'Het was de weg zelf die op en neer danste'

Achtergrond..

Van onze verslaggever Noël van Bemmel

AMSTERDAM ‘Terwijl ik dit schrijf, begint alles weer te dansen en te trillen’, blogt Nederlander Dirk Vermeyen enkele uren na de aardbeving. De medewerker van een kindertehuis reed met zijn motor door Port-au-Prince toen zijn achterwiel op en neer begon te dansen. ‘Ik stopte om naar de wielen te kijken, en constateerde dat het de weg zelf was die op een neer ging.’

Vermeyen beschrijft een tocht door de stad waarbij links en rechts gebouwen in grote stofwolken verdwijnen. Hij zag winkels en scholen veranderen in betonnen platen die als wafels lagen opgestapeld. Uit de zijkant van één zo’n stapel stak een jonge vrouw vanaf haar middel. ‘Ze schreeuwde niet maar maakte wanhopige, schokkende gebaren.’

Twee mannen klommen omhoog en begonnen met gewone hamers op het beton te hakken. Alle straten vulden zich met jammerende mensen, velen begonnen te bidden op hun knieën. Voor de grote protestantse kerk ontstond een hysterische volkstoeloop, zodat de hulpverlener moest omrijden om zijn kindertehuis te bereiken. Daar bleek iedereen nog in leven.

VWO-scholier Thijs Olthof arriveerde net met zijn vader bij hotel Villa Teresa, toen dat geheel instortte. Daar verbleven ook vier gezinnen die een Haïtiaans kind wilden adopteren. Twee daarvan werden donderdagavond nog vermist. De overlevenden brachten de nacht door op straat, onder dekens van een nabijgelegen hotel. Hun begeleider, de Nederlandse José Magloire, ging op zoek naar een arts voor één van de adoptiekinderen.

Vader en zoon Olthof kregen later onderdak van Kees en Evelien de Gier. Deze ontwikkelingswerkers wonen al jaren in de heuvels boven de stad waar de schade meevalt. Net als veel westerlingen in Haïti hebben ze een flinke voorraad voedsel en water in huis, plus een noodaggregaat, voor als er weer een tropische storm of een burgeroorlog langstrekt.

‘Ik heb ook nog een betonnen kelder vol regenwater’, zegt Ad de Blaeij die voor een christelijke organisatie werkt. Hij woont al 27 jaar in Haïti. ‘Ik ben gisteren naar beneden gereden richting de stad. Daar zag ik in sommige wijken de helft van de gebouwen in puin liggen.’

De regering heeft volgens De Blaeij opgeroepen tot vrijdag buiten te blijven. ‘Port-au-Prince is een miljoenenstad. Dus op straat en in parken lopen duizenden en duizenden mensen als verdoofd rond.’ Af en toe passeerde een ambulance van het Rode Kruis, maar lijken bleven liggen langs de weg.

Bidden was de eerste reactie. ‘De Haïtiaan is erg religieus. En deze gebeurtenis was zó ontzagwekkend en onstuitbaar, dat veel mensen hier tegen elkaar zeggen: God heeft weer even laten zien hoe klein wij zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden