Het wagenwiel ligt in de voortuin

De zigeuner emancipeert. Want wie slechts het hier en nu koestert, belandt onherroepelijk in de marge van de maatschappij. 'Ach ja, we ontkomen uiteindelijk niet aan de verburgerlijking.'..

Sintezza Lalla Weiss vertelt de anekdote met lichte weemoed in haar stem.

Django Reinhardt, de befaamde zigeuner-jazzmuzikant, was geboekt voor een optreden in New York, in Carnegie Hall. Hij was al eerder in de stad gearriveerd en verzeild geraakt in de plaatselijke horeca. In een van de cafés ontmoette hij Roma, zigeuners bij wie de muziek in het bloed kriebelt. Dus speelden ze samen, uren lang. Reinhardt liet zijn publiek in Carnegie Hall zomaar zitten.

'Nee, het was niet zo dat hij zo werd meegesleept door de muziek dat hij Carnegie Hall was vergeten. Het hier en nu, de lol van het samenspelen met zijn mensen, was op dat moment belangrijker voor hem. Dat is onze cultuur, hè, je volkomen overgeven aan het hier en nu.'

Lalla zucht. Waarschijnlijk moet ze zeggen, dat was onze cultuur. Reinhardt is al ruim vijftig jaar dood. Anno 2004 is zo'n levenshouding niet meer mogelijk, behalve misschien voor schatrijke bon vivants. De globalisering heeft de terreur van de agenda's versterkt. Bijna 24 uur per dag moet de mens bereikbaar zijn, er zijn strikte regels, mobiel kan iedereen tot de plicht worden geroepen.

Wie het hier en nu koestert, zich onttrekt aan de door onderwijs en werk opgelegde leefschema's, belandt onherroepelijk in de marges van de maatschappij. Een groot deel van de Roma en Sinti in Nederland worstelt in die periferie. 'Niet plannen, niet vooruit kijken, dat is niet meer mogelijk. Maar de meesten van ons hebben het vooruitzien van huisuit niet meegekregen. Mede daardoor is de situatie van Roma en Sinti zo problematisch', zegt Weiss. 'Wij zijn geen carrièreplanners.'

Toch worden Roma en Sinti langzamerhand in het keurslijf van een burgerbestaan gedwongen, vaak met tegenzin blijkt. Want in gesprekken met hen valt het woord gaje (burgers) voortdurend, alsof ze zelf nog niet tot de burgermaatschappij behoren. 'Ach ja, we ontkomen uiteindelijk niet aan de verburgerlijking', zegt Weiss.

Zelf is ze daar een levend voorbeeld van. Haar oudste zus heeft het reizen nog bewust meegemaakt. Zij zelf al niet meer. Toen haar moeder stierf moest ze op haar elfde van school af om voor haar zwaar gehandicapte broer te gaan zorgen. 'Hij had 24 uur per dag verzorging nodig en in onze cultuur doe je zo'n afhankelijk kind niet de deur uit.'

Die stap ging ten koste van haar opleiding. Ze wilde stewardess worden, maar heeft die droom nooit kunnen najagen. Lalla is nu 42 jaar en heeft inmiddels zelf vier kinderen, twee dochters en twee zonen. Ze woont samen met een burgerman, blonde Kees uit Amsterdam, woont in een huis in Brabant en vindt het belangrijk dat haar kinderen een opleiding voltooien.

Maar Sintezza blijft ze. Vorig jaar mei reisde ze met Kees, haar licht gehandicapte zoon Morchy (15) en haar toen tweejarige zoontje Nieglo (egeltje) in een camper naar de jaarlijkse Sint-en Romasamenkomst in het Franse Samois sur Seine. Lalla heeft er wel vakantie voor moeten opnemen, want ze heeft een baan en kan niet meer zomaar de hort op. Haar dochters moest ze thuislaten. 'Het was schipperen. In zo'n situatie moet je de Nederlandse maatschappij tegemoet komen. Mijn dochters hadden tentamens. Wij hebben concessies gedaan en voor hun toekomst gekozen.'

Maar de meiden hebben veel gemist, stelt Lalla treurig vast. 'Muziek, lekker eten, drinken, saamhorigheid, optrekken met je eigen mensen, met Sinti die vanuit heel Europa komen. We spreken Romanes en kunnen elkaar goed verstaan, we koken daar vaak hetzelfde potje: gestoofde zuurkool met kip.'

Gjunler Abdula (39) woont in een rijtjeshuis in Oss. In zijn voortuintje ligt, voor de sier, een woonwagenwiel. Dat wiel komt terug in de Roma-vlag die in de woonkamer boven de bank hangt. Abdula maakt deel uit van de groep Roma-vluchtelingen die begin jaren negentig, vanuit voormalig Joegoslavië, naar Nederland kwam. Daar trof de groep diverse Roma en Sinti aan, die zich hier in verschillende perioden voor en na de Tweede Wereldoorlog hebben gevestigd. Die groepen zijn verwant, maar toch verschillend. Over de etnische oorsprong is weinig op schrift gesteld en nog veel onduidelijk.

De overlevering wil dat Roma en Sinti oorspronkelijk uit India kwamen, dat ze rond de Middeleeuwen al dan niet vrijwillig verlieten. Via het Midden-Oosten trokken zij richting Europa. De Sinti gingen direct naar West-Europa. Roma vestigden zich in Oost-Europa en kwamen veel later naar het Westen.

De groepen hebben het zigeunerstigma (ze zijn vies, maken muziek en stelen als raven) gemeen, evenals het feit dat ze overal werden verjaagd en vervolgd en in de Tweede Wereldoorlog in groten getale door de nazi's zijn vergast.

De groep waartoe Abdula behoort is over het algemeen hoger opgeleid en beter in de burgermaatschappij geïntegreerd dan Sinti en Roma die eerder naar Nederland kwamen. Abdula is academisch geschoold. Hij was journalist in Macedonië, toneelregisseur en oprichter van twee politieke partijen. Hij is met drieënhalf tot vierduizend Roma-lotgenoten naar Nederland gekomen, schat hij. Onderzoekers van de Anne Frank Stichting komen, in hun vandaag verschenen monitor Racisme, Roma en Sinti, uit op slechts 500. Maar ze geven grif toe dat Abdula ook gelijk kan hebben. Veel hoogopgeleide Roma houden, vanwege de slechte reputatie van zigeuners, hun achtergrond geheim.

Abdula ontdekte dat de Roma zich in Nederland helemaal niet hadden georganiseerd. Er was niemand die voor hen opkwam. Dus richtte hij de landelijke Stichting Roma Emancipatie op. Daar wilden de oude groepen Roma aanvankelijk helemaal niets mee te maken hebben.

Abdula: 'Jullie wonen in huizen, jullie gaan naar school, jullie willen onze cultuur afpakken, zeiden ze.' Stukje bij beetje probeert de stichting het wantrouwen te doorbreken en de Roma-gemeenschap ervan te doordringen dat onderwijs onontbeerlijk is voor een rianter bestaan en een betere toekomst voor hun kinderen.

Argwaan is een tweede natuur van Roma en Sinti, verklaart Abdula. 'We zijn altijd overal vervolgd of onderdrukt, daarom kruipen we vaak vrijwillig in een isolement. Dat moeten we doorbreken, we willen toch niet als derderangs burgers de 21ste eeuw in?'

Hij wordt al als betrekkelijke buitenstaander gezien, laat staan een Nederlander die komt vertellen dat de kinderen naar school moeten. 'Voor gaje zijn ze bang. Ze denken altijd dat iemand van de belastingdienst of de politie is. Of dat ze komen spioneren, komen kijken of ze een te duur bankstel hebben of een peperdure Mercedes voor de deur.'

Abdula en zijn stichting spannen zich in om Roma-kinderen de school-en werkdiscipline bij te brengen. 'We zijn zelf Roma en weten hoe we hun harten kunnen binnengaan.' Je kunt integreren zonder je eigen cultuur te verloochenen, probeert hij de gemeenschap duidelijk te maken. Maar als je woont in een huis, werkt van 9 tot 5 en je schikt naar de Nederlandse maatschappij, wat blijft dan nog over van de Roma-cultuur?

Abdula: 'Alleen onze taal en muziek, vrees ik. We zullen samenkomen op festivals, muziek maken, reclameren. We hebben geen eigen land, ons lot is als dat van de indianen in Amerika.' Zijn vier kinderen, drie zonen en een dochter, gaan naar school. Zijn jongste zit in groep acht, zijn oudste gaat economie studeren, zijn tweede zoon wil kok worden en zijn dochter volgt een opleiding voor schoonheidsspecialiste. 'Ze zijn heel Nederlands. Soms ben ik bang dat onze jongeren assimileren en vergeten dat ze Romabloed hebben.'

Ongegronde angst, denkt Amet Jasar (25), een Roma die tot zijn veertiende in Macedonië woonde en zich razendsnel ontwikkelde in Nederland. Via een asielzoekerscentrum in Den Helder belandde hij met zijn familie in een woning in Haarlem. Hij volgde het vbo en de meao, verdiende bij met allerlei baantjes en is nu via het consultancybureau Haute Finance gedetacheerd bij het ministerie van VROM. Amet is gekleed in een strakke spijkerbroek en flitsend overhemd. Maar hij is met hart en ziel Roma, zegt hij. 'Ik heb een binnen-en een buitencultuur. Buiten ben ik Nederlander, binnen Roma.' Thuis spreekt hij de taal, draait zigeunermuziek ('maar ook André Hazes, hoor'). Hij kleedt zich joyeus (hoed, ruime broek, kleurig overhemd) als hij naar gipsy festivals gaat. Aan de buitenwereld wil hij vooral duidelijk maken dat er ook Roma zijn die goede banen hebben, dat Roma-jongeren, net als alle jeugd, ervan dromen arts te worden, advocaat of piloot.

Het romantische beeld van de vrijbuiter werpt Amet verre van zich. 'We zijn nooit vrij geweest', zegt hij. 'We hebben geen land, waren gedwongen rond te trekken en ambulante beroepen uit te oefenen. Roma en Sinti die de woonwagen verkiezen boven een huis, mogen van Nederland niet reizen. Ze zijn gebonden aan vaste standplaatsen die verspreid zijn over het land.'

Vrijheid is een illusie, zegt ook Bianca Wagner (31), die, hoewel ze niet kan rondreizen, toch voor een woonwagenkamp kiest. Ze woont op een kampje in Nuenen, dat vijftien standplaatsen heeft. Al dertien jaar wacht ze op een plek. 'Ik word nu gedoogd op de standplaats van mijn broer.'

Waarom dan toch niet kiezen voor een huis? 'Nederlanders gaan 's zomers naar het buitenland op een camping zitten, liefst bij elkaar. Dat wil ik ook, bij mijn eigen mensen zijn. Een wagen binnen kunnen gaan zonder kloppen en aan tafel kunnen schuiven om mee te eten. Dat kan niet in een Nederlandse straat.' Onderwijs vindt ze belangrijk, een goede baan ook. 'Wat overblijft van onze cultuur? Saamhorigheid, muziek, de taal.'

De verburgelijking van Roma en Sinti gaat met horten en stoten. Het is een moeizaam emancipatieproces van afwisselend rouwen om het verlies van tradities en het koesteren van andere gewoonten en van vooral elkaar. De saamhorigheid is van levensbelang. Lalla Weiss: 'We zullen nog wel vaak botsen met de Nederlandse samenleving. Ligt een Sinti in het ziekenhuis, dan komen er honderden Sinti op bezoek. Gaat er een dood, dan komen ze van heinde en ver naar de begrafenis.' En daar zijn Nederlandse ziekenhuizen en begraafplaatsen niet op ingesteld.

Bij het emancipatieproces hoort ook het zoeken naar moderne uitingen van hun cultuur. Abdula wijst op de 'professionalisering van het handlezen'. 'Wetenschappelijke studies worden er nu naar gedaan, handlezen is hartstikke modern.' Weiss noemt het nieuwe inzicht bij de burgers dat het masseren van baby's heilzaam is. 'Voor ons is massage zo oud als de weg naar Rome. Wij noemen dit smeren of wrijven; daarvan worden ze heerlijk relaxed.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden