Het water induiken om een drenkeling te redden - zij deden het

Elk jaar verdrinken in Nederland ruim tweehonderd mensen. Een veel groter aantal drenkelingen kan het nog navertellen dankzij een redder. Hier vijf verhalen van degenen die het water indoken voor een ander.

Helen van DijkBeeld Morad Bouchakoer

Albert (43) en Kevin ten Kley (17) doken het ijskoude water in om Helen van Dijk (20), te redden.

Helen: 'Mijn moeder had me gewaarschuwd dat het glad kon zijn onderweg. Zij kwam net uit de nachtdienst en ik mocht met haar auto naar m'n stage.' Via de Kamperzeedijk reed Helen richting Almere. Al in de eerste scherpe bocht voelde ze dat haar auto weggleed. 'Ik probeerde nog bij te sturen, maar voor ik het wist ging ik van de ene naar de andere kant van de weg. Als ik maar niet het water inrijd, ging er door me heen.' In het volgende ogenblik verloor Helen de macht over het stuur. Ze stuiterde over de stoeprand, raasde over het fietspad, reed de dijk over, zo het ijskoude water in.

Op dat moment kwamen Albert en zijn zoon Kevin vanuit IJsselmuiden aan op de Kamperzeedijk. Ze waren te laat opgestaan; met de auto zou Kevin nog wel op tijd komen op zijn school in Genemuiden. Toen ze de bocht op de dijk indraaiden, zagen ze nog net hoe de auto van Helen op het water klapte en het water hoog deed opspatten.

Kevin: 'Ik zei: wat moeten we doen, pap? We gaan erin, zei hij.' Albert zette zijn auto langs de kant, trok zijn jas en schoenen uit en dook het water in. Kevin deed hem na. Het water was 4 graden, de kou sloeg direct op hun longen.

Albert probeerde de deur aan de bestuurderskant open te trekken, maar die kreeg hij niet open. Kevin: 'Via de motorkap zwom en klom ik naar de andere kant. Ik hoorde Helen schreeuwen. Opeens ging de autodeur open en kon ik Helen uit haar auto trekken. Het ging zo snel; ik weet niet meer hoe die deur openging.'

Albert: 'Wij geloven in God. Ik denk dat dit allemaal gestuurd was. We waren laat opgestaan, zijn nog terug naar huis gereden omdat we iets waren vergeten en daarna werden we opgehouden door een langzaam rijdend busje voor ons. Anders waren we Helen allang voorbij geweest.'

Een kwartier later zat Helen weer thuis. Haar vader was gebeld door een voorbijganger die haar had herkend. Niet lang na het ongeluk reed Helen, op aandringen van haar ouders, weer in het donker over de Kamperzeedijk. 'Anders durf je nooit meer,' zeiden ze.

Beeld Morad Bouchakoer
Beeld Morad Bouchakoer

Jurriaan en Boban (beiden 18) redden een 86-jarige man en zijn scootmobiel uit het water.

Het was zomervakantie, de eindexamens waren net achter de rug. Jurriaan en Boban fietsten over de Ruigenhoeksedijk in het Utrechtse Groenekan op weg naar een meertje om te zwemmen toen ze hulpgeroep hoorden. In het water zagen ze een oude man nog vastgegespt in zijn scootmobiel steeds verder naar de bodem zakken. 'Er was verder niemand,' zegt Boban. 'Wat moesten we doen!? Het leek alsof m'n hoofd heel langzaam werkte.'

Jurriaan sprong als eerste het water in. Hij wist nog net z'n telefoon en portemonnee uit de zak van z'n zwarte zwembroek te halen. Boban sprong er achteraan. Staan kon niet, het water was te diep. Watertrappend probeerden de jongens de scootmobiel onder de man vandaan te krijgen. Boban: 'De man was zelf ook best zwaar. En dat hij geen kracht kon zetten maakte het nog zwaarder.'

Na veel getrek en geduw onder water kregen de jongens de veiligheidsriem van de scootmobiel los. Hoe lang lagen ze nu al in het water? Een paar minuten? Een half uur? Met hun laatste krachten probeerden ze de man uit het water te krijgen.

'Op het droge hebben we de man op z'n buik gelegd. Hij had het enorm benauwd, zag lijkbleek en voelde ijskoud aan, maar hij leefde nog.

'De politie vroeg later of we ook de scootmobiel nog even uit het water wilden halen. Dat deden we; we waren nu toch al nat. En zonder het gewicht van de man was die een stuk minder zwaar. Daarna zijn we verder gefietst. We hadden bij het zwemmeer met twee meisjes afgesproken. Die hadden we nu wel wat te vertellen.'

Beeld Morad Bouchakoer

Ruben Abrahams (41), Wietse Mol (34), Reinier Bosch (36) en Rienk Kentie (36) haalden een vrouw en haar 3-jarige dochter uit haar auto die een Amsterdamse gracht was ingerold.

Reinier liep aan het eind van de middag de Hema uit aan de Sloterkade in Amsterdam. Het is al enkele jaren geleden, maar hij heeft het altijd onthouden. Iemand schreeuwde dat er een auto in het water lag. De auto van een vrouw - ze wil anoniem blijven - was weggerold nadat ze 'm op een parkeerplek had stilgezet en wilde uitstappen. Ze kon nog net terug in de auto springen, want haar peuter zat nog in een stoeltje op de achterbank.

Reinier kreeg een steen in zijn handen gedrukt en sprong het water in. Wietse, ook toevallig in de buurt, haalde een oranje lifehammer uit zijn auto en sprong Reinier achterna. Ook Ruben en Rienk, die elk vlakbij de Sloterkade aan het werk waren en het ongeluk zagen gebeuren, doken het water in.

Met de steen en een lifehammer probeerden de mannen tevergeefs de voorruit van de auto in te slaan. De voorkant van de auto was al gezonken, alleen de achterkant stak nog omhoog. Wietse zwom naar het zijraam, het meisje keek hem vanuit de auto recht in zijn ogen. 'Pas toen had ik door hoe ernstig dit was. Ik dacht niet meteen aan de dood. Nu zaten er een moeder en dochter in en wij kregen de auto niet open.'

Met een andere lifehammer lukte het Rienk uiteindelijk wel een ruit kapot te slaan. Hij haalde het meisje uit de auto. Haar moeder zwom er zelf uit, met de autosleutels in haar handen geklemd. Nog geen paar minuten laten zonk ook de achterkant van de auto naar de bodem. Enkele omstanders hesen de vrouw en haar dochter uit het water. Ruben, Wietse, Rienier en Rienk werden door het Hemapersoneel opgewacht met handdoeken, droge kleding en koffie en taart.

Rienk: 'Ongelooflijk, hoe belangrijk het is een lifehammer te hebben. Met alleen een baksteen waren wij nooit door die autoruit gekomen.'

Beeld Morad Bouchakoer
Beeld Morad Bouchakoer

Jeroen van Ravenhorst redde de 4-jarige Kevin van de verdrinkingsdood. hij was door een vriendje per ongeluk de urkervaart ingeduwd.

'Kom snel, er ligt een vriendje in het water!', riep een jongetje naar Jeroen. Jeroen vlóóg al naar de Urkervaart, vlak bij zijn huis in Emmeloord. 'Ik rende heen en weer langs de kant, maar zag geen spoor van het jongetje in het water. Tot ik opeens luchtbelletjes zag.' In de diepte van het water zag Jeroen nog net een schim van een wit T-shirt. Met één arm deed hij een greep in het water en trok het jongetje met een ruk omhoog. Onder water had hij zo gesparteld, dat hij was vastgeraakt in de waterplanten. Van top tot teen zat hij onder het groen.

Jeroen: 'Hij spuugde meteen water uit, maar verder was hij helemaal weg. Een paar meter verderop stonden mensen vanuit hun voortuinen toe te kijken. Ik schreeuwde: bel 112! NU! Ik ontplofte bijna.'

Buurtbewoners kwamen op de drenkeling af, maar niemand had direct door om wie het ging. Tot een vrouw hem opeens herkende: 'Dat is mijn zoon, Kevin!'.

Volgens Kevins moeder had Sem, het vriendje van haar zoon, hem per ongeluk het water in geduwd toen ze ruzie hadden gekregen over een stok. 'Water heeft Kevin altijd getrokken; hij wilde zwemmen, vissen, in de buurt van water spelen. Hij had pas z'n eerste zwemles gehad. Sem kwam Jeroen als eerste tegen en is gelukkig niet helemaal naar ons toe gerend. Anders hadden wij Kevin nooit meer gevonden.'

Beeld Morad Bouchakoer

Student Marjolein Russchenberg (21) sprong na een stapavond in Groningen een gracht in om een meisje eruit te halen.

Nu móét ik erin, anders redt ze het niet, dacht Marjolein toen ze naar het meisje keek dat in het water lag. Nog geen minuut daarvoor had de student fysiotherapie achter haar iemand in het water horen vallen. Het was donker, vier uur 's nachts. Marjolein was na een avond stappen met haar medestudenten in Groningen op weg naar huis. De volgende ochtend moest ze weer vroeg op.

'Het rare was dat het meisje midden in de gracht dreef. Ze moet dus gesprongen zijn, zo ver kom je niet als je valt.'

Bij het water verzamelden zich steeds meer omstanders. Allemaal waren ze óf moe óf aangeschoten óf dronken; een enkeling riep naar het meisje dat ze eruit moest komen.

Marjolein, die aan waterpolo deed en als toezichthouder in een zwembad had gewerkt, kon het niet langer aanzien. Het meisje lag op haar buik in het water, haar hoofd en benen zonken al langzaam naar beneden. Ze sprong de gracht in, zwom zo snel ze kon naar het meisje en trok haar hoofd naar achter. 'Ik hoorde een hele diepe ademhaling. Ze was er dus nog wel.'

Ze pakte het meisje van achteren vast en trok haar 'met de waterpoloslag' naar de kant. Een voor een werden ze door omstanders het water uit getrokken.

Het meisje werd op een bankje gezet, met een jas om haar heen geslagen. Haar gezicht kon Marjolein niet zien.

'De volgende dag heb ik nog naar de politie gebeld, ik wilde weten hoe het met het meisje ging. Ze wilde mij niet spreken. Misschien was het wel een zelfmoordpoging en wilde ze niet gered worden. Toch zou ik het zo weer doen. Het was opvallend hoe weinig mensen in actie kwamen toen ze het meisje zagen drijven. Alsof ze dachten: ik wacht nog even.'

We maakten een beeldverhaal met de foto's die bij deze verhalen horen. Bekijk de foto's hier op groot formaat.

Deze reportage is gemaakt voor het jubileum boek van de Maatschappij tot Redding van Drenkelingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden