'Het was het moeilijkste jaar van mijn leven'

Inwoners van Caïro voelen zich vrijer. Toch is de revolutie volgens politieke activisten nog lang niet voltooid. Gewone Egyptenaren snakken naar rust.

CAÏRO - Op de Qasr el-Ayni-straat aan de rand van het Tahrirplein, vroeger vol ronkend verkeer en zoemend voetvolk, was het de afgelopen weken macaber stil. Drie rijen gestapelde betonblokken, elk ongeveer een kubieke meter, leunen tegen elkaar van de ene naar de andere kant van de straat, versierd door inderhaast opgespoten anti-regime graffiti: 'Tantawi is de minister van marteling' 'Fuck SCAF'. 'De militairen zijn leugenaars'.

De muur scheidt sinds november het hart van de opstand, het plein waarop gisteren wederom duizenden kwade betogers samenkwamen, van de centra van de macht: het parlement dat jarenlang eigendom was van Mubaraks partij, en het gehate ministerie van Binnenlandse Zaken. Het is een grimmig monument voor de machtsstrijd die op deze straten heeft plaatsgevonden en de bijna duizend levens die de opstand kostte - in januari, februari, maart, en meest recentelijk in november en december, toen bijna honderd mensen stierven door overheidsgeweld.

De kloof tussen repressief regime en onderdrukt volk die de muur symboliseert, was wat honderdduizenden Egyptenaren een jaar geleden voor het eerst de straat opdreef. Tegen de armoede, de corruptie die deze armoede in stand hield, en de repressie die je verbood erover te klagen.

Een jaar later - temidden van een eindeloze machtsstrijd tussen overblijfselen van het oude regime en de nieuwe politieke generatie - zijn de politieke activisten die de revolutie begonnen gedesillusioneerd door de traagheid waarmee verandering komt, maar hoopt de rest van Caïro voorzichtig op een betere toekomst.

Neem Imbaba, een straatarme wijk in het hart van de hoofdstad. Hier sjokt de bevolking over modderige paden, bruine aarde over vergaan cement dat hier ooit door bewoners zelf is neergelegd, op weg naar een volgende poging brood op de plank te brengen. Hier en daar vist een gebogen figuur recyclebaar plastic en metaal uit het rottende vuil dat de straten van de stoep scheidt. De informele ophaaldienst is de enige - de overheid is hier ver te zoeken.

'We lijden', is het refrein dat hier in alle gesprekken met bewoners terugkomt. 'Dit regime heeft ons dertig jaar lang in de steek gelaten', zegt Hassan, de 30-jarige uitbater van een kraam met goudkleurige prullaria. Het is tijd voor iets anders, zegt Hassan, en hij stemde dit jaar daarom op de Moslimbroederschap. 'Dat zijn mannen van God, zij zullen hun beloften niet breken.'

Het lijkt wel alsof deze wijk collectief stemde op de Partij van Vrijheid en Justitie (FJP), de politieke arm van de Moslimbroederschap die zichzelf profileert als gematigd-islamistisch en bij de recente parlementsverkiezingen met bijna de helft van de zetels wegliep. De partij is nieuw, maar de beweging erachter niet. Al tachtig jaar vult de Moslimbroederschap in dit soort wijken het gat dat de overheid openliet. Met gezondheidszorg, subsidies voor studenten uit arme families, boeken en sociale diensten.

Religie speelt onmiskenbaar een rol bij de massale keuze voor de Moslimbroederschap - de islam is nu eenmaal leidend voor het leven van veel godvrezende Egyptenaren. Een enkeling hier wil invoering van lijfstraffen - zoals sommige aanhangers van Nour, de veel radicalere islamistische partij die bijna een kwart van de stemmen kreeg. Maar de meeste mensen kijken je een beetje verbaasd aan als je vraagt of ze alcohol en bikini's willen verbieden. Heb je al eens goed om je heen gekeken? Ontwikkeling is het sleutelwoord. Daar gaat het om.

'We willen betere infrastructuur, betaalbare woonruimte, een vuilophaaldienst, gas (Caïro's gasleidingen komen hier niet, red.)', zegt de 40-jarige theeverkoper Maher al-Gabri. 'We zijn de loze beloften zat.'

Imbaba ligt er vooralsnog even beroerd bij als altijd, maar de mensen hier zijn voorzichtig optimistisch. De eerste tekenen van verandering zijn er, met op nummer één de politie: die perst niet langer iedereen af. Er is een voorzichtig optimisme dat men het lot - bijna - in eigen hand heeft, en een ontluikend democratisch bewustzijn: we stemmen nu op de Broederschap, maar als die over vier jaar niet doet wat ze beloofd heeft, wippen we ze gewoon weer eruit, zegt vrijwel iedereen.

Rand van de afgrond

Niet iedereen is even vrolijk. Het politieke tumult heeft het land economisch aan de rand van de afgrond gebracht. Valutareserves zijn bijna gehalveerd, de werkloosheid is de hoogste in tien jaar, de prijzen van brood en basale goederen gaan omhoog, en de toeristische industrie - waar een op de tien Egyptenaren van afhankelijk is - heeft zwaar te lijden.

'Ik heb al vier dagen niets verkocht', zegt de 47-jarige Said Abbas lamlendig, terwijl hij donderdag met een stapel Cleopatra-portemonnees onder de arm hoopvol kijkt naar een zeldzaam groepje toeristen dat richting het Nationale Museum wandelt. Voor de revolutie verdiende hij omgerekend 400 euro per maand, zegt hij, ruim boven het gemiddelde salaris. 'Nu heb ik vaak niet eens een pond om de metro te betalen.'

Toen het toerisme opdroogde en hij geen brood meer op de plank kon krijgen, was hij zo beschaamd dat hij zijn vrouw vertelde dat hij elders in het land werk ging zoeken - en zich vervolgens bij zijn zus verderop in de straat schuilhield. Drie maanden zag hij zijn kinderen niet. 'Het was het moeilijkste jaar van mijn leven.'

Said wil bovenal rust. Hoewel hij blij is met de nieuw gevonden vrijheid - ook hij jubelt dat de politie hem nu met rust laat - is de tijd voor straatprotesten volgens hem nu voorbij. Zoals veel eenvoudige Egyptenaren, gevormd door vijftig jaar staatsmedia over nationale eenheid en het leger als beschermheer tegen altijd aanwezige buitenlandse complotten, heeft hij het volste vertrouwen in de Opperste Militaire Raad (SCAF), die sinds de val van Mubarak de hoogste autoriteit is. 'De SCAF is de hoeder van de revolutie', echoot hij de staatsmedia.

Het drijft de vaak Engelssprekende, hoogopgeleide en politiek bewuste activisten die de legerleiding voor geen cent vertrouwen tot waanzin. De afgelopen weken merkten velen van hen vermoeid op dat de revolutie is mislukt: het enthousiasme voor straatprotesten is tanende terwijl het leger nog altijd aan de macht is.

'De SCAF speelt een spelletje', zei Yasser Hijazi, een radicale linkse activist, eerder deze week. 'Ze stellen mensen gerust met loze beloftes, kijken het even aan, en als er geen straatprotesten zijn, komen ze gewoon weer terug op die beloftes. We moeten de druk erop houden, maar dat wordt steeds moeilijker.'

Maar de Egyptische opstand laat zich niet voorspellen. Dat de straatrevolutie niet dood is, bewezen de duizenden mensen die gisteren weer de straat opgingen, zoals ze dat afgelopen woensdag - de verjaardag van de revolutie - ook deden.

De oppositie raakt steeds meer verdeeld, en ook gisteren werd duidelijk dat de linkse activisten die deze revolutie begonnen inmiddels mijlenver afstaan van de Moslimbroederschap, de grootste winnaar. Activisten willen dat de militaire leiding nú opstapt, terwijl de Moslimbroederschap wil wachten tot de presidentsverkiezingen in juni, wanneer het leger heeft beloofd het toneel te verlaten. Op Tahrir was de spanning tussen beide groepen gisteren voelbaar: linkse activisten joelden naar de Moslimbroeders dat ze hun biezen moesten pakken, terwijl de Broeders probeerden hen te overstemmen met nationalistische en religieuze liederen uit de speakers op hun podium.

Ondertussen vechten beide partijen om de gunst van de zwijgende meerderheid, die bovenal snakt naar rust en het innen van de winst die zo zwaar bevochten is, met financiële vooruitgang voorop.

De revolutie is nog in volle gang, voor sommigen op straat, voor anderen in het parlement. De komende maanden staan er nog verschillende conflicten op het programma, waarbij de militaire machthebbers strijden voor hun voorbestaan onder druk van nieuwe politieke krachten die hen liever zien gaan. Het nieuwe parlement moet allereerst een grondwet maken. De SCAF probeert dit er voor de presidentsverkiezingen in juni doorheen te duwen, in de hoop een deel van hun macht verankerd te krijgen in de blauwdruk van het nieuwe Egypte. De oppositie wil de grondwet uitstellen tot na de verkiezingen, waarop iedereen nu wacht.

De stembusgang moet een nieuwe leider opleveren, en het leger moet zijn beloften om de macht op te geven nakomen. Linkse activisten blijven de pleinen zo nu en dan bevolken, de Moslimbroederschap probeert haar zetelwinst in politieke macht om te zetten, en de rest van de bevolking kijkt toe vanaf de zijlijn. Maar over één ding is iedereen het eens: als de politiek ons in de steek laten, kunnen we altijd terug naar Tahrir.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden