Het wasbord als aambeeld der moederlijke liefde

Niets hoefde Jan Wolkers te hebben uit de erfenis van zijn moeder. Behalve dan een oud, verweerd wasbord.

Het wasbord van moeder Wolkers. Beeld Annabel Miedema

Jarenlang ben ik erlangs gelopen zonder dat het me opviel. In de zomer kon je het sowieso niet zien, omdat een wand van gifsla en een paar reuzenberenklauwen het met hun metershoge, stekelige bladeren aan het oog onttrokken.

Maar toen de winter was ingevallen en het groen in de aarde verdwenen, zag ik het hangen aan twee spijkers aan de zijkant van het schrijvershuisje in de tuin op Texel. Tussen een schoffel en een zeis. Eerst dacht ik dat het een verweerd stuk tuingereedschap was. Maar toen viel mijn oog op de geribbelde zinken plaat. Verdomd, dacht ik, dat is het wasbord van zijn moeder.

Talloze malen heeft Jan als jongen zijn moeder op het stoepje achter in de tuin in de Deutzstraat in Oegstgeest de zinken teil met water zien vullen en de was op het wasbord leggen. 'Wat heeft dat goeie mens boven dat stukkie geribbeld zink staan zwoegen', schreef Wolkers in De junival. 'Ik zie nog zo die roze uitgebeten handen op maandagavond. Maar dan was er ook een sliert wasgoed doorgegaan, daarmee had je van de hele tuin een sneeuwlandschap kunnen maken. En dan kon je de kruisbessenstruiken er ook nog rijkelijk mee behangen.'

Met zwierige kracht wrong zijn moeder de gewassen lakens uit boven de teil. Jan zag het sopwater, blauwig als sigarenrook in de zon, over het grijze zink als een watervalletje teruglopen in de teil. 'De uitgebeten tegels op het stoepje op de plaats waar ze altijd stond. Al regent het er honderd jaar onophoudelijk op, dat gaat er nooit meer uit.'

Erfenis

Toen Wolkers nog in Amsterdam woonde, had hij het wasbord in zijn atelier tussen zijn reliëfs van hout en verf aan de muur gehangen, zodat hij het kon zien als hij zat te schrijven. Het was een kunstwerk geworden. 'Dat murwe uitgeloogde hout met het zo hier en daar wit geoxideerde zink. Alsof het zeeppoeder van weleer als meeldauw teruggekeerd was. Maar wat het voor een stroom van beelden in me losmaakte was er niet aan af te zien.'

Nadat Wolkers' moeder op 12 mei 1979 was overleden, moest de karige erfenis tussen hem en zijn acht nog levende broers en zusters verdeeld worden. Dat leidde tot een storm van gekrakeel, achterklap en valse verdachtmakingen. Broer Kees, die de erfenis zou regelen, gaf bijna anderhalf jaar na de dood van zijn moeder de opdracht weer terug. 'Aangezien men zich moeilijk kan wapenen tegen roddel, verdachtmakingen via halve waarheden en onjuiste beïnvloeding', schreef Kees in een emotionele, maar uitstekend geformuleerde brief aan zijn broers en zusters, die ik aantrof in een laatje in Wolkers' archief.

Toen de broers en zusters Wolkers uiteindelijk bijeen zaten om de boedel te verdelen, en Jan aan de beurt was om zijn keuze te doen, zei hij dat hij niets wilde hebben. Alleen het wasbord van moeder dat al jaren buiten dienst in de schuur hing tussen de spinnenwebben. 'Noem dat maar niets', zei een van zijn broers met lichte spijt in zijn stem tegen hem. 'Dat is het aambeeld der moederlijke liefde.'

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Hij houdt daarover een dagboek bij - waarvan we in delen de notities presenteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden