'Het wielrennen moet terug naar de rivaliteit, dat lijkt me gezonder'

Met Het feest van list en bedrog heeft de Vlaming Chevrolet een uitzonderlijk sportboek geschreven. Non-fictie, want 'van fictie kun je geen fictie maken'.

Is de grote wielerroman al geschreven? Herman Chevrolet stelt de vraag om zelf het antwoord te kunnen geven. Hij graasde het Nederlandse en ook het Franse taalgebied af, en de conclusie luidt: nee, die roman is niet geschreven. En waarom niet? 'Omdat wielrennen van zichzelf al fictie is en van fictie kun je geen fictie maken.'


Deze boodschap (wielrennen is fictie) verkondigt Chevrolet in Het feest van list en bedrog, dat een dezer dagen verschijnt. Met de voltooiing van dit non-fictieboek denkt Herman Chevrolet te weten waarom hij zo veel van wielrennen houdt. 'Ik heb de geheime code gekraakt', zegt hij met een glimlach die je met een gerust hart veelbetekenend kunt noemen.


Zijn achternaam is van Zwitserse origine. De familie Chevrolet vindt haar oorsprong in een dorpje in de Jura. Er waren in dat dorp overigens twee families Chevrolet en nee, de man die naar Amerika trok om auto's te maken, is geen familie.


Hijzelf is een Vlaming die als kok in Amsterdam belandde. Dat beroep oefent hij tegenwoordig parttime uit. De ene week kookt Chevrolet in een klein restaurant bij hem in de buurt. De andere week fietst of schrijft hij. Dit is zijn derde boek over wielrennen en, denkt hij, ook het laatste. Met het kraken van de code lijkt alles wel gezegd.


Hoe is dat, om het wielrennen te doorgronden?

'Ik kan nu het wedstrijdverloop voorspellen. Neem de Ronde van Vlaanderen van vorig jaar. Ontsnapping van een paar man. Voorsprong van maximaal vijf minuten. Wordt beetje bij beetje ingehaald. Koppenberg, Taaienberg, grote schifting op de Berendries. Vijf, zes man gaan de finale in. Twee man ontsnappen op de Muur van Geraardsbergen. De namen kan ik niet invullen, het schema wel.


'Dat schema komt altijd terug, al is elke wedstrijd natuurlijk weer een genre op zich. Het is hetzelfde schema waaruit Hollywoodfilms zijn opgebouwd. Ik maak me sterk dat je dat als coureur ook kunt doorgronden en dat je daardoor telkens kort kunt eindigen.'


Tijdens het schrijven verloor Herman Chevrolet een tijdje de aardigheid in wielrennen. Nu het boek is afgerond, keert die weer terug.


Hoe ben je op het idee gekomen?

'Het begon met list en bedrog. Wielrennen is altijd een kwestie van die twee zaken geweest. Maar dat idee was me niet genoeg. Daarna kwam ik uit op de 36 dramatische situaties van Georges Polti. Volgens die theorie is al het drama tot 36 situaties te herleiden. Dat wilde ik op het wielrennen toepassen.


'Vervolgens herlas ik The hero with a thousand faces van Joseph Campbell, een briljant boek over klassieke mythologie. Dat boek werd een lei-draad voor Hollywood en is ook perfect toe te passen op wielrennen. Van wielrennen wordt altijd beweerd dat het de meest literaire sport is. Maar wielrennen is literatuur of misschien moet je wel zeggen dat wielrennen cinema is. Elke koers voltrekt zich volgens de wetmatigheden die zijn vastgelegd door Campbell.'


Daarbij onderscheid je de sport in drie tijdvakken.

'De eerste periode heeft als gemeenschappelijke noemer de wreedheid. Het is de list en het bedrog in pure vorm. Er worden trucs uitgehaald. Coureurs leggen een deel van het parkoers met de trein af. Fietsen worden gesaboteerd. Wielrenners worden vergiftigd.


'Met Fausto Coppi treedt de modernisering in. Het is de periode van de rivaliteit. Coppi tegen Bartali, Kübler tegen Koblet. Die rivaliteit maakt het wielrennen pas echt groot. De renners beseffen ook het belang ervan. Anquetil en Poulidor waren allang vrienden, maar ze speelden de rivaliteit omdat het goed was voor het verhaal. Die periode eindigt in 1989 met Fignon en LeMond.


'De waanzin, het laatste tijdvak, slaat op het dopinggebruik dat vanaf de jaren negentig het wielrennen in gijzeling neemt. Voor 1990 kon je nog wel een wedstrijd winnen als je niet aan de verboden middelen had gezeten, sindsdien kan dat niet meer. Hoe ver kun je gaan om een wedstrijd te winnen.'


Hoe ver?

'Het verst ging Bjarne Riis. Hij liet zich dusdanig volspuiten met epo dat hij andere medicamenten als bloedverdunners moest gebruiken om in leven te blijven. Dat was echt de totale waanzin.'


De 53-jarige Herman Chevrolet heeft met Het feest van list en bedrog een uitzonderlijk sportboek geschreven. In het namenregister staan de namen van de wielrenners Maassen en Nibali broederlijk naast die van de denkers Machiavelli en Nietzsche.


Het is een doorwrochte geschiedenisles waarin opvallend genoeg het wielrennen nooit een katholieke sport wordt genoemd 'Dat is een Nederlands verzinsel. Wat is dat, een katholieke sport? Is dat list en bedrog? Hebben de calvinisten dat niet? Ik heb in Vlaanderen nooit gehoord dat wielrennen een katholieke sport is.'


Chevrolet komt zelf uit een milieu dat hij monkelend omschrijft als de betere middenklasse. Zijn broers deden aan atletiek bij een vereniging waarvan zijn vader de voorzitter was. Wielrennen was leuk om zo nu en dan naar te kijken, maar de beoefening was iets voor de klassen die onder het betere midden zaten. 'Jammer, ik had graag coureur geworden. Wielrennen passioneert mij vanaf m'n 7de.


'Dat heb ik altijd vastgehouden, misschien wel vooral door het schrijven er over. Het heden begeestert mij minder. Lance Armstrong, het zal wel. Dat is gek, want Armstrong beantwoordt in alles mijn theorie. Eigenlijk is Armstrong de ultieme wielrenner en is zijn verhaal pure mythologie. Misschien is het wel té goed. Alsof het bedacht is.'


Je bent een nostalgicus?

'Ik zeg het niet graag, maar ik denk het wel. Vroeger maakte een renner met acht minuten achterstand in het klassement nog kans als de Pyreneeën nog moesten komen. De heroïsche strijd mis ik. Klassiekers werden ook bitsiger verreden dan tegenwoordig. Maar ik twijfel. De Giro vorig jaar was prachtig. Daarentegen viel de Tour erg tegen. Schleck en Contador die elkaar over de wang aaien. Ik gruw daarvan.'


Wat onderscheidt wielrennen van atletiek?

'Ik voel geen passie als ik naar atletiek kijk. Ik vind het mooi hoor, zeker de tienkamp. Maar ik mis de begeestering. Ze leveren strijd, maar er zijn te veel regels. Het is netjes.


'Natuurlijk, bedrog komt ook voor in andere sporten. Maar als het bekend wordt, is er altijd de verontwaardiging. Toen bleek dat Gretha Smit een plaatsje wilde kopen in een olympische wedstrijd stond iedereen op zijn achterste benen. Als zoiets in wielrennen gebeurt, kijkt niemand er van op. Sterker nog, het geld zou aanvaard zijn. Wie toch geen kans maakt, biedt zichzelf te koop aan.'


Dat zit in het ontstaan van het wielrennen?

'Andere sporten zijn ontstaan omdat het gespeeld werd of omdat het de geest kweekte. Wielrennen diende om je op te werken uit de armoede. Dus als er geld kon worden verdiend door te verliezen, dan deed je dat. Dat zit in het dna van het wielrennen. De coureurs komen nu vaak uit betere milieus en toch krijg je dat er niet meer uit.'


Aan het eind van zijn boek komt Herman Chevrolet uit bij de dopingkwestie van Alberto Contador. Daarbij zat de actualiteit hem op de hielen met een schorsing die een week later alweer ongedaan werd gemaakt. Zo gaan die dingen in het wielrennen van de 21ste eeuw. 'Als het wielrennen ergens kapot aan gaat, dan is het dat: al die partijen met hun eigen opvattingen en bevoegdheden.'


Niet aan doping?

'Ik denk dat de waanzin moet stoppen en dat we terug moeten naar de rivaliteit. Dat lijkt me gezonder, al heb ik geen moreel oordeel over doping. Ik ben er niet uit of je er tegen moet zijn of dat je het juist moet liberaliseren. Beter is zonder doping, maar dan moet iedereen zonder zijn.'


'Op zich zou het ook wel weer mooi zijn: een sport die alle grenzen van het welvoeglijke heeft overschreden en vervolgens aan alle kanten in elkaar stort. Moet ik nog een hoofdstuk aan het boek toevoegen. Na de waanzin volgt de tragedie. Het zou zomaar kunnen.'


In elk geval heeft de waanzin zijn lol in het wielrennen nooit vergald. De Tour de Dopage van 1998 beschouwt hij als een van de meest fascinerende afleveringen.


'Alles wat werd vermoed, kwam daar in al zijn grootheid naar buiten. En dan Bjarne Riis die namens de wielrenners de leiding op zich neemt, terwijl hij de grootste zondaar is. De werkelijkheid in haar meest absurde uitdossing.'


Aanvaarding is voor Herman Chevrolet het sleutelwoord. 'Ik heb als kijker alles aanvaard. Zoals ik een boek lees of naar een Hollywood-film ga, zo kijk ik naar het wielrennen. Wat je ziet, is niet echt. Als je het zo benadert, beleef je er weer genot aan. Misschien zit in die aanvaarding ook wel de redding van het wielrennen.'


En als het allemaal maar cinema is, wie is dan de gedroomde regisseur?

'Martin Scorsese, zonder twijfel.'


Herman Chevrolet: Het feest van list en bedrog; uitgeverij De Arbeiderspers; 420 pagina's; 25 euro

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden