'Het voorzitterschap doe ik met een beetje humor'

Wat kan Eerste Kamervoorzitter Ankie Broekers-Knol wél wat haar collega van de Tweede Kamer níet kon? 'Gewoon mezelf zijn, hatsekidee.'

Eerste Kamervoorzitter Ankie Broekers-Knol Beeld Linelle Deunk

Als de grote glazen salontafel in Overveen kon praten, zou hij kunnen vertellen hoe Ankie Broekers-Knol (69) in elkaar steekt. Daar ligt Phantom Terror van de Pools-Amerikaanse historicus Adam Zamoyski, een stevige studie over het revolutionaire Europa van na 1800: studieuze Ankie. Ze las, vertelt ze, ook diens Poland: a history en z'n boeken over Napoleon. Ernaast Police van Jo Nesbö, voor als Ankie geen zin heeft in zwaarwichtigheid. De nieuwe Tom-Jan Meeus ligt klaar: politieke Ankie. Verder de biografie van Anton Kröller: ondernemende en culturele Ankie. Onder de tafel, degelijk vormgegeven, Gedragscodes in Internationaal, Europees en privaatrechtelijk perspectief: juridische Ankie. Nieuwsblad De Kennemer is er: lokale Ankie. En maandblad Residence: stijlvaste Ankie.Twee jaar geleden had buiten Den Haag niemand van haar gehoord. Ankie? 'Ankie, wie is Ankie?' riep de alwetende Haagse verslaggever Ferry Mingelen uit toen de nieuwe voorzitter van de Eerste Kamer bekend werd. Ze vertelt het verhaal graag, met die kenmerkende stevige lach erachteraan. Al klinkt er ook iets van ergernis door. 'We werken ons rot om die wetgeving goed in de vingers te hebben', sputtert ze. 'Ik heb als Eerste Kamerlid in de jaren daarvoor echt nuttige dingen gezegd op mijn beleidsterreinen: Justitie en Europa. Je denkt toch dat je iets presteert.'

Ankie Broekers-Knol is een markante verschijning. Kleding, sieraden, uitspraak, oogopslag, gebaren - alles roept: dit is een robuuste dame. Hollandse chic, geëtaleerd met vanzelfsprekendheid. Als er dan toch iemand de orde moet handhaven, laat het dan Ankie Broekers-Knol zijn. Amper twee jaar had ze nodig om uit te groeien tot een soort voorzitter van Nederland.

Wie wil weten hoe dat eruit ziet, moet de LuckyTV-aflevering van Prinsjesdag terugkijken: Broekers-Knol in de Ridderzaal die met geheven vuist kordaat voorgaat in het 'Leve de Koning'. 'I've got the power', monteerde LuckyTV eronder. Ook daar kan ze smakelijk om lachen.

CV

1946 Geboren in Leiden
1965 Studie rechten in Leiden
1971 - 1992 Medewerker rechtenfaculteit Leiden
1992 - 2011 Directeur Moot Court (oefenrechtbank) Leiden
1986 - 1997 VVD-raadslid Bloemendaal
2001 Lid Eerste Kamer
2013 Voorzitter Eerste Kamer

Ankie Broekers-Knol is getrouwd metneuroloog Arnoud Broekers. Ze hebben twee dochters.

Hoe dat zo is gekomen, het is haar een raadsel. 'Ik zag het helemaal niet aankomen.' Ze was er nooit op uit. Toen de Senaat een nieuwe voorzitter nodig had, waren er een paar die zeiden: Ankie, jij moet je kandidaat stellen. Zo begon het. 'Op een gegeven moment heb je de leeftijd dat je denkt: nou, dan doen we dat toch.' En zo schreef ze, tegen de wens van Mark Rutte in die niet weer een VVD'er als voorzitter wilde, een sollicitatiebrief - de eerste in veertig jaar.

'Ik hoopte alleen maar niet te worden afgeserveerd', zegt ze. Omdat de PvdA er niet uitkwam en ze in de eerste ronde al dertig stemmen kreeg, ontstond een andere gedachte: nu wil ik het worden ook. Zo gebeurde. Dit jaar werd ze, met Noord-Koreaanse stemverhoudingen, herkozen.

Voor dit interview ontvangt ze niet in de werkkamer die ze nog steeds heeft aan de Leidse Universiteit en niet in de statige voorzitterskamer aan het Binnenhof, maar thuis in Overveen, waar echtgenoot Arnoud, neuroloog, zich discreet op de achtergrond houdt. De afspraak is dat we over het interieur niet te veel vertellen. Een woning die de voorzitter past als een handschoen, laat dat genoeg zijn.

Dat u zo soepel voorzitter werd, is dat een kwestie van partijpolitiek?

'Men wist uit commissies die ik eerder voorzat al dat ik neutraal voorzitter kon zijn. In de senaat hebben we allemaal, ieder vanuit de eigen politieke invalshoek, de drang naar zo goed mogelijke wetgeving. Dat geeft binding, esprit de corps. Ik zie het nu vooral ook als mijn opdracht de onkunde en onwetendheid over de Eerste Kamer tegen te gaan. Als ik ergens voor een lezing of een verhaal wordt gevraagd, ben ik beschikbaar om te vertellen hoe het werkt. De Eerste Kamer is fantastisch, een soort familiebedrijf. Als er niemand is om ons te bedienen, schenk ik de koffie in.'

Uw gezag als voorzitter, waar komt dat vandaan?

'Op school werd er als er een klassevertegenwoordiger nodig was, altijd naar mij gekeken. Dan werd ik eropuit gestuurd om de leraar Grieks te vertellen dat het met zijn lessen niet goed ging. Ik vond het eng, dat zeg ik er rustig bij. Maar men vertrouwt me zo'n boodschap toe.' Kordaat: 'Oké Ank, het niet in je broek doen en het zo netjes mogelijk brengen. Dan ben ik gewoon mezelf. Daar kan ik wel diepzinnige gedachten over geven, maar zo diepzinnig ben ik dan niet.'

'Tijdens de studie was ik praeses van m'n jaarclub. Stelt niks voor, hoor. Ik had geen ambitie bestuurslid van de VVSL (vrouwelijke tegenhanger van het Leidse corps, red.) te worden. Ik deed cabaret. En ik zong in bands - nog steeds trouwens. We deden mainstream jazz - Astrud Gilberto, Ella Fitzgerald. Geen dixieland, daar hou ik niet zo van.' Wel een band waarmee je op een VVD-congres terecht zou kunnen? 'Uhmm nou... niet helemaal. Eigenlijk toch niet.' Ze zingt voor. 'Dat 'geef mij maar dixielè-hènd', daarvoor moet je niet bij mij zijn. Het is bij ons meer Quiet nights of quiet stars... dat werk.'

'Zingen vind ik echt leuk. Nu komt het er zelden van. Later, als ik het rustiger krijg, komt die verleiding weer. Leuk ook hoe je op allerlei plekken verzeild raakt. Dan mag je spelen in een sterrenrestaurant en jij krijgt met de rest van het personeel boerenkool met worst in de keuken. Terwijl: de trompettist is partner bij een consultancyfirma, de saxofonist is gynaecoloog. En ga zo maar door. Nou, dan liggen we in een deuk.'

Beeld Linelle Deunk

Als zangeres, bij de oefenrechtbank aan de juridische faculteit van Leiden en nu als senaatsvoorzitter - u heeft het graag voor het zeggen.

'Zoiets als Moot Court, waar studenten kunnen oefenen hoe het is in een rechtbank te staan, dat bestond niet in Nederland. We hebben het eerst op proef gedaan met zestig studenten. Groot succes. Dat moet er komen, zei het faculteitsbestuur, en jij gaat het doen. In een keer stond ik voor 650 studenten. Daar ben ik niet bang voor dan, dat klopt.'

U heeft een leven lang geoefend voor een rol die u van nature krijgt toebedeeld?

'Ik heb van huis uit meegekregen dat je moet zeggen wat je vindt, je niet schijterig achter een ander moet verschuilen. Er zijn mensen met wie je de loopgraven in kunt, omdat je weet dat je dekking krijgt. Dat zijn er weinig.'

U wilt iemand zijn met wie je de loopgraven in kunt?

'Precies. Dus niet als het fout loopt, zeggen: sorry, ik was er niet bij. Dan sta ik voor de troepen en zeg ik: oké. Mijn broer was reserveofficier bij de mariniers, het zit er wel een beetje in. We waren trouwens verder geen militaristisch gezin.'

Wat bezielde u om senator te worden?

'Ik vond de politiek leuk, was lang raadslid in Bloemendaal. Op een afdelingsvergadering zei de voorzitter: we mogen kandidaten voor de Eerste Kamer aandragen. Ik stak m'n vinger op, zomaar ineens. Ik ben jurist, heb in de gemeenteraad gezeten, volgens mij konden ze me goed gebruiken.'

En u dacht niet: wat doet die vinger nu?

'Verdorie, ik heb een goed stel hersens, de Eerste Kamer doet vooral de beoordeling van wetgeving. Dat kan ik. Ik had geen partijtraining gedaan, kende weinig mensen in de partijtop. Dat ik toch op de lijst kwam, heb ik zeer op prijs gesteld.'

(Tekst gaat verder onder foto)

Beeld Linelle Deunk

Dat was in de periode van 9/11 en de moord op Fortuyn - een waterscheiding in de Nederlandse politiek. Had dat een weerslag op uw inzichten?

'Die afkeer van Fortuyn begreep ik niet. Waarom doen mensen als Melkert en Dijkstal zo raar, dacht ik, Fortuyn is óók iemand die mensen weet te motiveren. Zelf heb ik nooit het gevoel gehad dat ik een kloof met de kiezers zou hebben.'

U bent een deftige dame uit Overveen. Dat wordt u van harte gegund, zo lijkt het. Hoe komt dat?

'Arnoud en ik hebben het daar ook wel eens over. Wat ik zelf denk: ik heb het niet hoog in m'n bol. Dat ga ik ook niet krijgen. Dat je bepaalde omgangsvormen hebt, daar voel ik me prettig bij. Maar als mensen onderdanig tegen me doen, krijg ik de kriebels. We wonen hier al 35 jaar, zo spannend is het allemaal niet. En pas op: ik kan hard vloeken en vreselijke dingen zeggen.' Weer een uitbundige lach. 'Dat geldt ook voor mijn kleding. Ik vind dat ik er netjes moet uitzien en ik heb nu eenmaal een berg van die rommel, vaak al tien jaar oud. Dat past allemaal want ik ben niet dunner of dikker geworden, het is wat het is.'

U woont niet bepaald midden in veranderend Nederland. Hoe zorgt u er voor niet losgezongen te raken?

'Het is hier geen driehoog-achter in Alphen. En om te zeggen dat ik regelmatig in volkswijken ga lopen: nee. Mijn belangrijkste sociale activiteit sinds jaar en dag: op zaterdag doe ik alle boodschappen. Dan klets ik met iedereen. Laatst vertelde de groenteboer dat hij last had met het pgb, het persoonsgebonden budget, van z'n moeder. Kun je me het mailadres geven van Martin van Rijn, vroeg hij. Dan kun je zeggen: ik heb haast, ik heb vrij. Maar dat moet je niet doen als politicus. Zijn mailadres geef ik niet, zei ik, maar ik zal hem aan z'n vestje trekken. Uiteindelijk kreeg de groenteboer een mailtje van het ministerie. En twee weken later kwam hij met een bloemetje: ''t Is in orde, hartstikke bedankt.'

'Toen onze dochter Justine heel ziek was, ging ik elke veertien dagen of drie weken naar Zwitserland, waar ze woont, alsof het Maastricht was. Kun je dat niet betalen, is het een drama als je je kind niet kunt bezoeken. Ik begrijp goed hoe bevoorrecht we zijn. Is dat voldoende antwoord?'

U zei wel eens dat u de Tweede Kamer niet representatief vindt, omdat er weinig parlementariërs boven de 60 zijn. Is de Eerste Kamer niet ook een zeer bepaalde uitsnede uit de samenleving?

'De echte handwerker, de ambachten, die vind je bij ons niet. Maar we zijn niet allemaal met een zilveren lepel in de mond geboren.'

Toch is het een heel witte Senaat.

'Dat kan ik niet helpen. Het zijn de partijen die lijsten opstellen. Mevrouw Sylvester (tot 2015 senator voor de PvdA, red.) is eruit. Maar Piet of Marie op de lijst zetten omdat die een kleurtje heeft, dat vind ik zo stom. Je moet om te beginnen lid zijn van een partij. Als die leden er niet zijn... Het aantal vrouwelijke hoogleraren loopt ook terug.'

Bent u bewust geëmancipeerd of is het een natuurlijk iets?

'Ik ben niet zo van dat emancipatiegedoe op de barricaden. Maar ik kom uit een familie van eigenzinnige vrouwen. Mijn grootmoeder was katholiek, maar trouwde remonstrants - en dat in 1912. De familie vond dat erg. Het waren allemaal stevige tantes.'

'Mijn vader en moeder waren ook zeer gelijk. Ze hadden allebei gymnasium, wat voor een vrouw - ze is van 1913 - bijzonder was. Zij wilde studeren en op kamers, maar daar was geen geld voor omdat haar broer tandheelkunde ging studeren. Ze werd secretaresse en kreeg een hartstikke goeie baan bij Aramco. Terwijl haar gestudeerde schoolgenoten tijdens de crisis thuis zaten, had zij werk. Het enige wat ik thuis niet mocht was net als mijn broer in bomen klimmen. Mijn vader zei: twee linkerhanden, twee linkerbenen, jij dondert er zo uit.' Weer een schaterlach. 'En laat ik het eerlijk zeggen: ik heb de ruimte gekregen. Met Arnoud', zegt ze met een knipoog, 'heb ik het redelijk getroffen. Er zijn mannen die vinden dat als ze thuiskomen de pot moet klaarstaan. Dat vindt hij ook wel hoor, maar de gelijkheid van man en vrouw is voor hem vrij normaal. Elke maandag passen we samen op drie kleinkinderen. Hoe ga ik dat combineren met mijn werk?, dacht ik. Maar toen realiseerde ik me dat ik zelf kon doorwerken omdat mijn moeder veel insprong. Dus je doet 't.'

(Tekst gaat verder onder foto)

Beeld Linelle Deunk

Uw maandagen zijn geblokkeerd?

'Als er 200 jaar decoratiestelsel is of er na de aanslagen in Parijs zo'n herdenkingsmoment is, dan vind ik dat ik erheen moet. Dan vangt Arnoud het op. Dat trucje kan ik niet elke maandag doen, normaal gesproken sta ik om half zeven dat papspul te maken, ze krijgen er een schepje suiker overheen en hagelslag - je bent toch oma. En 's avonds kook ik voor het hele gezin. Afgelopen maandag moest ik 's avonds naar Soesterberg, de Koning een hand geven. In de auto rook ik de uienlucht van de lasagne nog aan m'n handen.'

Heeft u die eigenzinnigheid kunnen doorgeven?

'Eigenlijk wel. Mijn oudste dochter was advocaat, ze woont in Zwitserland, is met een Deen getrouwd.' Broekers-Knol schiet vol als ze over de borstkanker van haar dochter vertelt. 'Sorry, ik kan het tien keer vertellen, maar nu even niet. Het gaat wel beter, gelukkig. De tweede is vier jaar jonger, die werkt bij een bank. Dit is de derde generatie juristen. Maar ook dat ondernemen zit er in: iets voor elkaar krijgen.' Ze vertelt hoe haar grootvader als boerenzoon in 1917 Overijssel verruilde voor Rotterdam en het eerste reclamebureau van Nederland begon. 'Buitengewoon succesvol, hij ging in 1928 op wintersport met vrouw en kinderen, heel bijzonder voor die tijd.' Haar vader was jurist, maar ook directeur van een papiergroothandel.

U bepaalt in de Eerste Kamer de ruimte die de senatoren krijgen. Dat gezag lijkt gemakkelijk te worden geaccepteerd. Hoe kan dat?

'Ik deed het altijd zo, ook bij Moot Court al. Met een beetje humor, niet al te strikt. Worden er rare dingen gezegd, dan vind ik dat niet prettig. Te lang ouwehoeren, zes keer hetzelfde zeggen, dat kap ik af. Ik ben er niet voor de VVD, maar voor de leden. Ze zijn me allemaal even lief.'

Het voorzitterschap is niet zonder gevaren. Uw collega in de Tweede Kamer, Anouschka van Miltenburg, stapte vorige week op. Ze lag al langer onder vuur vanwege haar functioneren als voorzitter. Een goed besluit?

'Iedere voorzitter begint aan zo'n functie om het zo goed mogelijk te doen. Daarom moet het voor haar een zware beslissing zijn geweest om terug te treden. Het is een grote teleurstelling als je voorzitterschap zo eindigt. Ik heb haar veel sterkte gewenst.'

Anders dan uw collega van de Tweede Kamer greep u in toen een senator onlangs over nepvolksvertegenwoordiging sprak. Waarom ligt daar een grens?

'Je bent volksvertegenwoordiger, met zo'n term diskwalificeer je jezelf en alle anderen. Zeg dan je lidmaatschap op. In mijn reactie werd ik enorm geholpen doordat alle fractievoorzitters naar de interruptiemicrofoon kwamen. Daarna gingen Marleen Barth van de PvdA en Marjolein Faber van de PVV in discussie. Dat wordt ordinair schelden, dacht ik.

Ik heb de microfoon even uitgezet. Later zei de griffier dat het zo in het Reglement van Orde stond: artikel 93 lid 2: je kunt een lid vragen iets terug te nemen. En lid 3 zegt: gebeurt dat niet, dan kan die persoon het woord worden ontnomen. Ik dacht pfffft. Want dat wist ik niet zeker.'

Is dat moment nabesproken?

'Twee dagen later hoorde ik dat Faber vervelende mails kreeg. Ik heb haar een mail gestuurd om te zeggen dat ik dat zo naar vond, zo lafhartig. Dat heeft ze gewaardeerd. De persoonlijke verhoudingen zijn oké.'

Dan, weer met die verontschuldigende lach: 'Zo'n vergadering leiden, de Koning adviseren - ik had het nog nooit gedaan. Gewoon mezelf zijn, hatsekidee. Sorry, ik kan het niet anders vertellen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.