatste weken meestal terrein wint. Opvallend zijn de uiteenlopende prognoses aangaande UKIP, variërend van 11 tot 23 procent. Het probleem voor de Conservatieven is dat UKIP veel stemmen wegkaapt. Wanneer de tweede stem meetelt, zoals in 2011 was voorgesteld bij een referendum over een alternatief kiesstelsel, dan zouden de Tories waarschijnlijk makkelijk winnen. Uitgerekend deze partij streed tegen dit nieuwe systeem.

Hoewel de campagnes nog maar amper begonnen zijn, ziet het er vooralsnog niet naar uit dat één partij een werkbare meerderheid zal behalen, zoals in de hoogtijdagen van Margaret Thatcher en Tony Blair. Dat betekent dat de verkiezingen zullen worden gevolgd door het zoeken naar een coalitie en dat zal moeilijker verlopen dan in 2010. Immers, welke kleine partij wil zich, indachtig de heroïsche teloorgang van Cleggs Liberaal-Democraten, nog opofferen voor het landsbelang? Een alternatief is een minderheidsregering van Labour of de Conservatieven, die leunt op gedoogsteun. De problemen bij het organiseren van de televisiedebatten vormen een voorproefje van de formatie.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden