Het Wilde Noorden loopt verder leeg

Oud-kampbewoners, ex-criminelen en avonturiers bevolken Noord-Rusland. Jongeren trekken weg.

Van onze correspondentArnout Brouwers

INTA -De oude dieseltrein, die al een dag en een nacht onderweg is uit Moskou, staat stil in Kotlas. Het einddoel, Vorkoeta, ligt nog eens een dag en een nacht reizen verder. Boven elke wagon kringelt uit de schoorsteen de rook omhoog, uit evenzovele kolen gestookte kacheltjes. Binnen is het soms tropisch heet, buiten is het min 25, nog warm genoeg voor de gepensioneerde vrouwtjes uit het stadje om buiten de trein hun ingemaakte komkommers en gekookte aardappels te koop aan te bieden. Verder naar het noorden, waar het kouder is, blijven de perrons leeg.


Dima en Marina bedienen onze wagon. Bij vertrek in Moskou waren ze al stomdronken. Dima ('drie keer getrouwd, drie keer gescheiden') toonde daar de buitenlandse reiziger gierend van het lachen dat hij in het Engels (niet) tot tien kan tellen. Nu gooit hij extra kolen op de kachel en vertelt over zijn leven op de trein. 'We rijden dit traject nog op oude Oost-Duitse wagons uit de Sovjet-tijd, dat zijn de beste. Ze hebben hier weleens een nieuwe wagon ingezet, maar die bevroor.'


Hoewel ze elkaar eigenlijk zouden moeten afwisselen, zijn Dima en Marina altijd tegelijk dronken en slapen ze tegelijk hun roes uit - waardoor het soms heel warm is in de coupés en soms heel koud. Zoals soms de koffie en thee voorradig zijn, en andere tijden niet. Maar, zegt Dima, rijk wordt hij er toch niet van. 'Ik verdien voor een heen- en terugreis Moskou-Vorkoeta tweeduizend roebel (vijftig euro, red.), terwijl die reis me vijf dagen kost! Eigenlijk doe ik het alleen om mezelf te bedruipen en omdat ik graag mensen ontmoet.'


Op een van wodka, sigaretten en goedkope cognac doordrenkte nacht trekt Marina aan onze coupé voorbij, eerst om uit een theedoek nog een fles wodka te toveren - de voornaamste bijverdienste van het personeel. Later om, vergezeld van een vriendin en beide kirrend als kippen, de zilverkleurige houders van de theeglazen (eigendom van de Russische Spoorwegen) te koop aan te bieden voor 500 roebel (12,50 euro) per stuk.


Welkom in het Wilde Noorden van Rusland. Oud-kampbewoners, ex-criminelen en avonturiers met hun families, dat zijn de belangrijkste bloedgroepen van kolenmijnstadjes als Inta en Vorkoeta. In de vroege Sovjet-tijd werd je naar deze oorden verbannen om spoorwegen aan te leggen, huizen te bouwen en steenkool uit de grond te halen. Later werd je gelokt, door astronomische salarissen, een paar keer hoger dan het gemiddelde in de Sovjet-Unie. Kompels vlogen in het weekend naar Moskou om de bloemetjes buiten te zetten, als de weersomstandigheden vliegen toelieten. Maar die tijden zijn allang vervlogen.


Wie nu Inta binnenrijdt - vijf van de zes mijnen gesloten, deels ontvolkt, met sommige wijken die ten prooi lijken te zijn gevallen aan de permafrost - waant zich in een Stalin-achtig stadje dat letterlijk in de tijd bevroren is. Het hele autopark dat in de Sovjet-tijd is geproduceerd, is hier vertegenwoordigd, en verkeert in perfect bewaarde staat. Wellicht vanwege de droge noordelijke lucht, of omdat er simpelweg geen wegen zijn buiten het stadje: de federale weg houdt op boven Oechta, en dat is een heel eind naar het zuiden.


In het centrum staan als vanouds de borden langs de weg die de geweldige productiecijfers van de mijnen aanprijzen, alsof ze nog open waren. Uitingen van kapitalisme blijven beperkt tot winkels met de in Rusland universele aanprijzing: 'Producten'. De drie restaurants van Inta moeten het op een doordeweekse dag zonder gasten stellen. 'Maar dat is in het weekend ook zo hoor', zegt de hoogblonde serveerster van een Georgisch restaurant, die voornamelijk haar drie slecht geluimde bazen lijkt te bedienen.


In de Stolovaja, een kantine in het centrum van de stad die vroeger door de mijn werd gerund, is overdag wel wat rumoer. Behalve koolsalade, aardappelen en gehaktschijven, zijn sap en tien soorten wodka voorradig. Voor vijftig roebel (1,25 euro) kun je een liedje bestellen bij de zanger die in een hoek voor zich uit zit te staren. Wie een felicitatie erbij wil, betaalt het dubbele. Vanmiddag is er een begrafenis, zonder twijfel een vaak terugkerend sociaal hoogtepunt. Want Inta kampt met overbevolking van gepensioneerden.


Dat komt door de zogeheten 'noordelijke coëfficiënt', een overlevering uit de Sovjet-tijd, die betekent dat bij wet ieders salaris en pensioen verhoogd wordt met een vaste coëfficiënt, gerelateerd aan de ligging en het klimaat van de stad. In Inta is de coëfficiënt in totaal 130 procent van je inkomen, alleen in Vorkoeta (nog noordelijker) is die nog hoger: 140 procent.


Voor werkenden levert dat tegenwoordig weinig op, omdat de lonen simpelweg enorm zijn verlaagd. Maar wie een pensioen krijgt, profiteert wel. 'Het gevolg is dat hier de afgelopen twintig jaar iedereen die wat kon, is weggetrokken en wij met de gepensioneerden zijn blijven zitten', zegt Michail Boreskii, de burgemeester van Inta. Twintig jaar geleden woonden er nog meer dan zeventigduizend mensen in de stad, nu minder dan de helft daarvan.


Blijven of weggaan - alles draait om geld, zoals het hoort in een afgelegen wingewest. Bijna vierduizend mensen zijn weggetrokken met behulp van herhuisvestingsprojecten van de Wereldbank en de federale overheid. Die komen erop neer dat een gezin dat in aanmerking komt een voucher krijgt waarmee het waar ook elders in Rusland een huis kan krijgen van dezelfde omvang als hier.


'Daar wordt enorm mee gezwendeld', zegt Boreski. 'Bijna iedereen trekt naar Moskou, waar de huizenprijzen torenhoog zijn.' En dat terwijl in steden als Inta je huis minder waard is dan een nieuwe auto - en volgens sommigen zelfs minder waard dan een televisietoestel. Vervolgens kunnen gezinnen ofwel in het noorden blijven en het Moskouse huis verhuren of ze verkopen het Moskouse vastgoed, steken de winst in hun zak en kopen iets goedkopers in een andere stad. Het enige probleem is dat de wachtlijsten zo lang zijn, dus veel mensen trekken uiteindelijk zelf weg.


Het fortuin van Inta, zegt de burgemeester, hangt helemaal af van wat er nog uit de grond kan worden gehaald. 'Zonder grondstoffen heeft deze stad absoluut geen toekomst.'


Maar er zit wel degelijk wat in de grond: goud, kwartz, misschien zelfs olie- en gas in hoeveelheden die rendabel gewonnen kunnen worden als de nieuwe pijpleidingen van Yamal naar het Westen die Gazprom aanlegt, en die door het gebied lopen, klaar zijn.


Ook directeur Dmitri Dobytsjin van de laatste functionerende mijn beaamt dat de stad aan een zijden draadje hangt. 'Als wij geen kolen meer leveren voor de centrale die Inta verwarmt, kun je de hele stad wel opdoeken.'


Hij zegt dat de stad zijn mijn 30 miljoen roebel schuldig is (750 duizend euro), maar de plaatselijke journalist Michail Zjikov zegt dat de mijn zelf al tien jaar geen belasting heeft betaald en alleen zo 'winstgevend' kan blijven opereren.


Het is een vorm van sociaal-industrieel beleid dat zeker in het noorden van Rusland nog op grote schaal voorkomt.


De Barakoeda, een kleine cafeteria in het centrum, lijkt de enige plek waar leven is op een vrijdagavond in Inta. Een vijftal modieus ogende jongeren zit aan de koffie met zoetigheid. Het blijkt een reunie van klasgenoten: Vladimir (19), Jevgeni (17) en Olga (18) studeren in Moskou, Tatjana (18) in Vladimir en Dasja (18) in St. Petersburg. Allen zijn in Inta geboren. 'Mijn ouders zijn hier gekomen om snel geld te verdienen', zegt Vladimir, 'nu zoeken ze naar een manier om weg te komen.'


'De enigen die hier blijven, zijn zij die niet weg kunnen komen of die tevreden zijn met het rondhangen, bier drinken en roken', meent Jevgeni. Allen zijn ze van plan te blijven wonen waar ze nu studeren, behalve Olga die liever naar Parijs of Londen wil. ' Rusland is zo...' Ze laat het bij een diepe zucht.


Hoe anders denkt Ilsoer Golmoelin (50) erover. Hij werkt al bijna dertig jaar in de mijnen van Vorkoeta, de meest noordelijke buitenpost van de republiek Komi. 'Mijn vader kwam hier in de jaren vijftig naartoe uit Kazan. Hij werkte in de mijn en is daar ook gestorven; mijn broer werkte er, ik werkte er.' Tegenwoordig verdient hij een schijntje vergeleken met zijn salaris in de Sovjet-tijd, maar in tegenstelling tot zijn moeder, zijn broer en zijn twee dochters peinst Ilsoer niet over een vertrek. Het Noorden zit al in zijn genen.


'Ik ben hier geboren, ik vind het hier leuk. Of, nou ja, iemand moet hier toch wonen? Het klimaat went. Op een goed moment wordt je een vrijwillige gevangene van het Noorden. Het laat je niet meer gaan.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden