Het werd hoog tijd voor een leesblad

Het antwoord op deze krachtige vraag blijkt niet zo een twee drie te geven. Vooral omdat het weerbarstige lid slechts in bedwang gehouden wordt door een 'elastiekloos boxershort' wat wil zeggen dat het eigenlijk helemaal niet in bedwang gehouden wordt....

MICHEL MAAS

'Wat doe je met een erectie op een begrafenis?'

Met deze uitleg erbij wordt die eerste zin, als tekst, meteen al stukken minder. Maar toch: je blijft nieuwsgierig. Waar moet dat heen, en vooral: waar komt dat ding vandáán, op een begrafenis? En een nieuwsgierig mens leest verder, daar gaat het om.

'Wat doe je met een erectie op een begrafenis?' is van Jochem Zicht (1970), en opent het verhaal Sloggi. Bovendien opent de zin het eerste nummer van de eerste jaargang van De Ruigte. De Ruigte is een tijdschrift dat er hoognodig moest komen. Er worden véél tijdschriften uitgegeven die hoognodig moesten verschijnen. Tientallen. Omdat het met tijdschriften net zo is als met orde: zodra die gevestigd raakt, wordt ze verdacht, en wordt er van links en van rechts tegen geschopt:

De bestaande literaire bladen wekken de indruk vooral voor en door een kleine incrowd geschreven en verkocht te worden. Wij wilden een blad maken met een lagere drempel, waarin ook mensen kunnen schrijven die niet bij het ene of andere kringetje zijn aangesloten.

De drempel is laag, dus heeft het geen zin om hier te klagen over de kwaliteit van elk kort verhaal, of over de (on)begrijpelijkheid van gedichten (Twee violen zenden door klagende snaren,/ Bach's sonates over schilderingen/ die, nog nat, hun eigen liederen zingen,/ tot ze zich nestelen in jouw haren). Als het je niet bevalt gooi je De Ruigte maar weer weg.

Er zijn geen beginselen, en geen andere pretenties dan dat er geschreven en gelezen moet worden.

Misschien is dat de tijdgeest?

In Groningen is net het eerste nummer verschenen van Schrijver & Caravan. En ook daar:

Schrijver & Caravan is geen partijorgaan van enige literaire stroming. Evenmin probeert het 'de stem van een nieuwe generatie' te zijn. Het enige doel dat wij nastreven, is het samenstellen van een voor lezers zo interessant mogelijk 'leesblad'.

Het idee van dit blad is simpel: ze hebben een caravan, die hebben ze aan alle schrijvers van Nederland aangeboden. Wie in de caravan wil verblijven moet per nacht een A4-tje tikken voor het tijdschrift.

Terwijl De Ruigte louter onbesproken talent uit Nijmegen en omstreken presenteert, heeft Schrijver & Caravan al tekst ontvangen van gevestigde auteurs als Dirk van Weelden en Atte Jongstra.

De caravan zelf (die in Onnen staat) speelt nauwelijks een rol - wat niks geeft want de reglementen zijn soepel: 'Bijdragen moeten handelen over caravans, òf geschikt zijn om in een caravan te worden voorgelezen.' Verhalen gaan over reizen, kruipen in de modder, popconcerten of hard dansen in Delfzijl, en poëzie gaat over neuken.

Alleen Atte Jongstra laat zich verleiden tot Caravan Correcte Poëzie: . . .ik heb me heus goed voorbereid:/ bedrading in orde, draai- en/ koppelpunten kwistig gesmeerd,/ het aanrecht loopt weer: als/ ik zeg we kunnen, dan kunnen we.

De enige overeenkomst tussen de auteurs is het tijdschrift waarin ze staan. Daardoor is ook Schrijver & Caravan een pretentieloos allegaar geworden. Wat je de makers van een landelijk verspreid blad kwalijk zou kunnen nemen, als het niet hun opzet was geweest. Nu kun je hoogstens weer zeggen: de slechte helft gooi je maar weg. (En vooral een verhaal dat zo durft te beginnen: 'Sinds Lotte en ik uit elkaar zijn, durf ik ook de was niet meer bij haar te doen. Ik kan de gedachte niet verdragen dat de onderbroeken waarin mijn lid zich om harentwille verhief als slappe vaatdoeken in haar wasmand komen te liggen.')

Dan is er ook nog Ruim:

Ruim combineert het maken van spraakmakende artikelen en interviews met verhalen en gedichten waarin de werkelijkheid anders wordt belicht dan we gewend zijn in het huidige literaire klimaat.

Hoe 'anders' wordt niet meteen duidelijk. Ruim bevat een schools interviewtje met de schrijfster van voornamelijk historische biografieën, Ruth Wolf (1918), en een fragment uit haar nieuwste boek Geliefden van Narcissus - over de vrouwen in het leven van Rainer Maria Rilke. Ruim bevat een verhaal over een kip die in trance haar eigen kop op het hakblok legt, en verder heel ouderwetsige poëzie (Maar ik kom, ik behoor je toe./ Dit sprekende toebehoren als/ een wijze van bestaan.)

En Ruim bevat een essay waarin Hendrik van Teylingen de verpleeghuisarts Bert Keizer te lijf gaat. Keizer schreef het boek Het refrein is Hein, met als strekking: we moeten allemaal dood, en alles wat dat ontkent - geloof in reïncarnatie, hoop op een hiernamaals - is onzin.

'En zomaar, helemaal zomaar, inderdaad niet anders dan zomaar, reikt dokter Bert Keizer in zijn verpleeginrichting de gifbeker ook aan patiënten die nog een eind voort zouden kunnen maar die hij wegens zijn drakerige verwerping van een hoopgevende levensbeschouwing niet aan de moed wenst te helpen om zich te geëigender tijd, popelend van tot het uiterste gerekte verwachting, door de zoete dood te laten omhelzen.'

Een vuurspuwende Van Teylingen is bij vlagen leuk om te lezen. Maar zijn stuk kan het muffe Ruim niet redden. Dan toch duizendmaal liever een 'leesblad'.

Michel Maas

De Ruigte. ¿ 6,-. Piet Heinstraat 37, 6512 GR Nijmegen. Schrijver & Caravan, ¿ 7,95. Ruim no. 4 ¿ 25,-.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden