'Het Vuil, de Stad...' is gezien en het is begrepen

'Het hart is van God, juffrouw, niet van u. Dat krijgen we in bruikleen, zeg maar.' Dat zegt het hoertje Roma B....

In Het Vuil, de Stad en de Dood van Rainer Werner Fassbinder is Roma onbetwist het belangrijkste personage, alleen al omdat zij als geen ander een dramatische ontwikkeling doormaakt. Roma - bleek, bibberig en graatmager. Ze wordt uitgebuit en uitgewoond, thuis geslagen door een brute echtgenoot, en dan de troost van een weldoener die haar eindelijk laat voelen wat barmhartigheid is. Ten slotte volgt de verlossing: het hart in bruikleen, teruggegeven aan God.

De weldoener wordt in Fassbinders stuk aangeduid als 'A., die de Rijke Jood wordt genoemd'. De vader van Roma is een ex-nazi, die 's nachts het liefst rondloopt in korte rokjes en op hoge hakken. Roma's man en pooier is een proleet met losse handjes, maar ontdooit als hij de herenliefde ontdekt.

Het is een stel opmerkelijke individuen dat Fassbinder hier bij elkaar heeft gezet, tegen de achtergrond van de almaar uitdijende stad. Het zijn de dégénérés, de uitgestotenen die bij elkaar kruipen op zoek naar een sprankje levensgeluk. Toen Fassbinder Het Vuil, de Stad en de Dood in 1975 schreef, behoorde hij tot de artistieke voorhoede van Frankfurt, de stad die in rap tempo uitgroeide tot het financiële hart van Duitsland. Glimmende bankgebouwen overschaduwden de rafelranden waarvan hij zo hield, het territorium van hoeren, pooiers, travestieten en homoseksuelen.

Heftige karikaturen, diepe zielenroerselen, platte gruwel - daaruit bestaat de bittere allegorie die Het Vuil bovenal is. Fassbinder plaatst vrouwen tegenover mannen, homo's tegenover hetero's, rijken tegenover armen, hoeren tegenover klanten en joden tegenover nazi's. Voor nuancering is geen plaats, het is een stuk geschilderd in zwart en wit, en flink wat roze.

In zijn regie heeft Johan Doesburg een abstracte stilering toegepast. Het toneelbeeld bestaat uit louter schuivende panelen die de wisselende kaders van de stad vormen. Geen illustratie, geen decor. De personages gedragen zich als prototypen, zoals in het stuk bedoeld, behalve dan Roma B., gespeeld door Marie-Louise Stheins.

Stheins is een actrice die zich niet als prototype laat gebruiken, daarvoor zit er simpelweg te veel leven in haar lijf, te veel expressie in haar stem. Met horten en stoten, met vallen en opstaan neemt zij de toeschouwer mee naar de ziel van dit rariteitenkabinet, uitmondend in Roma's doodsbede, door Stheins aan het eind van het stuk hartverscheurend mooi en stilmakend droef gespeeld.

Hier bereikt Het Vuil zijn diepste en enige betekenis: het gewaarworden van de louterende troost die mensen elkaar tegen de verdrukking in kunnen bieden, als de Rijke Jood zijn geliefde helpt bij het teruggeven van haar hart aan God.

Zonder Roma in de vertolking van Stheins zou Het Vuil een typisch product van de jaren zeventig zijn gebleven, met de echo's van Brechts expressionisme en de seks & geweld-erotiek van Genet. Met zijn bijna romantische kijk op het leven in de goot, last Doesburg een paar beheerste showelementen in (een schlager, een dansje) en laat hij Peter Tuinman een schaamteloos travestienummer ten beste geven. In Harry de Wit heeft de regisseur een muzikale kompaan die de voorstelling van een bijna melancholieke sfeer voorziet, met zuchtende accordeon en liefelijke speeldoosmuziekjes.

Lou Landré speelt de Rijke Jood en is in zijn gedachten en de verwoording daarvan superieur aan de rest van het stel. De antisemitische monoloog ('Hij zuigt ons uit, de jood') is gruwelijk, maar niet gruwelijker dan het geweld dat de pooier tegen Roma gebruikt. Geweld dat geen woorden kent - geweld dat met stomheid slaat.

Nu deze productie van het Nationale Toneel eindelijk gezien kon worden, resteert de conclusie dat het werk van Fassbinder beter tot zijn recht komt in film dan in het theater.

De opwindende smoezeligheid, de rafeligheid en de bedomptheid ervan komen zeker in de Haagse Koninklijke Schouwburg toch vooral keurig en beheerst over. De hoeren dragen kreukvrije lingerie, ze treden op als een Grieks koor in dit melodrama dat letterlijk en figuurlijk vlekkeloos is.

Maar goed, Johan Doesburg heeft vijftien jaar later dan de bedoeling was alsnog zijn regie van Het Vuil, de Stad en de Dood afgeleverd. Het stuk is gezien en begrepen. Na afloop werd er onder het genot van een glaasje champagne in een net en vlot gesprek over nagepraat.

Doesburg kan zich vanaf nu op de toekomst richten, zijn verleden is voltooid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden