Het vogelvrije woord

Bestaat er een recht om te kwetsen of te beledigen? Het principe van het vrije woord staat buiten kijf, maar over de uitwerking ervan is voortdurend gedonder....

Een groepje vrijdenkers trok in 1931 naar Limburg om de katholieken voor te houden dat hun God een illusie was. Uit Rotterdam en Amsterdam vertrokken bussen met anarchistische propagandisten voor de vrije gedachte. De Rotterdammers werden in Tegelen tegengehouden door een menigte van duizend mensen. De Amsterdammers moesten de nacht doorbrengen op het station van Maastricht, onder bescherming van de politie. Op straat was het te gevaarlijk en geen hotel wilde ze onderdak bieden. Voor het station verzamelde zich een woedende meute die de hele nacht ‘Christus Koning!’ joelde. De volgende ochtend keerden de anarchisten onverrichter zake terug naar de hoofdstad. ‘De vrijdenkers werden met geweld uit Limburg verjaagd, bij wijze van spreken door de grootouders van Geert Wilders’, zegt Frank van Vree, hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

In het rumoer rond Fitna the Movie wordt Nederland vaak voorgesteld als een land waar het vrije woord ongestoord regeerde, alvorens de moslims ten tonele verschenen. Inderdaad was de Republiek in de 17de eeuw een relatief tolerant gebied, het eerste in Europa dat de vrijheid van geweten erkende. Maar van het einde van de 19de eeuw tot de jaren zestig van de 20ste eeuw was Nederland helemaal geen land waar de vrijheid van meningsuiting heilig was. De radio werd zwaar gecensureerd, de televisie streng gereguleerd, toneelstukken werden verboden en nergens in Europa werd zo veel in films geknipt.

‘Ik herinner me zelf nog dat ik als kind naar de hervormde bibliotheek van ons dorp in het Westland ging. In veel boeken waren met zwarte viltstift woorden doorgehaald of complete passages onleesbaar gemaakt’, zegt Van Vree, geboren in 1954.

De jaren zestig maakten een einde aan dit soort vormen van huisvlijt. Sindsdien lijkt de vrijheid van meningsuiting een onomstreden begrip, waar eigenlijk niemand tegen kan zijn. Hoewel zij in haar huidige vorm hooguit twee generaties oud is, draagt zij bij aan onze identiteit. Omdat we mogen zeggen wat we willen, onderscheiden we ons van al die dictatoriale en totalitaire landen.

Verantwoordelijkheid

Verantwoordelijkheid
Het principe staat buiten kijf, maar de uitwerking veroorzaakt voortdurend gekrakeel. Bestaat er een recht om te kwetsen of te beledigen? Gaat vrijheid gepaard met verantwoordelijkheid, waardoor Wilders moet afzien van de vertoning van zijn film? Mag een imam zeggen dat homoseksuelen lager zijn dan varkens? Hoewel er eindeloos over wordt geredekaveld, komen de meeste filosofen, juristen en andere commentatoren doorgaans op hetzelfde punt uit. De overheid mag slechts bij hoge uitzondering ingrijpen in het vrije woord, als iemand haat zaait of oproept tot geweld.

Verantwoordelijkheid
Men kan zijn bedenkingen hebben bij de opvattingen van Wilders of imam El-Moumni, maar het einde is zoek zodra iedereen die zich gekwetst voelt een ander de mond kan snoeren. De enige die zich aan deze consensus onttrekt, is ironisch genoeg de man die nu als martelaar van het vrije woord poseert; Geert Wilders pleitte zelf voor een verbod op de Koran.

Verantwoordelijkheid
Achter die consensus gaat echter een diep verschil van inzicht schuil over de onderbouwing van het recht op vrije meningsuiting. Sommigen zien vrijheid van meningsuiting als een manier om conflicten te beheersen. Elke samenleving bestaat uit groepen met verschillende opvattingen die nooit helemaal te overbruggen zijn. De vrede kan alleen bewaard worden door elke groep in zijn waarde te laten. De vrijheid om zich uit te spreken is daarbij een essentiële voorwaarde. Anderen zien de vrijheid van meningsuiting eerder als een wapen tegen achterlijkheid en onderdrukking. Zoals het christendom in de 17de en 18de eeuw werd aangepakt, zo moet nu de intolerante islam worden bestreden.

Verantwoordelijkheid
Beide opvattingen gaan terug tot de 17de eeuw, stelde de Engelse historicus Jonathan Israel in zijn Thomas Morelezing van 2006. Volgens de Engelse filosoof John Locke (1632-1704) waren alle burgers vrij en gelijk. Daarom hadden ze het recht hun eigen geloof te kiezen, ook als die leer door anderen verfoeilijk werd gevonden. De staat moest daar buiten blijven. Lockes idee van religieuze verdraagzaamheid had een grote invloed op de Amerikaanse Bill of Rights van 1791. Nog altijd gaat vrijheid van meningsuiting in de Verenigde Staten gepaard met groot respect voor (andermans) religie.

Verantwoordelijkheid
Israel bekritiseert Locke: ‘In zijn opvatting laat de staat de kerken vrij om met elkaar te wedijveren, hun greep op hun volgelingen te vergroten, disciplinaire maatregelen te nemen tegen interne dissidenten, hun invloed in het onderwijs uit te breiden, én zoveel ze maar kunnen hard op te treden tegen homoseksualiteit of buitenechtelijk seksueel verkeer.’

Verantwoordelijkheid
Israels held is de Nederlandse filosoof Baruch de Spinoza (1632-1704). Volgens hem is echte vrijheid pas mogelijk als het individu zich aan de dwingelandij van dominees en andere religieuze autoriteiten kan onttrekken. De staat moet zich daarom inspannen om de greep van de kerk op het openbare leven zo veel mogelijk te beperken.

Verantwoordelijkheid
Maar ook deze gedachte is niet zonder problemen, zegt Pieter Pekelharing, docent filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Vrijheid van meningsuiting betekent niet respect voor de mening van de ander, want die kun je verfoeien. Het betekent respect voor het zelfstandig denkvermogen van het individu, voor het feit dat hij in staat is een mening te vormen en die eventueel te herzien.’

Verantwoordelijkheid
De vrijheid van meningsuiting is een mensenrecht, gekoppeld aan de autonomie van het individu. Daarom kan de staat burgers moeilijk tegen hun wil ‘bevrijden’ van een religie die als onderdrukkend wordt gezien.

Verantwoordelijkheid
In de 19de eeuw verschoof het perspectief op de vrijheid van meningsuiting van godsdienst naar vooruitgang. ‘De wrijving der meningen brengt de waarheid aan het licht, zeiden de Nederlandse liberalen. Na de Grondwetsherziening van 1848 werd de vrijheid van drukpers, die voorheen vaak een dode letter was, ook echt nageleefd’, zegt historicus Van Vree.

Verantwoordelijkheid
In zijn klassieke, nog altijd zeer invloedrijke werk On Liberty formuleerde de Engelse filosoof John Stuart Mill (1806-1873) het verband tussen het vrije woord en de vooruitgang. Elke mening dient de waarheid, aldus Mill, ook al lijkt zij nog zo gevaarlijk, belachelijk of verkeerd. Ten eerste omdat schijnbaar idiote meningen soms toch waar blijken. Galileo werd vervolgd en Charles Darwin had moeite om een uitgever te vinden. ‘Tijdperken zijn evenmin onfeilbaar als individuen’, schreef Mill. ‘In elke tijd zijn er meningen geweest die in daarop volgende perioden niet alleen verkeerd, maar ook absurd werden gevonden. Daarom is het zeker dat veel meningen die nu algemeen gangbaar zijn in de toekomst verworpen zullen worden.’

Verantwoordelijkheid
Ten tweede: ook correcte opvattingen zijn gebaat bij tegenspraak. Meningen die niet meer worden uitgedaagd verliezen hun kracht, als een dood dogma. En ten derde: in een debat komt het zelden voor dat één mening geheel juist is en de andere mening geheel onjuist. Slechts de permanente uitwisseling van meningen maakt vooruitgang mogelijk.

Verantwoordelijkheid
Ook religieuze opvattingen mogen bekritiseerd worden, vond Mill. Hij verwierp het destijds veel gebruikte argument dat religiekritiek gematigd en respectvol verwoord moest worden. Op die manier konden gelovigen moeilijk te weerleggen aanvallen te gemakkelijk afweren met het voorwendsel dat zij gekwetst waren, vond Mill. Hij maakte slechts één voorbehoud: meningen mochten niet aanzetten tot illegale acties.

Verantwoordelijkheid
Het 19de-eeuwse vooruitgangsgeloof is verdwenen, maar Mills argumenten spelen nog altijd een belangrijke rol. ‘Als burgers van een democratische staat kunnen we slechts besluiten nemen als er geen informatie wordt achtergehouden’, zegt Pekelharing. We mogen Wilders misschien een intolerante querulant vinden die het gevaar van de islam schromelijk overdrijft, maar we kunnen niet uitsluiten dat hij toch gelijk heeft met zijn waarschuwingen.

Bijgeloof

Bijgeloof
Zo werd het vrije woord in de loop der eeuwen verkondigd, met argumenten die nauwelijks te weerleggen zijn. Toch zit er ook een andere kant aan de vrijheid van meningsuiting. Zelfs de meest verlichte filosofen waren bang voor het vrije woord. Spinoza wilde de macht van de kerken inperken, omdat hij bang was dat het volk achter demagogische dominees zou aanlopen. Voltaire riep de Pruisische koning Frederik de Grote op het ‘infame bijgeloof’ van het christendom te vernietigen. Maar, voegde hij daar aan toe: ‘Ik zeg dat niet voor het gepeupel, dat het niet waard is verlicht te worden en geschikt is voor elk juk. Ik zeg het voor de mensen van goede komaf, de mensen die willen denken.’

Bijgeloof
Met de opkomst van de massa aan het einde van de 19de eeuw nam ook de angst voor het vrije woord toe. Was de vrijheid wel toevertrouwd aan halfgeletterde arbeiders, ruwe boerenkinkels en fabrieksmeisjes van twijfelachtig zedelijk allooi? De Nederlandse zuilen meenden van niet. Zij namen het heft krachtig in handen en bepaalden wat goed en slecht was voor hun achterban. Alleen op die manier kon de maatschappelijke stabiliteit bewaard blijven.

Bijgeloof
‘Er bestond een enorme angst dat de mensen geperverteerd zouden worden door de media’, zegt Frank van Vree. De censuur bereikte een hoogtepunt in de jaren dertig, toen de samenleving – vooral naar het inzicht van de christelijke partijen – werd bedreigd door de hedonistische vermaaksindustrie, het heidense communisme en politieke versplintering door extremisme van links en rechts. In 1936 praatte de regering Colijn zelfs serieus over de inperking van de vrijheid van drukpers. Uiteindelijk werd hiervan afgezien: de vrije pers was een te machtig symbool geworden.

Bijgeloof
Voor nieuwe media, zoals de radio, golden zulke scrupules niet. In de jaren dertig werd de radio onbeschroomd gecensureerd. De religieuze gevoeligheid van de luisteraar moest worden ontzien. Zo werd het voorlezen uit het werk van Spinoza verboden. Ook Erasmus’ Lof der Zotheid zou kwetsend zijn voor katholieken. Daarnaast hoopte Nederland uit een Europese oorlog te blijven. Derhalve werd een strikte neutraliteit gehandhaafd, waarbij de nazi’s vooral niet mochten worden ontriefd. Van de Kristallnacht in 1938 werd slechts gedempt verslag gedaan. Ook kritische boeken over Hitler werden aangepakt. Voor 14 mei 1940 stond een rechtszaak op de rol tegen de uitgever Rob Leopold, omdat het boek Hitlers eigen woorden passages zou bevatten die ‘opzettelijk beleedigend, althans beleedigend’ zouden zijn voor ‘het hoofd van den bevrienden Staat, het Duitsche Rijk, Adolf Hitler’.

Bijgeloof
Veel journalisten legden zich hierbij neer. Zij geloofden dat hun vrijheid inderdaad gepaard ging met verantwoordelijkheid. Zij waren niet alleen journalist, maar ook onderdeel van een zuil die de maatschappelijke stabiliteit wilde bevorderen of een ander doel nastreefde. Zoals de sociaal-democratische journalist Johan Winkler stelde: ‘In onderschikking ligt onze heldenmoed.’

Naakte vrouwen

Naakte vrouwen
Pas in de jaren zestig werd de echte aanval op de zuilen ingezet. Er volgde een explosie van rechtszaken en affaires, omdat steeds meer mensen de grenzen van het toegestane opzochten.

Naakte vrouwen
Rond 1968 was de strijd beslist, zegt Van Vree. De vrijheid van meningsuiting was springlevend, maar als kwestie zo dood als een pier. Nederland was het land waar alles moest kunnen, heilige huisjes naar hartelust werden gesloopt en de naakte vrouwen vrolijk over het tv-scherm dansten. Met een reuzenzwaai werd het conservatieve Nederland het meest libertaire land ter wereld. De minderheid die zich hierdoor gekwetst voelde, trok zich terug in eigen kring.

Naakte vrouwen
Zo had het verhaal kunnen eindigen.

Naakte vrouwen
Maar na 11 september heeft de confrontatie met de islam het vraagstuk van de vrijheid van meningsuiting nieuw leven ingeblazen. Sommige moslims zijn gekwetst door zaken waar christenen onderhand aan gewend zijn geraakt. Hierdoor is een klimaat van dreiging en geweld ontstaan waardoor het vrije woord ontegenzeggelijk onder druk staat.

Naakte vrouwen
Theo van Gogh is vermoord, anderen worden bedreigd en kunstfoto’s over islam en homoseksualiteit worden nergens opgehangen. Nederlanders vrezen de teloorgang van de vrijheid van meningsuiting als kernwaarde in een identiteit die toch al zo wordt belaagd door globalisering, immigratie en Europa. Zij zijn echter onzeker en diep verdeeld over het antwoord op deze ontwikkeling: tolerantie in de geest van Locke of confrontatie in de geest van Spinoza.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden