Het voeden van het peloton, een noodzakelijk spel met eigen regels

De ravitaillering is een noodzakelijke spel (renners hebben eten en drinken nodig) met zo haar eigen regels (de zak moet stil hangen). Een etappe in het spoor van Durk Fabriek en teamarts Anko Boelens van Sunweb.

Beeld Klaas Jan van der Weij

Vesoul, de start

Op de Place de la République in Vesoul opent een soigneur van Sunweb de klep van een reusachtige koelbox. In de kofferbak van zijn auto worden tachtig strak gerangschikte bidons zichtbaar.

Die met een stip op de dop bevatten water, in die zonder zijn mineralen, glucose en fructose opgelost. Er zijn smaakjes: appel, bosbessen, rood fruit. De stip telt: een dag eerder probeerde renner Albert Timmer het verhitte hoofd wat te verkoelen en reed vervolgens de rest van de etappe met plakhaar uit.

De verzorgers annex fysiotherapeuten - de taken lopen bij Sunweb in elkaar over - hebben hun voorzorgen genomen: het wordt een dag met beproevingen. De vijfde etappe is met 216 kilometer naar Troyes de een na langste van de ronde. Het wordt ook nog eens de heetste dag tot dusver, met temperaturen royaal boven de 30 graden.

Er is een schep minder aan poeders in de drinkbus gegaan: boven de 25 graden kan het lichaam suikers slechter verdragen. In afgeknipte panty's is ijs gepropt. Die kunnen de renners straks in hun shirts steken. Er zijn onderweg twee extra momenten ingelast om bidons te overhandigen.

Een half uur voordat het peloton zich in gang trekt, rijden fysiotherapeut/verzorger Durk Fabriek en teamarts Anko Boelens over het parcours Vesoul uit, de kofferbak vol drinkbussen. Op de achterbank liggen negen eetzakjes, staan een ton gevuld met ijs en twee reservewielen - je kunt nooit weten wanneer die nog van pas komen.

Wat zit er in het zakje? 

Drie repen

Twee gels

Cafeïnedrankje, een zogeheten booster

Twee bidons

Twee rijstcakes

Een sokje met ijs

Chaumont, halverwege

Enkele kilometers voor Chaumont, op 110 kilometer voor de finish, brandt de zon onbarmhartig op een onbestemd stuk asfalt langs een bedrijventerrein. Welkom in de bevoorradingzone, enkele honderden meters lang. Fabriek en Boelens hebben de auto in de berm gezet. Het is nog een uur wachten op de renners.

Het was even zoeken naar de juiste plek. 'Hier lijkt het niet echt op te lopen.' 'Misschien is het vals plat. Het is wel wat makkelijker als ze niet te hard rijden.' 'Hier is lekker veel ruimte.' 'Hoe zit het met de wind?'

Ze hangen alvast de zakjes aan het rek op de auto. Later zullen ze er rijstcake en twee bidons bij stoppen. De motor blijft draaien, de airco houdt de dranken koel.

Via de groepsapp komt een bericht binnen: de renners zijn al door het water heen. Hier leggen ze dan meteen 24 bidons extra klaar, in twee zakjes. Die zijn straks voor de ploegleiderswagen.

Het is voor de buitenstaander altijd een hachelijk moment: de renner die de zak grijpt. Volgens Boelens en Fabriek gaat het eigenlijk altijd goed; dit zijn profs, die weten wat ze doen. Bij de beloften wordt er nog wel op getraind. In het hengsel zit een knoop. Vlak daaronder zullen ze hem straks vasthouden, tussen duim en gestrekte wijsvinger. De renner heeft dan de ruimte om de zak te grijpen.

Boelens: 'Het is belangrijk dat de zak stil hangt.' Fabriek: 'Je moet heel even meegaan met de arm. Loslaten doe je vanzelf.' Er zijn ook gewoonten. Fabriek zet zijn zonnebril af. Dan heeft hij oogcontact met de naderende renner. Boelens houdt de zonnebril juist op. Anders moet hij de ogen toeknijpen tegen licht. Dan ziet hij niet scherp.

Het klapperende geluid van de helikopter kondigt het peloton aan. Ze trekken teamshirts aan. De arts stelt zich als eerste op, met vier zakjes aan de arm. De verzorger staat vijftig meter verderop, hij heeft er vijf.

Zal het weer goed aflopen? Boelens: 'Het is routine, maar een beetje nervositeit is er altijd wel.' Als het pak renners ineens op drift raakt en met 65 kilometer per uur langs davert, gaat hij niet met het eten staan zwaaien. Hij heeft het dit jaar meegemaakt in de Giro d'Italia, toen Tom Dumoulin met zijn ploeg een achterstand moest goedmaken. Er is dan ook geen renner wiens hoofd er naar staat ook maar iets aan te pakken.

Het is in enkele oogwenken voorbij. Uit de voor het oog amorfe gedaante van het langsrazende peloton maken zich ineens renners los en schieten op Boelens en Fabriek af. Er wordt niks gezegd. In korte tijd staan ze met lege handen. 'Was Albert de eerste?' 'Nee, Ramon.' 'Dat kan niet. Ik had Ramon.' 'Ik heb Michael helemaal niet gezien.' Boelens: 'Het is ook lastig. Er komen ineens 190 man op je af.' Fabriek: 'Pas laat zie je wie het is .'

Troyes, de finish

Anko Boelens en Durk Fabriek staan zo'n 100 meter na de eindstreep in Troyes opgesteld, waar Marcel Kittel als eerste voorbijkomt. Boelens draagt een rugzak met schone kleren, water en frisdrank. Er was even discussie geweest over de inhoud. Albert Timmer wilde graag een Fanta. Die zit er niet in. Je kunt op zo'n moment niet iedereen op zijn smaak bedienen. Fabriek heeft een rollenbank meegenomen. Als er een renner uit de ploeg het podium op moet of zich bij de dopingcontrole dient te melden, kan hij even uitfietsen.

Deze dag hoeft er niemand naar het podium of de dopingcontrole. Fabriek deelt frisdrank uit aan negen bezwete renners. Timmer vraagt om een Fanta. Arts Boelens: 'We gaan het 'm nog een keer uitleggen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden