Het was of het meisje in het rode vlak met ons spotte

Het gebeurde onaangekondigd. Op zomaar een donderdagnacht schilderden mannen in overalls rode vlakken op het pontplatform. Deze vlakken moesten de veiligheid vergroten, een einde maken aan de botsingen tussen fietsers en voetgangers die van de pont af kwamen of op wilden. Het werkte. De rode vlakken kregen de status van een loopplank en sindsdien heb ik geen botsing meer gezien.

Maar wel wat rare andere dingen.

Het eerste voorval gebeurde weken geleden - de rode verf nog maar net gedroogd. Het was een drukke middag, tientallen mensen stonden op het pontplatform te wachten, keurig buiten de rode vlakken. Op één vrouw na. Ze zal een jaar of 20 zijn geweest, staarde onafgebroken naar haar telefoon. En stond midden in het rood.

Een vervreemdende situatie. De vrouw, in haar eentje in die grote rode rechthoek. En wij, de andere wachtenden, die nu allemaal naar haar keken. Wanneer krijgt ze het nou eens door, vermoedde ik dat iedereen dacht. Maar geen van ons tikte haar even aan: 'Hé, joe, het is niet de bedoeling dat je in het rood staat.' Pas toen de pont naderde, het platform trilde van de ronkende motor, keek de vrouw op. Omstanders schudden hun hoofden nu. Vlug liep de vrouw het rode vlak uit. Ha, dacht ik, ze schaamt zich! En dat gaf me een goed gevoel. Ik was blij dat de vrouw haar fout had ingezien en met boze blikken was gestraft.

Maar waarom eigenlijk? Waarom vond ik het fijn dat de vrouw zich nu schaamde? Waarom kon het mij überhaupt schelen dat ze in het rode vlak was gaan staan?

Waarschijnlijk omdat ik dat zelf niet had gedaan.

Het voelde dan wel een beetje mal om zo braaf buiten de lijntjes van een geschilderd vierkant te blijven. Maar iedereen deed het. Dat maakte het normaal. Nu iemand het rode vlak negeerde, werden wij die dat niet deden plotseling op onze malheid gewezen. Het was of het meisje in het rode vlak met ons spotte. Zouden we haar niet bestraffen, dan zouden we haar gelijk geven: ja joh, het ís ook vrij zot om je bewegingsvrijheid door wat klodders verf te laten verkleinen. In plaats daarvan staarden we naar haar en schudden we collectief onze hoofden. Deze straf was niet alleen een beloning, maar ook een legitimatie voor ons eigen gedrag. Zo is corrigerend optreden vaak niets anders dan een poging de juistheid van eigen daden te bewijzen - we keuren wat anderen doen af om dat wat we zelf doen correct te laten lijken. Tegenover elkaar. En toch vooral tegenover onszelf.

Na het voorval met het meisje snapte ik: de rode vlakken zijn krachtig. Ik moest ze niet onderschatten.

Een paar weken later ging het toch mis.

Het was spits, er stonden veel mensen te wachten. Toen de pont zijn laadklep liet zakken, zag ik dat er een vriendin af liep. Ik wilde haar gedag zeggen en liep het rode vlak in. Onhandig, de situatie leek op een drukke winkelstraat waar plotseling twee mensen blijven stilstaan. Maar de massa die van de pont af kwam, handelde niet volgens de regels van de winkelstraat, maar volgens de mores van de savanne. Ja, het was of er een kudde bizons op ons afstormde; mensen duwden, trokken aan onze jassen, wezen op de rode grond: 'Jullie mogen hier niet staan!'

En zo begreep ik dat de macht van de rode vlakken nóg groter was dan ik dacht. Ze dreven mensen niet alleen uit elkaar, ze legitimeerden ook gewelddadig gedrag.

Even dacht ik aan vlaggen. Aan tentenkampen, mensen, grenzen. Aan modder op legerlaarzen, bloedspetters op hakmessen. Terwijl de motor van de pont begon ronken, besefte ik: oorlogen beginnen niet met geweerschoten. Ze beginnen bij mannen met rode kwasten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.