Het waarom dat zich niet laat betrappen

Schrijvers en publicisten over de vijf boeken van hun voorkeur. Deze week: Frank Westerman1. Prediker (het bijbelboek)..

Boeken die je vol weten te raken, kunnen je vleugels geven. Of ze halen je juist onderuit – met een tackle van achteren als je net heel hard gaat. De zuiverheid van zo’n aanval is dan even belangrijk als de timing, want je moet er wel net ontvankelijk voor zijn.

1. Op de middelbare school heb ik me een tijdje helemaal laten meeslepen door het bijbelboek Prediker. Gek genoeg kwam ik daar op via Nescio, die zijn titaantjes naast Dante ook ‘de Prediker’ laat aanhalen. ‘Wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart’ – dat kon je voortaan boven al je werkstukken zetten. Niet dat ik Prediker altijd begreep, maar het belangrijkste was: Prediker begreep mij.

2. Via de verplichte literatuurlijst belandde ik in het Macondo van Honderd jaar eenzaamheid, een op het moeras gewonnen dorp, gelegen aan een rivier met keien ‘wit en reusachtig als voorhistorische eieren’. Geweldig, je zou daar meteen van steen tot steen willen springen. En dan dat slot, het weg vagen van Macondo van de aardbodem; al lezende voelde je de tinteling die er door García Márquez’ vingers moet zijn gegaan. (Vele jaren later, bij het schrijven van De Graanrepubliek – waarin ook een op het water gewonnen dorp na honderd jaar weer verdwijnt – heb ik steeds Macondo voor ogen gehouden.)

3. Tijdens mijn studie in Wageningen (tropische cultuurtechniek, ik wilde ontwikkelingswerker worden) heeft V. S. Naipaul me pootje gehaakt met Een bocht in de rivier. Het verhaal speelt aan de bovenloop van een rivier, diep in de Afrikaanse wildernis en het begint zo: ‘De wereld is wat zij is; voor hen die niets zijn, die niets van zichzelf weten te maken, is er geen plaats.’ Naipaul weet je ervan te doordringen waarom het allemaal niks wordt, niks kan worden met Afrika. Maar dat waarom laat zich niet in een bepaalde zin samenvatten of betrappen, dat is het verontrustende.

4. Als beginnend journalist heb ik het vroege werk van Ryszard Kapuscinski taalkundig ontleed. Waarom zijn die teksten zo goed? Hoe flikt hij dat? Onovertroffen is Nog een dag, over het vertrek van de Portugezen uit Angola. Losjes, innemend, haast vaderlijk duwt hij je met je gezicht in een gore postkoloniale oorlog. Ik mag hem graag citeren. ‘We kunnen iets over Polen vertellen’, zeg ik Kapuscinski te pas en te onpas na(een opmerking die hij zelf plaatst wanneer hij weer eens aan de genade van moordende rebellen is overgeleverd). Gevolgd door: ‘In Polen dragen alle mensen schoenen.’

5. Tijdens mijn verblijf in Rusland raakte ik in de ban van Andrej Platonov. Als er iemand in staat is een eigenzinnige wereld op te bouwen uit louter woorden, dan hij. Het Sovjet-experiment mocht dan vervreemdende trekjes hebben, in de roman Tsjevengoer kruipt die vervreemding onder je huid. Via de taal, die bij Platonov hoekig en bedwelmend tegelijk is. Zijn schepping van het onvermoeibare werkpaard Proletarenkracht is de Rosinante van de Russische literatuur. En diens berijder, beoogd brenger van het socialisme, de dolende ridder van La Mancha. Meesterlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden