'Het volk was alleen vernietigd'

Thit Khom werd in een opwelling lid van de Rode Khmer. Hij vocht voor het volk, maar dat kreeg niets....

ANLONG VENG Thit Khom heeft eigenhandig een bommenwerper gevlogen. Dat was in China. Die vlucht met de bommenwerper was het mooiste moment van zijn leven. Over de rest praat Thit Khom liever niet.

Dertig jaar lang was Thit Khom soldaat van de Rode Khmer, tot hij in 1999 werd ‘geïntegreerd’ in het Cambodjaanse leger. Dertig jaar leefde hij geïsoleerd van de buitenwereld en van het nieuws. Pas toen hoorde hij van de gruweldaden die ‘zijn’ Rode Khmer hebben begaan. Vanaf dat moment praat hij er niet meer over. Hij probeert te vergeten, zegt hij, maar dat is niet makkelijk.

Thit Khom leeft in Anlong Veng, een slaperig stadje aan de grens met Thailand, helemaal in het noorden van Cambodja. In de bossen rond dit stadje heeft hij twintig van zijn dertig Rode-Khmerjaren geleefd en gewerkt met de grootste massamoordenaar uit de Cambodjaanse geschiedenis: Pol Pot. En hij had er geen idee van. ‘Hij kwam over als een vriendelijke man’, zegt Thit Khom, ‘maar ik kon niet in zijn hart kijken, hè?’

Thit Khom werd lid van de Rode Khmer in 1970. Hij was 15, en deed het in een opwelling. ‘De andere jongens in mijn dorp deden het ook. Wij waren jong, en vonden het leuk om met zo’n geweer rond te lopen. Als wij met het leger een dorp binnenwandelden, keken de mensen naar ons. Zij gaven ons kip en rijst en ik voelde mij zo... ik wàs iemand. Later werd het politieker. We leerden dat wij vochten voor de bevrijding van ons volk, dat wij een strijd tegen het feodalisme voerden, en tegen de Vietnamezen en de Amerikanen...’

Naar China
In 1976 werd de tengere jongeman uitverkoren om naar China te gaan voor een opleiding. ‘Van de duizend mannen kozen ze er 42 uit’, zegt hij, en even glanzen zijn ogen. ‘Ik werd uitgezonden om een opleiding tot straaljagerpiloot te volgen. Ik was zo trots. Dat een simpele jongen uit een boerendorp straaljagerpiloot zou kunnen worden!’ Hij vertrok begin 1976 naar China en miste zo de verschrikkelijke jaren dat Pol Pot aan de macht was: de jaren van de killingfields’, waarin bijna eenkwart van de bevolking omkwam door honger, ziekte en moord.

Toen Pol Pot in 1979 door Vietnamese troepen uit de hoofdstad Phnom-Penh werd verdreven, hield Thit Khoms opleiding in China op. Het had weinig zin meer een Rode-Khmerpiloot op te leiden. Hij keerde terug naar Cambodja en voegde zich bij de restanten van de Rode Khmer en bij Pol Pot, die hier in de bossen bij Anlong Veng een nieuw hoofdkwartier bouwde. Hier zou Pol Pot nog standhouden tot aan zijn dood in 1998.

Thit Khom werd radio-operateur, en vond er zijn vrouw die in de drukkerij werkte. Over de killingfields werd nooit gesproken. Die bestonden niet, en berichten over de miljoenen doden van toen drongen niet door in de beslotenheid van het kleine Khmerbolwerk in het noorden. En als ze al eens wat hoorden, deden ze het af als vijandelijke propaganda. Maar één kant van de gruwelen drong zelfs tot hier door: dat was de angst. Die was er altijd, en overal, bekent hij: ‘Wij waren altijd bang om iets verkeerd te doen’, zegt Thit Khom. En aarzelend vertelt hij later: ‘Eigenlijk waren wij altijd bang. Wij waren ook bang om andere Khmer tegen het lijf te lopen, die wij niet kenden. Wij bleven altijd in ons eigen kleine territorium.’

‘Het leven was als in een gevangenis. Wij konden nooit eens ergens heen’, zegt zijn vrouw. De gevangenschap zou twintig jaar duren, en de bevrijding kwam met een klap: ‘Mensen vertelden ons over de moorden. Ik kon het niet geloven. Maar steeds meer mensen vertelden hun verhalen en uiteindelijk móest ik het wel geloven. Het was een verschrikkelijke ontdekking. Ons was altijd verteld dat wij streden voor het volk. Alles wat ik deed, was voor het volk. En aan het eind bleek dat volk niets te hebben gekregen. Het was alleen maar vernietigd...

‘En ik stond daar met lege handen. Dertig jaar van mijn leven waren voor niks geweest, en ik had ook zelf helemaal niets. Ik had geen land, geen huis en geen spaargeld. Mijn leven was voor niets geweest.’

Mee als gids
Thit Khom is tien jaar niet meer teruggeweest in het oude hoofdkwartier, als hij na lang aarzelen besluit als gids mee te gaan. Zijn nieuwsgierigheid wint het van zijn schaamte. Hij staat maar heel even stil bij ‘De plek waar Pol Pot werd gecremeerd’. Een zinken afdakje bedekt de plek waar tussen het zand nog stukken liggen van de rubberbanden waarop het lichaam van de massamoordenaar werd verbrand.

In een houten tempelhuisje staat een beeldje van een zittende man. Thit Khom weet bijna zeker dat het beeldje Pol Pot moet voorstellen. Dat ziet hij aan de ring om de vinger, de kleding. Het hoofd is van het beeldje afgebroken en verdwenen. Een minuscuul spoor van haat jegens de man die verantwoordelijk was voor de dood van eenkwart van zijn eigen bevolking. Gebeden wordt er ook niet: de offerschaaltjes voor het tempeltje zijn leeg.

Thit Khom weet nog blindelings de weg over het slingerende zandpad dat van hieruit de berg in draait, naar waar het echte hoofdkwartier lag. ‘Vanaf hier was het verboden terrein. Alleen de meest vertrouwde Khmersoldaten mochten hier komen’, zegt hij. ‘Daar stond een kaderschool, daar was een kippenfokkerij... Het huis van Son Seng... Daar stond mijn huis...’ In zijn herinnering wonen hier duizenden Khmers met hun gezinnen, maar zijn ogen zien alleen maar struiken, bomen en lege open plekken in het bos.

Aan het eind van een lange rit staan dan de resten van Pol Pots hoofdkwartier. Alleen wat van steen en beton gebouwd was, is er nog: de vloer en twee kamertjes. En de veranda op de eerste verdieping. In de rotsen zijn loopgraven uitgehouwen, en binnen zijn sporen van menselijk leven: telefoonnummers op de muur, een gedoofd kampvuurtje, een oude deken.

Thit Khom kijkt even rond. Hij herinnert zich hoe hij hier ooit bij Pol Pot moest komen om te vertellen dat de radio stuk was. ‘Ik was zo bang, maar hij was heel vriendelijk’, zegt hij, nog steeds zichtbaar opgelucht. En dan houdt hij op met praten. ‘Ik heb genoeg gezegd’, zegt hij zacht. Hij wil naar huis. Terug in Anlong Veng vraagt zijn vrouw: ‘Staan de fruitbomen er nog?’, een vraag die meer terugbrengt van het leven van toen dan die hele rit door de bossen.

Kapotte radio
Thit Khom keert opgelucht terug naar zijn nieuwe leven. Hij is in 1999 ‘geïntegreerd’ in het reguliere Cambodjaanse leger, en hij is nog steeds soldaat. Al zie je dat niet af aan zijn sjofele, tengere gestalte. Als zijn vrouw hem zijn maagtabletten geeft, zegt hij: ‘Ik had eigenlijk al met pensioen gewild, maar ik mag niet. Niet zolang de ruzie met Thailand over de Preah Vihear-tempel duurt. Ze zetten mij nog steeds aan de frontlijn, bij die tempel. Daar wordt af en toe flink geschoten. Ik krijg wel wat vaker vrij. Vanwege mijn leeftijd.’

In beroep tegen 'te lichte' straf voor Duch
De aanklagers van het Cambodja Tribunaal gaan in beroep tegen het vonnis dat in juli werd uitgesproken tegen ‘Kameraad Duch’, kampcommandant in de tijd van de Rode Khmer. De aanklagers willen een zwaardere straf. De rechters zouden te veel rekening hebben gehouden met verzachtende omstandigheden.

Duch, officieel Kaing Guek Eav, kreeg 35 jaar cel omdat hij aan het hoofd stond van de beruchte martelgevangenis Tuol Sleng. Daar kwamen tijdens het Rode-Khmerbewind van Pol Pot (1975-1979) zeker twaalfduizend mensen om. Gedetineerden werden er gemarteld, uitgehongerd, verkracht en geëxecuteerd.

Justitie had veertig jaar cel geëist, maar de rechters besloten tot een minder zware straf. Duch betoonde spijt en werkte altijd mee met het hof, wat volgens de rechters verzachtende omstandigheden zijn. In de praktijk zal Duch volgens dit vonnis nog negentien jaar in zijn cel moeten doorbrengen. Hij kreeg aftrek omdat hij al sinds 1999 achter tralies zit en omdat regels zijn geschonden bij zijn detentie. Duch ging zelf ook al in beroep tegen zijn veroordeling.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden