Het wespennest van de dorpspolitiek

Dit is een verhaal over de Taliban in Uruzgan. Daarin figureren geen gelukkige dorpelingen, wat de Taliban ook mogen beweren over de tevredenheid in het distict Char Chineh. Gewone burgers zijn meestal niet blij met de klop op hun deur van hongerige mannen met kalasjnikovs in hun handen die voedsel en onderdak eisen. Maar evenmin zijn ze blij met de lokale politieman die geld vraagt, en met de vreemd uitziende militairen die hun huis komen binnenvallen. Dat soort frustraties drijft hen in de armen van de Taliban.

‘Gekrenkte eer is een belangrijke motivatie om de wapens op de pakken’, zegt Martine van Bijlert, die jarenlang onderzoek deed in Uruzgan en daarover een hoofdstuk heeft geschreven in het boek: Decoding the new Taliban, een bundel over de opstand, die deze zomer uitkomt. ‘De samenleving is keihard. Als je bijvoorbeeld bent afgeperst door een rivaal die bij de politie zit, dan ben je zwak in de ogen van anderen. Terug slaan wordt heel belangrijk. Je kunt wraak nemen door je bij de Taliban aan te sluiten.’

Niet grootse ideologie maar dorpspolitiek is de grootste drijfveer van de Taliban in Uruzgan, zegt Van Bijlert, die onderdeel uitmaakt van denktank Afghanistan Analysts Network in Kabul. ‘Stammen en substammen hebben tegenover elkaar gestaan in het verleden. De ene groep heeft bijvoorbeeld een keer de wapens afgepakt van de andere groep. Dan is er een conflict dat later uit de hand kan lopen.’

Een ruzie over een brommer in een meloenenveldje liep in augustus 2007 uit op een gewapende confrontatie. De dief was een Talibanstrijder, en de boze brommerbezitters gingen verhaal halen bij mensen die goede contacten hadden met de Amerikaanse Special Forces. Het gevecht eindigde met artilleriesteun van de Amerikanen. De confrontatie zal de geschiedenisboeken ingaan als een gevecht tussen de Taliban en de Amerikaanse Special Forces. ‘Dat is dan het label dat er op wordt geplakt’, zegt Van Bijlert. ‘Iets knulligs wordt iets groots. Achter grote labels zitten vaak mensen die kleine dingen aan het uitvechten zijn.’

Mullah Wali vecht al dertig jaar, dus ruim voor de Nederlandse en Amerikaanse troepen naar Uruzgan kwamen. Eerst in het verzet tegen de Russen, later tegen andere verzetsgroepen (mujahedin). ‘In het begin van de jaren negentig beloofde onze groep de wapens neer te leggen en naar huis te gaan. Dat heb ik gedaan. Maar toen ik thuis zat, kwam een andere groep ons lastig vallen.’

Mullah Wali sloot zich aan bij de Taliban, een nieuw opgekomen groep van strijders die de gefragmenteerde en corrupte mujahedin binnen korte tijd versloegen en hun eigen regime vestigden. Maar de oude machthebbers kwamen terug na de val van de Taliban in 2001. Met dank aan de Amerikaans geleide troepenmacht.

Een van hen was Jan Mohammed. De gouverneur van Uruzgan joeg met behulp van de Amerikaanse Special Forces op Talibanstrijders, die echter in veel gevallen hun wapens hadden neergelegd en naar huis waren gegaan. De vernederde mannen pakten de strijd weer op. Op aandringen van de Nederlandse regering werd Jan Mohammed in 2006 ontslagen, maar het was te laat. Mullah Wali: ‘Ik zat in Pakistan, maar de Taliban daar dwongen me om terug te gaan en te vechten.’

Onwetendheid van westerse militairen over de dorpspolitiek in Uruzgan is gevaarlijk. Elke vergissing van Amerikaanse, Australische en Nederlandse troepen in Uruzgan speelt de Taliban in de kaart. Dat wordt ook duidelijk uit het verhaal van parlementariër Abdul Khaleq. Zijn steun is van groot belang voor de regering en International Security Assistance Force (ISAF) in Uruzgan. Maar na een serie blunders is zijn geduld met hen bijna op.

In de zomer van 2006 raakten zijn vrouw en zijn zoon gewond bij een (vermoedelijk Australische) beschieting, in 2007 doodde Nederlandse artillerievuur ongeveer 50 mensen in zijn dorp bij de Slag om Chora, en vorig jaar schoten de Australische militairen per ongeluk zijn bondgenoot Rozi Khan dood.

‘Ik ben bepaald geen vriend van de Taliban, maar ik zal me bij ze aansluiten als dit zo doorgaat’, waarschuwt Khaleq. ‘Het ergste vind ik de huiszoekingen. Het is een enorme belediging in Afghanistan als je onaangekondigd iemands huis binnenvalt, zoals de Australiërs doen. Ze springen zomaar onze muren over. Dat kan echt niet hier.’

De fouten die de westerse militairen maken wakkeren antibuitenlandergevoelens in de provincie aan, zegt Martine van Bijlert. ‘Mensen vechten in de eerste plaats vanwege lokale conflicten. Maar het kan ideologisch worden als ze zijn gearresteerd of gebombardeerd door westerse militairen.’

In hoeverre de bevolking van Uruzgan een nieuw Talibanregime zien als goed alternatief voor het huidige bestuur en haar westerse bondgenoten, is de vraag. Behaalde resultaten uit het verleden tellen mee in Uruzgan, en veel mensen hebben geen goede herinnering aan de Talibantijd. ‘Als de Taliban het niet zo beroerd hadden gedaan in Uruzgan, zou iedereen ze nu steunen’, zegt parlementariër Abdul Khaleq.

In een poging de ‘hearts and minds’ van de lokale bevolking te winnen bouwen de Taliban aan een schaduwbestuur, op aanwijzing van het leiderschap in Quetta. Naast de officiële gouverneur is er een Talibangouverneur, naast de officiële politiecommandant een Talibanpolitiecommandant. Het enige dat nog ontbreekt, is dat in de kantoren een staatsieportret aan de muur hangt van mullah Mohammed Omar.

De Talibanbestuurders leggen verantwoording af aan ‘Quetta’, en worden volgens sommige goed ingevoerde bronnen betaald met geld van de Pakistaanse inlichtingendienst. Talibangouverneurs zouden dat inkomen aanvullen door de officiële bestuurders af te persen.

Dit schaduwbestuur overziet twee parallelle Talibannetwerken in Uruzgan, aldus Van Bijlert in Decoding the new Taliban. Het ene opereert in het westen, het andere in het oosten. Mullah Wali is een laaggeplaatste commandant in het westelijke netwerk. Elke paar maanden krijgt hij een nieuwe lichting strijders, veelal werkloze jongens die uit Uruzgan en de buurprovincies komen. ‘Het is ons beleid om ze niet te lang in één dorp te laten blijven. Dan krijgen ze namelijk contact met de lokale bevolking en kunnen onze vijanden hen gaan misbruiken.

Geld moeten mullah Wali en zijn mannen zelf verdienen. Ze beveiligen opiumkonvooien en ze heffen ‘belasting’ op de lokale papaverteelt. Nu het oogsttijd is hebben de boeren aan mullah Wali en zijn mannen gevraagd om de strijd tijdelijk te staken. Mullah Wali: ‘Daar luisteren we naar.’

De afpersingspraktijken en intimidatie door Taliban maakt dorpelingen ongelukkig. Bovendien trekt hun aanwezigheid ook ander geweld aan; bombardementen, huiszoekingen en patrouilles. Een toenemend aantal dorpen in Uruzgan probeert daarom iedereen buiten de deur te houden. Dat kan op twee manieren: tegen de Taliban zeggen dat het dorp zich aansluit bij hen, maar dat ze zelf voor hun veiligheid zorgen. De andere manier is om tot een akkoord te komen met de Taliban én ISAF. Daar ligt een cruciale kans voor het lokale bestuur en de buitenlandse troepen in Uruzgan.

‘Wij hebben de lokale Taliban ervan overtuigd dat ze moeten stoppen met vechten’, zegt malem Manan, een prominente stammenleider ten oosten van Tarin Kowt. Nu is hij in gesprek met ISAF en het lokale bestuur om de huiszoekingen te staken. ‘Wij zijn blij met de Nederlandse troepen, en we zijn heel hoopvol.’

Dit is een weg naar vrede in Uruzgan, denkt Martine van Bijlert. ‘Hulp van stamoudsten die vrede willen, is onontbeerlijk. Het moet er voor de Nederlandse en Amerikaanse militairen niet om gaan de oorlog te winnen, maar om stabiliteit te bereiken in de provincie.’

Dat vergt een verandering van het westerse beleid in Afghanistan. ‘Na de val van de Taliban heeft het Westen de mensen met de meeste macht en geweldsmiddelen gesteund en dat heeft problemen opgeleverd’, zegt Van Bijlert. ‘Nu moeten ze niet hetzelfde doen met de Taliban in een verzoeningsproces: de haviken van die kant binnenhalen. Mensen die echt vrede nastreven, om hen moet het gaan.’

Taliban zullen hoe dan ook blijven vechten, denkt een Afghaanse Uruzganexpert die uit veiligheidsredenen niet met naam genoemd wil worden. ‘Het is te laat. De opstand is een bedrijfstak geworden, met gigantische inkomsten. Uit opiumsmokkel, afpersing en diefstal, maar vergeet ook niet het geld dat uit Pakistan komt.’

Zal mullah Wali ooit stoppen met vechten, met het maken van bomvesten? ‘Ik vecht, want ik ben kwaad’, zegt hij. Maar het Nederlandse publiek indachtig, heeft hij wel een eisenpakket waarvan de inwilliging zijn humeur zou kunnen verzachten. ‘We willen een rechtvaardig bestuur dat wegen aanlegt in ons dorp. We willen een kliniek, een school en een waterpomp. We willen werk en een salaris. Verder willen we dat de buitenlandse militairen vertrekken. Dan zijn wij tevreden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden