Het waaróm achterhalen met psychologische autopsie

Psychologische autopsie

Het aantal zelfdodingen in Nederland stijgt al jaren. Om hier iets tegen te doen, moeten we lessen trekken uit de ervaringen van nabestaanden. Dat zegt René Diekstra, die niet alleen als hoogleraar en therapeut de suïcidale gedachten kent.

Een bijna vier eeuwen oude gravure, een `icoon van gezamenlijke zelfdoding', die René Diekstra in zijn werkkamer heeft hangen. Beeld Adrie Mouthaan

René Diekstra krijgt een bos bloemen van een vrouw die hij niet herkent.

'Waar heb ik dit aan te danken?' vraagt hij verbaasd na zijn lezing in Wassenaar, opkijkend van achter een tafel waaraan hij zijn boek Als leven pijn doet signeert. De vrouw had zich zo gepositioneerd dat ze de laatste in de rij was.

'Omdat ik dankzij u nog leef', zegt ze en doet haar verhaal.

Járen eerder voerde ze een intakegesprek met Diekstra, die inviel voor een zieke collega. Diekstra - naast hoogleraar psychologie ook psychotherapeut - maakte zich zorgen over de depressieve klachten en suïcidegedachten van de vrouw. Zolang ze nog geen vaste behandelaar had toegewezen gekregen, besloot Diekstra zelf paraat staan. 'Hier heeft u mijn 06-nummer. Mocht u in een situatie komen waarbij u het niet meer ziet zitten, dan kunt u mij bellen. Dag en nacht.'

De vrouw belde nooit. Maar het idee dat ze kón bellen, vertelt ze aan die signeertafel, heeft haar gered.

Diekstra rijdt die avond terug naar huis en vraagt zich af: hoeveel mensen in psychische nood hebben zo'n nummer? Niet van een algemene alarmcentrale, waar iemand de telefoon opneemt die je situatie niet kent. Maar van een hulpverlener of goed getrainde vrijwilliger van vlees en bloed, die je in de ogen heeft gekeken en je heeft beloofd: als jij in paniek raakt, dan ben ik er voor je. Iedereen zou zo iemand moeten hebben, concludeert Diekstra.

(Tekst gaat verder onder foto).

Een bijna vier eeuwen oude gravure, een 'icoon van gezamenlijke zelfdoding'. Beeld Adrie Mouthaan

Al bijna een halve eeuw doet de emeritus hoogleraar aan University College Roosevelt in Middelburg onderzoek naar suïcidaal gedrag. In zijn werkkamer in een Leids grachtenpand verzamelde hij een enorme collectie van kunstwerken en boeken over het onderwerp. Mahoniehouten planken met zeker dertig strekkende meter boekenruggen met titels als Le suicide et la morale en De opgroeiende dood - zelfdoding door jongeren.

Niet te missen is de replica van een 17de-eeuws schilderij van Cleopatra. De koningin van het oude Egypte dood in een zetel, met een slang kronkelend om haar onderarm. Cleopatra en haar liefde Marcus Antonius maakten kort na elkaar een einde aan hun leven, nadat ze door de troepen van Octavianus waren verslagen.

'Zij deed het met gif, hij met een zwaard', zegt Diekstra. 'Typerend: ook vandaag de dag gebruiken mannen vaker wapens en vrouwen vaker gif als suïcidemethode.'

(Tekst gaat verder onder foto).

Beeld Adrie Mouthaan

In zijn werk categoriseert Diekstra zelfdodingen aan de hand van drie b's. Bewonderenswaardig, zoals de zelfverbranding door Mohamed Bouazizi in de Tunesische stad Ben Arous, die het begin vormde van de val van het Tunesische regime en van de Arabische Lente. Boosaardig, zoals zelfmoordterroristen. En, de meest voorkomende, betreurenswaardig: jongeren of volwassenen die in een mist van hopeloosheid zichzelf doden terwijl er voldoende levensperspectief is.

Over die laatste categorie gaat het 23 september op de Nationale Conferentie Suïcidepreventie. Diekstra is initiatiefnemer en een van de sprekers. Het thema van de dag luidt 'Suïcidepreventie: waarom faalt het?' Die titel is niet voor niets: het aantal zelfdodingen in Nederland stijgt de afgelopen jaren. Elke dag maken vijf mensen er een einde aan. Ter vergelijking: in het verkeer zijn dat er nog geen twee per dag.

Ik ben gewaarschuwd dat ik in uw bijzijn nooit het woord 'zelfmoord' mag gebruiken. Waarom niet?

'Een moord is een misdaad. En dus insinueert het woord zelfmoord, zeker in de combinatie 'zelfmoord plegen', dat iemand iets heeft gedaan wat crimineel is en moreel verwerpelijk. Terwijl het toch je eigen lichaam is, waarmee je mag doen wat je wil.

'Dat 'zelfmoord' nog zo vaak wordt gebruikt, zelfs door NOS-nieuwslezers, is het gevolg van een historische erfenis. Eeuwenlang werd zelfdoding beschouwd als de ergste zonde. Men zag het als een daad van de duivel, zelfs al wordt suïcide nergens expliciet verboden in de bijbel.

'Bij een moord leefde in ieder geval de ziel van het slachtoffer verder. Maar bij een zelfmoord zou je zowel je lichaam als je ziel doden. De autoriteiten sleepten regelmatig het lijk van een zelfdoder voor de rechtbank om het ter dood te veroordelen. Vervolgens werd het stoffelijk overschot opnieuw opgehangen en het achter ezels door de straten gesleurd, waarna het uiteindelijk buiten de stadsmuren aan wilde beesten werd gevoerd.'

Akkoord, zelfdoding dan. Hoe verklaart u de stijging in Nederland?

'Dat is het frustrerende van mijn vakgebied: een helder antwoord kan ik niet geven. Het zal wel de economie zijn, denken mensen dan. Werklozen die wanhopig worden en de hand aan zichzelf slaan. Maar waarom neemt het aantal zelfdodingen in andere landen dan juist af, terwijl de economie daar ook in een dip zat?

'Bij zelfdoding spelen meestal meerdere risicofactoren: werkeloos zijn terwijl al je vrienden wél een baan hebben, dat is er een. Van dichtbij de zelfdoding van een dierbare hebben meegemaakt, dat is er ook een, net als lijden aan een of meer psychische stoornissen en eerder een niet-dodelijke poging hebben gedaan. Maar tegelijkertijd: de meeste mensen waarbij je die risicofactoren kunt aanvinken, doen géén poging tot zelfdoding. In dit vak draait het om de statistiek van de kleine aantallen: glad ijs dus. Dat maakt het ook zo moeilijk om bijtijds de enkeling op te sporen met een sterk verhoogd risico om er zelf een einde aan te maken.'

Voorbeeld doet volgen?

Met twee geleende pistolen maakte hij een einde aan zijn leven, de liefdeszieke hoofdpersoon in Die Leiden des jungen Werthers. De 24-jarige debutant Johan Wolfgang von Goethe werd met dit boek in een klap een 18de-eeuwse literaire beroemdheid. Maar er gebeurde nog iets: er verschenen krantenberichten dat jonge mannen zich lieten inspireren door Werther en zichzelf op vergelijkbare wijze doodschoten. Diverse studies bevestigden daarna dat er inderdaad een verband is tussen media-aandacht voor zelfdodingen en een tijdelijke toename van suïcides. De Wereldgezondheidsorganisatie WHO stelde richtlijnen op voor media hoe ze 'het veiligst' kunnen berichten over zelfdoding. Bijvoorbeeld: romantiseer zelfdoding niet en presenteer het niet als een oplossing voor problemen. En: maak suïcidale nieuwsconsumenten duidelijk waar ze hulp kunnen krijgen. (In Nederland is er een speciale hulplijn: 0900-0113, 24 uur per dag bereikbaar.) Dat dergelijke initiatieven helpen, bleek onder meer uit een Oostenrijkse studie. Na het invoeren van mediarichtlijnen daalde het aantal zelfdodingen en pogingen tot zelfdoding op de metro van Wenen met ruim 80 procent in een half jaar tijd.

Juli 1946, geboren te Sneek als achtste kind in een streng katholiek gezin van elf kinderen. Op zijn 11de naar het kleinseminarie van de Paters van de Heilige Harten in St. Oedenrode gestuurd, om hem klaar te stomen voor het priesterschap.

Was is de belangrijkste les die u in uw carrière leerde over suïcidepreventie?

'Dat wetenschappers, psychiaters en hulpverleners uit de ivoren toren moeten stappen. De kennis die je vanachter je bureau of aan de hand van statistieken kunt vergaren is zeer beperkt. We moeten leren van mensen die dit van dichtbij hebben meegemaakt. Onder meer door bij elke zelfdoding, of vermoeden van zelfdoding, een psychologische autopsie uit te voeren. Een hulpverlener spreekt dan nabestaanden en dierbaren en stelt vragen als: 'Heb je de afgelopen weken iets opmerkelijks zien veranderen in het gedrag?'

'Zelf leerde ik uit dit soort gesprekken dat mensen in de periode voor hun zelfdoding zich vaak al aan het losmaken zijn. Ze gaan bijvoorbeeld persoonlijke spullen weggeven, bewust of onbewust met het idee 'daar heb ik binnenkort toch niks meer aan'. Een sieraad, de hele vinylcollectie, noem maar op. Dat is dan gedrag waar je op kunt letten. Hoe beter we signalen voor zelfdoding leren kennen en begrijpen, hoe groter de kans dat we tijdig in actie komen.'

Willen nabestaanden dat wel, zo'n psychologische autopsie van hun overleden dierbare?

'Mijn ervaring is dat men daar zeer voor openstaat. Nabestaanden lopen veelal rond met de grote vraag: waaróm? Met een psychologische autopsie kun je proberen een antwoord te formuleren. Daarbij moet je als hulpverlener natuurlijk wel goed luisteren naar de behoeften van de nabestaanden en waar nodig afwijken van protocollen.

'Zo heb ik onlangs zelf op verzoek van een cliënt mijn gebruikelijke begeleiding een andere draai gegeven. Haar man, jong nog, had zichzelf opgehangen en haar verbijsterd achtergelaten. Wáárom had hij dit gedaan? Ze tastte compleet in het duister. Mensen die een zelfdoding van zo dichtbij meemaken, lopen een verhoogd risico om dit zelf ook te doen. Alles wat je een ander ziet doen, ook suïcide, wordt een optie, een reëel handelingsscenario. Goede begeleiding voor nabestaanden is dus ook belangrijk om nieuwe catastrofes te voorkomen.

'Ik vroeg de weduwe naar haar relatie met zijn ouders. Die bleek niet goed, ze achtte hen zelfs medeschuldig aan zijn dood. Toen ik vroeg wat ze op dit punt graag zou willen, vroeg ze of ik zijn ouders wilde uitnodigen voor een gezamenlijke sessie. Zoiets had ik nog nooit gedaan, maar het pakte erg goed uit. Er ontstond een begripvolle relatie en ze kreeg ook meer inzicht in wat haar man bewogen kon hebben.'

U ontwikkelde ook een lesprogramma voor suïcidepreventie voor middelbare scholen. Wat moet ik me daarbij voorstellen?

'Het is breder dan alleen suïcide. Skills4Life helpt jongeren om te dealen met zaken als pesten, seksualiteit, drugs, relaties, emotionele problemen en ook suïcidaliteit. Daarbij begint het allemaal met je gevoelens goed onder woorden kunnen brengen. Een docent of mentor komt samen met de leerlingen en bespreekt problemen. Bijvoorbeeld een jongen die door zijn vrienden werd opgehitst om te gaan spijbelen, terwijl hij zelf juist naar de les wilde gaan.

'Hoe voelde dat voor je?, vraagt de mentor dan. Shit, antwoordt zo'n jongen. Vervolgens schrijft de mentor allemaal gevoelens op een bord: boos, bang, verdrietig, jaloers, et cetera. 'Wat bedoel je precies met 'shit'? Welk van deze gevoelens pasten daar het best bij? Oké, dus je was bang dat je vrienden je zouden uitlachen als jij wel naar de les zou gaan? Wat zou je de volgende keer kunnen doen als zoiets gebeurt? Geen idee? Heeft iemand anders misschien een idee?' En dan gaan die vingers de lucht in en zoeken ze samen naar een oplossing. Datzelfde, samen naar oplossingen zoeken, doe je vervolgens ook voor gevoelens als angst, agressie, depressie en suïcidaliteit.'

En zo'n groepstherapie moet voorkomen dat jongeren voor een trein springen?

'Dat onderzoeken we, door in ons land en in Zweden een vergelijking te maken tussen jongeren die wel en geen Skills4Life hebben gevolgd. Echt aantonen dat het werkt tegen suïcide is daarbij wel lastig hoor. Er gebeurt zoveel in een kinderleven; probeer dan maar eens vast te leggen wat precies de positieve bijdrage is van een interventie. Toch wijst het beschikbare onderzoek op belangrijke preventieve effecten. Jongeren komen door dit lesprogramma sterker in hun schoenen te staan. Regelmatig denk ik, als ik daar in zo'n klaslokaal sta, had ík dit als jongere vroeger maar gehad.'

Beeld de Volkskrant

Als tiener kampte Diekstra met depressies. Doorleren op de menselijke psyche maakte hem niet immuun voor deze geestesziekte: in de tweede helft van de jaren tachtig, hij heeft dan een gezin en werkt bij de Wereldgezondheidsorganisatie in Genève, keren de depressies en suïcidale gedachten terug. Met de middelen binnen handbereik - gekregen van een bevriend anesthesist - is de verleiding groot.

Maar wacht even René, maant hij zichzelf. Doe dan eerst wat je zelf je suïcidale patiënten altijd adviseert.

En dus pakt Diekstra pen en papier en begint aan drie afscheidsbrieven: één aan zijn kinderen, één aan zijn vrouw, één aan zijn familie.

Tijdens het schrijven overkomt hem hetzelfde als veel van zijn patiënten. Het besef: ik wíl geen afscheid nemen van deze mensen. Hij scheurt de brieven aan flarden en spoelt ze door het toilet.

Later, in 1996, gaat Diekstra weer door een dal. Vrij Nederland meldt dat hij in een boek teksten van Amerikaanse collega's heeft overgeschreven zonder bronvermelding. Er barst een ingewikkelde plagiaatdiscussie los: was het wel echt plagiaat, of meer een geval van slordig brongebruik?

Hoe de waarheid ook precies ligt: Diekstra's lot lijkt al bezegeld bij de eerste beschuldiging. Cameraploegen voor zijn deur. Collega's die niet meer met hem geassocieerd wilden worden. Een vertrek bij de Universiteit Leiden.

Hij gaat plekken mijden waar hij oud-collega's kan tegenkomen. Wordt woedend als zijn zoon op school een werkstuk inlevert en de leraar zegt 'zeker overgeschreven allemaal?'. En cynisch als hij turft hoe vaak hij in de media wordt uitgescholden of veroordeeld nog voor er een officieel onderzoek is gedaan. Meer dan honderd keer, en dat in het tijdperk voor Twitter.

Kom, zeggen vrienden hem, laten we een avond gaan lachen, we hebben kaarten voor Youp van 't Hek in De Kleine Komedie.

Maar ook in de theaterzaal is er geen ontsnappen aan. Want een deel van het repertoire gaat, juist, over Diekstra.

U stond op en liep weg?

'Dat was wel mijn eerste impuls, maar die wist ik gelukkig te onderdrukken. Als je toelaat dat ze je opjagen, dan leg je in wezen je emotionele lot in andermans handen. Ik besloot te blijven zitten. De zaal gierde van het lachen en ik probeerde het geluid op me in te laten werken als een immuniteitsinjectie. Geef me nog maar een spuit hoon, zodat ik weerstand kan opbouwen. Ik weiger hoe dan ook mijn liefde voor het leven en voor mijn dierbaren op te offeren op het altaar van de modder die jullie over me heen storten.'

Een geschiedenis van depressies en suïcidegedachten: heeft u rondom die plagiaataffaire nog overwogen er een einde aan te maken?

'Ja. Sterker nog: het is me zelfs publiekelijk geadviseerd dat dat het beste was wat me te doen stond. Toch heeft onder andere het eerder schrijven en verscheuren van die afscheidsbrieven me geholpen. Alsof ik door die eerdere worsteling met suïcidaliteit al had besloten: ik kies voor het leven, ik kies voor deze mensen, wat er ook gebeurt. Dat zie ik ook vaak bij anderen die bijna zichzelf doodden: niet zelden komt er iets op gang waardoor je het niet nog een keer probeert. We moeten leren van dit soort gevallen: waarom slaagden zij erin zichzelf uit de haren uit het moeras te trekken? Waarom lukt het anderen niet?'

Hoe wilt u uiteindelijk sterven?

'Ik zit niet op de dood te wachten. Ik hoor zijn lokroep niet.'

U heeft er vast over nagedacht.

Beeld de Volkskrant

'Zeker, zeker. De mooiste dood die ik ooit van dichtbij heb meegemaakt was die van mijn mentor, Nico Speijer, de eerste Nederlandse suïcidoloog van enige internationale faam. Hij leed aan kanker. Niet te genezen. Hij besloot op een bepaalde dag om samen met zijn vrouw - die niet ziek was - uit het leven te stappen.

'Een dubbelsuïcide. Dat lijkt mij de mooiste manier. Dat mijn partner en ik, wanneer een van ons ernstig ziek zou worden, samen deze planeet verlaten. Maar net als bij de Speijers: zonder enige dwang, volledig als wederzijds wilsbesluit. Ach, ik romantiseer het vast hoor. Misschien is het wel helemaal niet zo mooi als ik het me voorstel. Maar toch, als ik mocht kiezen...

'Wacht, ik wil je een icoon laten zien van zo'n gezamenlijke zelfdoding. Een bijna vier eeuwen oude gravure, gemaakt in een tijd waarin suïcide nog als een daad van de duivel werd gezien. Nota bene in die tijd durfde de kunstenaar toch zo'n dubbele suïcide als thema te kiezen, met een portret van een visser en zijn vrouw die samen kiezen uit het leven te stappen. Hier, er staat een tekst bij, ik lees hem je voor:

'De visschers vrou in haer Man een langdurich gebreck siende
heeft hem en haer t'samen gebonde in Zee geworpe
Ick ben altyt beschwaert, bedroeft tot allen tyden
Niet om myn eyghen pyn, maer om een anders lyden
Zyn Sieckte doet myn zeer, zyn droefheyt is de myn
Met hem ben ick in druck, met hem ben ick in pyn
Om dat ghy niet en cont, o lieven man, ghenesen
Soo moet ick ook altyt in druck en pyne wesen
Dus op dat ick mach syn wt droefheyt ghy wtwee
Soo sullen wy te saem ons werpen in de zee.'


Wie is René Diekstra?

1965
Wil psychologie studeren. Van zijn vader moet hij eerst aantonen dat hij dit echt wil door een jaar te werken als leerling-psychiatrisch verpleegkundige in psychiatrisch centrum Sint Willibrordus in Heiloo.

1970
Studeert cum laude af in de klinische psychologie aan de Nijmeegse Universiteit, later omgedoopt tot Radboud Universiteit.

Jaren zeventig.
Initiatiefnemer van de Nederlandse versie van Psychology Today, tegenwoordig Psychologie Magazine. Promoveert cum laude op het onderwerp zelfdoding. Lector en later hoogleraar aan de Universiteit Leiden.

Jaren tachtig
In dienst bij de Wereldgezondheidsorganisatie WHO in Genève, als hoofd van het programma geestelijke gezondheid. Columnist voor diverse kranten en bladen. Krijgt de Stengel Award, de hoogste internationale onderscheiding voor suïcide-onderzoek.

Jaren negentig
Tv-programma over psychische problemen. Beschuldigd van plagiaat, neemt ontslag bij de Universiteit Leiden. Wordt adviseur preventief jeugdbeleid bij de gemeente Rotterdam.

Jaren nul - heden
Lector Jeugd en Opvoeding aan de Haagse Hogeschool en hoogleraar psychologie aan de nieuw te starten Roosevelt Academy in Middelburg. Diverse projecten en onderzoeken op het gebied van psychische weerbaarheid en suïcidepreventie bij jongeren.

23 september 2016
Verschijningsdatum Het is net of ik hier niet hoor (Uitgeverij Prometheus), over een meisje dat op 13-jarige leeftijd haar eigen leven beëindigde. Diekstra schreef het boek samen met de vader, Andy Sander, emeritus hoogleraar religiefilosofie.

René Diekstra is getrouwd en heeft drie kinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.