Het wilde leven vol Seks en Oproer van de Groningse bohemien

Het eeuwige leven: Kees van der Hoef (1935-2018)

Zanger, schrijver en dichter: Kees van der Hoef was het allemaal. Gezien zijn 'wilde levenswijze' werd de stadjer nog best oud, aldus zijn dochter.

Foto RV

Acht maanden na Plopatou is de andere bekende Groninger bohemien overleden. Zanger, schrijver en dichter Kees van der Hoef was minder controversieel dan Plopatou, maar wel een grotere kunstenaar.

Met name zijn boeken over Groningen, zoals het Groot Groninger Gedenkboek der jaren 60, zijn klassiekers. Van der Hoef werd de nestor van de Groningse cultuurwereld genoemd. In 1999 werd hij negende bij de uitverkiezing van 'stadjer' van de eeuw . In 2008 werd een prijs naar hem vernoemd. Hij ontving zelf als eerste deze prijs, die bestond uit 250 euro plus een pond gerookte paling, voor 'zijn verdiensten voor de literatuur in Groningen, voor zijn rol als aanjager van nieuw talent en z'n complete oeuvre'.

Van der Hoef overleed op 8 maart. Hij was de zoon van Anton van der Hoef, een Groninger café-eigenaar die na de oorlog onder meer het artiestenetablissement Chez Antoine aan de Turfsingel exploiteerde. Hier groeide hij op in een gezin van drie kinderen, tussen schrijvers en beeldende kunstenaars.

Rock-'n-roll en poëzie 

In de jaren vijftig kreeg Kees van der Hoef belangstelling voor de uit de VS overgewaaide rock-'n-roll. Toen in 1956 de film Rock around the Clock met de bekende hit van Bill Haley verscheen, mocht die in de stad Groningen uit angst voor rellen niet vertoond worden. Kees van der Hoef organiseerde daarop busreizen naar Hoogezand, waar de film wel was te zien. Zelf ging hij eind jaren vijftig zingen in de band Big Hill and The Rock Bombers. Later zou hij ook nog zanger zijn van Jan Hekert Experience.

Via het tekstschrijven voor de band begon hij met het schrijven van zowel Nederlands- als Groningstalige poëzie. Bekende bundels waren onder meer Javaanse Jongens en meer leed en De omgevallen boekenkast en andere poëzie.

Hij was met Plopatou en dichter Henry Hes de motor achter de Provo-partij die in de stad Groningen in de jaren zestig - in navolging van Amsterdam - aan de weg timmerde. Om niet op te gaan in het establishment noemden de drie Groningers die de Internationale Partij voor Seks en Oproer.

Samen met filmmaker Buddy Hermans op accordeon had hij een act waarin hij gedichten voordroeg - 'De dag begint, de dag gaat voorbij, de week begint, de week gaat voorbij' - en Hermans mineurklanken op de accordeon ten gehore bracht. 'Uiteindelijk lag ik dan op de grond. Wim de Bie hoorde ervan en gaf ons eind jaren zestig de kans voor de radio het stuk ten gehore te brengen. Dat leidde tot een tour door Nederland, samen met Johnny van Doorn en later ook Barend Servet', vertelt Hermans.

Latere leven 

Uiteindelijk zou Kees van der Hoef zich settelen met zijn vrouw Bep Scholma, met wie hij twee dochters kreeg. Maar een scheiding volgde toen zijn dochters 11 jaar waren. Hij werkte ook bij de drukkerij NV Erven B. van der Kamp, totdat die ten onder ging. Daarnaast was hij muziek- en filmrecensent voor Radio Noord en het Nieuwsblad van het Noorden, nu Dagblad van het Noorden. 'Hij nam mijn zusje en mij wel mee naar de bioscoop', zegt zijn dochter Helena van der Hoef. 'Maar een echt familiemens werd hij nooit, hoewel hij op zijn kamer wel een foto van ons en zijn kleinkinderen had.'

De schrijver koesterde zijn vrije leven. Hij maakte bloemlezingen van Groninger dichters en stelde fotoboeken over de geschiedenis van de stad samen. Bij zijn tachtigste verjaardag werd door Hermans een één uur durende documentaire over hem gemaakt, onder de titel Kees. Helena van der Hoef stelt dat hij gezien zijn nogal 'wilde levenswijze' nog behoorlijk oud is geworden. 'Gek genoeg mankeerde hij eigenlijk weinig.'

Meer over