Het wielerverdriet van Arie Afstap

Zoveel soorten van verdriet, verzuchtte de dichteres M. Vasalis in 'Sotto voce', ik noem ze niet. Het nieuwe literair-journalistieke tijdschrift De Muur, gemodelleerd naar het succesvolle voetbaltijdschrift Hard Gras en verschijnend bij dezelfde uitgever, belooft drie maal per jaar in te zoomen op een specifiek type verdriet, waar Vasalis in...

Die belofte doet de redactie (Bart Jungmann, Mart Smeets en Bert Wagendorp) niet openlijk, maar uit de beschouwingen, gedichten, interviews en foto's van het eerste nummer is niet anders af te leiden.

Jungmann komt er dicht bij: 'Wielrennen is het leven zelf. Dezelfde gezagsverhoudingen, dezelfde achterbaksigheden, hetzelfde opportunisme. Wielrennen is een schelmensport en naar mijn stellige overtuiging de mooiste sport om over te schrijven.'

Het gaat hier dus om méér dan het uitleven van een hobby. De schrijvers hebben ontzag voor de schelmen die soms slechts enkele jaren mogen vlammen in de piste van het circus, en die daarna worden gebroken door gekonkel in en buiten de ploeg, danwel door doping, slijtage of plotse pap in de benen.

Verbitterd of voldaan, hoe dan ook zullen ze hun verdere leven blijven terugkijken op hun tijd als godenzoon, toen ze nog veel te jong waren om zich te realiseren wat er volgen zou: het lange na-leven als ex-coureur, van het parcours verwijderd, het barre leven in gesmeten. Daar waar een fiets een fiets is en anders niets, en de melancholie kan toeslaan.

De Muur is een blad van mededogende bewonderaars die de uitgereden jongens van weleer opzoeken met de dwarse romantiek van de fan die zijn helden nooit zal loslaten.

Jan Siebelink interviewt Michael Boogerd, die de Tour-proloog van 1999 welgemoed aanving maar finishte als 146ste: 'Ik raakte in een verkeerde roes, die van de verliezer die hoon over zich afroept. Nooit zo sterk als toen heb ik gehunkerd naar een schouderklopje en het viel me tegen dat er nooit een verslaggever is geweest die eens op een andere toon begon, een andere invalshoek nam, een toespeling maakte op het proces dat in mij plaatsvond, dat verbeten gevecht.'

Die schade wordt in De Muur keer op keer opgemeten en zodoende enigszins verzacht, al komen de verslaggevers steevast te laat. Maar daardoor pikken ze wel een scheut onversneden wielertragiek mee, en die pijn verhoogt het leesgenot in niet geringe mate.

O, de gevallen held Frank Vandenbroucke, die dit jaar werd opgebracht als een crimineel, met een huis-epotheek die er niet om loog. O Teun van Vliet, die moest stoppen op zijn 27ste en nu eetcafé De Pomp in Baarle-Nassau drijft. O Arie van Wetten van café het Wapen van Hillegom - maar óók 'Arie Afstap', omdat hij op 28 juni 1957 in de hel van Normandië de bezemwagen opzocht: 'Op is op. Je bent toch maar een mens.' O, die dertiende Tour-etappe van 1950, toen Abdelkader Zaaf ladderzat tegen een plataan stortte, opkrabbelde en vijftig meter terug fietste, het peloton tegemoet, opnieuw omviel en per ambulance werd afgevoerd.

Alle godenzonen rijden eens op tegen de muur, die soms de gedaante van een plataan aanneemt. Het is de muur van het besef, toch maar een mens te zijn. De Muur brengt die heroïsche vergeefsheid gepast in kaart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden