Column

Het was de bedoeling onze angst te verslaan

Ik werd laatst zwetend wakker: nat en plakkerig. Misschien doordat ik twee truien aan had en onder een winterdekbed lag. Maar daar dacht ik niet aan. Ik dacht aan een verhaal dat ooit in VIVA stond: 'Ina (29) kwam vervroegd in de overgang.' Toen ik me herinnerde hoe Ina had geleden en dat het allemaal was begonnen met 'plotselinge zweetbuien', ging ik nog meer zweten. De volgende ochtend kwam ik bij zinnen: daglicht, de klap in het gezicht van de drenkeling. Ik was niet in de overgang, het was warm.

'Je bent ook zo'n hypochonder', zei een vriendin toen ik dit vertelde. En terwijl ik mijn schouders ophaalde, dacht ik aan Gijs, die er telkens opnieuw van overtuigd is dat hij kanker heeft; vorige maand in zijn arm, nu in zijn been. Of Christine, die een trillend ooglid ziet als symptoom van ALS. Of Titio, die bij keelpijn al aan hiv denkt.

Op zich is die angst voor ziekte verklaarbaar. Er is meer informatie dan ooit beschikbaar: shockdocs, symptomencheckers en VIVA-verhalen vertellen ons waaraan we zouden kunnen bezwijken. Nu kan ik me voorstellen dat iemand in de 15de eeuw ook behoorlijk schrok van een trillend ooglid, bijvoorbeeld omdat hij dacht dat de duivel een kampvuurtje in z'n oogkas had gemaakt: gebrek aan kennis maakt angstig. Maar overdaad aan kennis maakt nog angstiger. Of in elk geval bang voor specifiekere dingen. Dat die moedervlek een melanoom wordt. Dat die blauwe plek een vleesetende bacterie betreft. Dat ons iets overkomt, kortom, waarover we ooit hebben gelezen of gehoord. Dus waarom laven we ons nog aan medische verhalen?

Het simpelste antwoord: omdat ze over ons gaan. Iedereen kan ziek worden, dus mensen die ziek worden, zijn mensen zoals wij. En over onszelf lezen we het allerliefst, al is het verhaal slechts speculatie - een horoscoop, het weerbericht, een medische waarschuwing. We beleven zo'n verhaal zoals een kind een horrorfilm beleeft. Het huivert bij de aanblik van afgereten ledematen, om vervolgens opgelucht te bedenken dat hij daar niet doodgebloed op straat ligt. Maar 's nachts, in bed, slaat de angst alsnog toe: wat als er straks een zombie binnenkomt, precíes de zombie die ik in de film heb gezien; hoor ik daar iets kraken, ja, daar komt-ie! Wat als ik straks kanker krijg, precies die kanker die ik op televisie heb gezien; zie ik daar een bultje, ja, daar komt-ie!

Anders dan het kind, blijft de hypochonder zijn angst actief voeden. Bijvoorbeeld door die ene site te bekijken: witte achtergrond, kleine stockfotootjes en bij elke genoemde aandoening - van aambeien tot ademhalingsstoornis - een uitgebreide lijst symptomen. 's Avonds, waarschijnlijk met velen tegelijk, halen we er informatie, kennis waarmee we onze angst vergroten. Terwijl het onze bedoeling nu juist was onze angst te verslaan, ja, we zagen de kennis als munitie tégen het bang zijn.

Die neiging tot bewapenen is niet gek. We horen constant dat het leven vol gevaar is, dus rust wekt argwaan. Of, laat ik voor mezelf spreken: pas als alles goed zit, raak ik in paniek. Dat ik de vijand niet zie, betekent vast dat hij verstopt zit in het hoge gras achter me, klaar om me te beschieten. Maar wat is die vijand precies? Waar zijn we eígenlijk bang voor wanneer we een ziekte vrezen?

De een zal tegen het lijden opkijken, de ander vreest het sterven, of dat zijn dierbaren alleen achterblijven. Belangrijkste constante is dat elke hypochonder bang is voor verlies van het leven zoals het is. Maar: je kunt pas iets verliezen als je iets hebt. In die zin is moderne hypochondrie misschien niet alleen het gevolg van toegenomen kennis, ook van een bepaalde levensstandaard.

Ja, we kunnen ons beter concentreren op hoe goed we het hebben. Misschien is dat precies wat we doen als we een ziekte vrezen. Blij zijn, heel blij zijn met ons gezonde leven. Onze angst: een certificaat van tevredenheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.