Column

Het werd tijd voor de herfst

Ik, Arthur van Amerongen

Ik was toch weer even op het strand, ondanks de mensonterende temperatuur. Noblesse oblige en ik droeg het linnen zomerkostuum dat ik van papa erfde. Ik was neergezegen in een ligstoel die mij inclusief parasol slechts 10 euro kostte.

Beeld Gabriel Kousbroek

Er stonden zeker honderd Portugezen in badkleding in een kring naar een meneer te staren die manisch met zijn handen in het zand groef. Even dacht ik dat het Pokémongedoe was, maar niemand had een telefoon.

Misschien was de goede man tijdens het vorige afgaand tij een muntje verloren, of zijn trouwring. Met een net zeefde hij het drassige zand. Niemand van de omstanders zei of vroeg wat.

Dat onmondige van de Portugees bevalt me. Het is er destijds natuurlijk flink ingeramd door de PIDE, de geheime dienst van dictator Salazar, maar het bijkomend voordeel is dat er hier niet zo veel en hard wordt geschreeuwd als op het strand van Renesse.

Inmiddels was er een uur verstreken. Ik zag de vloed oprukken maar zei niets. Toen dacht ik aan Heere Heeresma, Herman Pieter de Boer en Bob den Uyl. Die zouden over zo'n absurd tafereel een geestig verhaal geschreven hebben. Ik ben echter slecht in verzinnen, anders zou ik wel een verdwaalde boerkini in de column proppen.

Ik was op de stranden van Egypte, Syrië en Tunesië en eerlijk gezegd zag ik daar nooit kikvorsvrouwen.

Wel waren er volledig ingepakte dames die gingen badderen terwijl hun mannies - vaak vadsige kereltjes met haar op de rug, in voor hun begrippen hippe bermuda's - lekker getapt deden tegen Zweedse toeristes of met hun gabbers chill lurkten aan een waterpijp.

Het toerisme in die landen is nu morsdood. Alleen Marokko doet nog goede zaken. Dat is dan ook een fatsoenlijk land al wemelt het er van de kommersjele sekswerksters, of het nou in Al Hoceima in de Rif is, in Club 555 in Tanger of in de Candy Crash Club in Casablanca.

Maar goed, ik beschouw die schuinsmarcheerderij als couleur locale. Bovendien is het veel onderhoudender dan die eeuwige slangenbezweerders, beroepsbrievenschrijvers, lepralijders en cyclopen op het Djemaa el Fna, het centrale plein in Marrakesh.

De drank sloeg eindelijk aan. Noodgeil en vol herenleed loerde ik naar het babyvet van Portugese schoolmeisjes die nog niet aan de snor waren. Daar zat ik maar, te zweten als een moslima in een boerkini. Of als Gustav von Aschenbach in Morte a Venezia van Visconti maar dan zonder cholera. Ecce homo.

Het werd tijd voor de herfst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.