Opinie

'Het vluchtelingenkind is dankbaar dat ze hem Nederland gegeven hebben'

Er was eens een jongen die met zijn ouders uit Iran naar Nederland vluchtte. 'Hij raakt verliefd op de taal, op de stad, op de cultuur, op het land', schrijft Ferdows Kazemi. 'Dat is wat Nederland siert, niet de verhalen over vluchtelingenkinderen die Teeven wil terugsturen naar het land van hun ouders.'

Beeld anp

Onlangs had ik een gesprek met een jonge man die jaren geleden samen met zijn ouders Iran ontvluchtte. Hij was toen bijna negen jaar oud en had geen idee waar Nederland lag, überhaupt geen weet van landsgrenzen. Blonde haren en blauwe ogen had hij alleen in films gezien.

Eenmaal aangekomen op Schiphol kan hij zijn ogen niet geloven. Voor het eerst ziet hij blonde mensen met hun blauwe ogen in het echt, alsof hij in een filmscène wandelt. Hij maakt direct contact met iedereen en zij met hem. Nee, hij kent hun taal nog niet, maar een kind heeft vaak genoeg aan gebarentaal, een glimlach, een aaitje over zijn bol.

Veilig voelen
Het gezin belandt vervolgens in Vught. Om precies te zijn in 'Kamp Vught'. Hij voelt zich daar niet erg veilig. Hij weet niet waarom, want hij leert de geschiedenis van het kamp pas veel later kennen. Misschien bang voor het gebouw. Ze verhuizen binnen een paar weken naar een andere stad, of beter gezegd naar een ander kamp, want voor een kind bestaan net zo min stadsgrenzen als landsgrenzen. Dit kamp is niet belast met een tragische geschiedenis. Hij voelt zich daar veilig. Hij gaat naar school, leert Nederlands, maakt vrienden, haalt met hen kattenkwaad uit. Dat allemaal binnen de kampgrenzen. Het kamp is zijn veilige domein. Terwijl zijn ouders doorgaans met hun eigen landgenoten omgaan, speelt hij met alle kampkinderen samen. Hij let niet op hun afkomst of kleur. Hij deelt een gemeenschappelijke taal en een gemeenschappelijk domein met hen; de Nederlandse taal en het kampdomein worden bindend. Die geven hem veiligheid.

Later verhuist het gezin naar een andere stad, of beter gezegd naar een echt huis, geen kamp meer. Pas daar worden de stadsgrenzen voor hem zichtbaar. Voor het eerst krijgt hij heimwee, niet naar zijn stad in Iran, maar naar de stad waar hij een jaar in het kamp gezeten heeft. Naar de stad waar hij de taal geleerd heeft, zijn contactsleutel naar een veilige wereld.

Terug naar Iran
In de nieuwe stad woont hij in een echt huis dat niet als thuis voelt. Pas daar wordt hij angstig, bang om terug te moeten naar Iran. Hij krijgt nachtmerries. Vaak wordt hij midden in de nacht in paniek wakker, hij loopt naar zijn ouders, hij roept huilend dat hij niet terug wil naar Iran. Ook zijn ouders hebben heimwee naar de stad van het kamp, niet naar de stad waar ze geboren en getogen zijn. Twee jaar later keert het gezin terug naar die stad.

Het kind van het verhaal groeit op in die stad. Hij maakt vrienden, kleurrijke vrienden. Hij raakt verliefd op de taal, op de stad, op de cultuur, op het land. En hij straalt die liefde uit. Hij studeert en werkt. Hij is niet belast met het vluchtverhaal van zijn ouders, wel dankbaar dat hij en zijn ouders hier mogen zijn, vrij. Hij voelt zich een wereldburger die diep in zijn hart toch Nederlands is. Hier is hij gevormd, hier heeft hij zijn identiteit gecreëerd.

Verrijking
Ooit hebben zijn ouders hem los gerukt van zijn wortels, van zijn lieve opa's en oma's en van zijn vrienden. Maar hij is ze dankbaar dat zij hem Nederland gegeven hebben. Het land dat hem de kans gegeven heeft zichzelf te zijn. Een gelukkige jonge man met een verhaal waarin ook vage herinneringen aan zijn geboorteland voorkomen. Hij is een verrijking voor de taal, voor de stad, voor de cultuur, voor het land. Hij is een vluchtelingkind dat op het juiste moment op de juiste plek terechtkwam. Een succesverhaal? Nee! Een triest verhaal? Nee! Gewoon een verhaal van binding en liefde.

Dit is wat Nederland siert, niet de dagelijkse verhalen over zeventig vluchtelingenkinderen van wie het rijk zijn handen afgetrokken heeft, maar de lagere overheden niet. Kinderen voor wie de Ombudsman opkomt omdat Teeven ze onterecht terug wil sturen naar het land van hun ouders. De rechter geeft hem gelijk. En ik lees dat Teeven in beroep gaat tegen de uitspraak van de rechter. Dit is wel een triest verhaal.

Ferdows Kazemi is schrijfster van de roman 'De ongewenste zoon' en columniste voor Volkskrant.nl. Volg haar op Twitter: @FerdowsKazemi

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden