Het Westen schaft zich af

DERK JAN EPPINK

De onmacht rond Syrië bezorgt het Westen de grootste politieke afgang sinds de crisis om het Suezkanaal in 1956, toen Britse en Franse troepen de aftocht moesten blazen na de mislukte poging de Egyptische leider Nasser te verdrijven. De VS namen de rol als 'ordenende macht' over, maar president Obama heeft die Amerikaanse positie verprutst met zijn beleid van leading from behind. Amerika abdiceerde als wereldmogendheid. Obama, de aartstwijfelaar, zit met slechte opties in zelfgemaakte dilemma's.

In 2008 sprak Obama, als presidentskandidaat, in Berlijn tot de 'burgers van de wereld'. Hij wilde Amerika, als beoogd opvolger van George Bush, weer populair maken. Amerika vermeed machtspolitiek en werd veredelde toeschouwer. Obama is door de feiten ingehaald. Hij schiep in het Midden-Oosten een leegte die door anderen werd opgevuld. Zijn enige troost is dat Europa evenzeer de plank missloeg. De crises in Egypte en Syrië zijn toonbeelden van een smadelijke afgang.

In Egypte probeerde Obama een brug te slaan naar 'gematigde moslims'. Na het vertrek van president Mubarak eiste Amerika verkiezingen, die niet 'gematigde moslims' aan de macht brachten maar de Moslimbroeders. De Amerikaanse ambassadeur in Egypte, Anne Patterson, prees de nieuwe president Morsi in de 'transitie naar democratie'. Morsi was echter bezig met een transitie naar theocratie: hij verordende volmachten, liet journalisten opsluiten en kwam met een radicaal-islamitische grondwet. Miljoenen Egyptenaren zagen een islamitische staat opdoemen en demonstreerden. Obama zag niets. Uiteindelijk werd Morsi gestopt door het Egyptische leger.

Daarop strafte Obama het Egyptische leger. De EU kwam met sancties en de Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands Beleid, Catherine Ashton, bezocht Morsi in de cel. Morsi was echter de grootste bedreiging voor drie strategische belangen: de pro-westerse verankering van Egypte, een open Suezkanaal en het vredesakkoord tussen Israël en Egypte. Het Egyptische leger voorkwam een 'Iran aan de Nijl'. Obama had zich vervreemd van drie cruciale bondgenoten in de regio: Egypte, Israël en Saoedi-Arabië.

Het Syrische drama is nog groter. Twee jaar sprak Obama nauwelijks over de burgeroorlog. Hij was bezig met zijn herverkiezing. In de tussentijd liep niet alleen het aantal doden op naar honderdduizend, maar verdampten ook zijn opties, zoals de instelling van humanitaire zones en een vliegverbod van de Syrische luchtmacht. Vervolgens trok hij een rode lijn: geen inzet van chemische wapens. Veertien keer gebeurde dat toch. Obama deed niets. De vijftiende keer was er dodelijk gebruik op grote schaal. Obama moest wel iets doen. Maar intussen was de Syrische oppositie een warboel van rivaliserende groepen, terwijl president Assad steun kreeg van Rusland en Iran.

Obama zocht vervolgens legitimering voor een militaire operatie bij de Verenigde Naties, samen met de traditionele Britse bondgenoot. Maar de Britten haakten af. Voor het eerst sinds premier Lord North in 1782 kreeg een Britse premier geen militair ingrijpen door het parlement. Boven Westminster hing het spook van Irak. Een volkenrechtelijk mandaat voor een afstraffing van Assad komt er niet; Rusland en China hebben een veto. De inspecteurs van de VN komen ongetwijfeld tot de conclusie dat chemische wapens zijn gebruikt, maar niet met een schuldtoewijzing.

Nu zoekt Obama steun van het Congres. Weer uitstel. Obama moet uiteindelijk doen wat hij altijd bestreed: unilateraal bombarderen. Maar eigenlijk heeft hij de strijd al verloren nog voordat er een kruisraket is afgevuurd. In de ogen van Assad, Iran en Rusland symboliseert Obama het zwakke Westen. Nog even, en Obama raadpleegt na het Congres ook nog een helderziende.

Het drama is dat een onmiskenbare oorlogsmisdaad ongestraft blijft. De twee grootste autocratische regimes ter wereld, Rusland en China, interesseert dat niet. Het 'Westen' pretendeert - althans in theorie - de basiswaarden van de internationale orde te beschermen. Daarbij kan het zich niet laten gijzelen door een veto van Rusland en China. Het Westen moet leiderschap tonen met een politieke alliantie, voldoende middelen en de vaste politieke wil om zonodig op te treden. Dat vereist Amerikaans leiderschap. Maar Obama ontpopt zich tot lachertje, en de meeste Europese landen verstoppen zich achter een 'volkenrechtelijk mandaat' waarvan ze weten dat het niet komt.

Op het wereldtoneel krijgen de bruutste leiders een vrijbrief. Wat weerhoudt Iran nog van een atoomwapen? Niets. Dat is de prijs van een Westen dat zich afschaft.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden