acht vragen overhet coronavirus

Het virus: horrorziekte of stevig griepje?

Steeds nadrukkelijker rammelt het nieuwe coronavirus uit China aan de spreekwoordelijke poorten van het land; inmiddels is het virus ook in Nederland vastgesteld. Maar met wat voor indringer hebben we nu precies te maken? Een praktische gids.

Een coronapatiënt loopt door de hal van het ziekenhuis in de Chinese provincie Wuhan. Beeld AFP

Wat houdt de ziekte precies in?

De aandoening ‘covid-19’, zoals de coronavirusziekte officieel heet, is voor de meeste mensen niet of nauwelijks te onderscheiden van het geheel aan zware verkoudheden en griepjes dat we gemakshalve ‘de griep’ noemen. De incubatietijd is een dag of vijf, al zijn er goede aanwijzingen dat het ook langer kan duren voor de ziekte zich openbaart.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Een inventarisatie van ruim duizend van de eerste Chinese patiënten leert dat 88 procent koorts kreeg en 68 procent hoestklachten. Ongeveer de helft voelt zich moe en lusteloos, bleek uit een studie van een kleinere groep ziekenhuispatiënten. Zeldzamere symptomen zijn braken (5 procent), diarree (4 procent), hoofdpijn (8 procent van de ziekenhuispatiënten) en het ophoesten van bloed (5 procent van de ziekenhuispatiënten).

Hoe verloopt de ziekte?

Ook dat verschilt uiteraard per geval en per land. Volgens een analyse van 45 duizend, meest Chinese patiënten verloopt de ziekte bij zo’n 81 procent niet ernstiger dan een thuisgriepje. Die krabbelen na een weekje weer op. Ongeveer 14 procent moest worden opgenomen, bij een procent of 5 werd de situatie zo kritiek dat ze moesten worden beademd. Bij al die percentages past wel een zeer ruime armslag: omdat de ziekte nog nieuw is, heeft men nog niet goed zicht op alle getallen.

Bij een ander onderzoek, van 1.099 Chinese patiënten, bleek dat 38 procent extra zuurstof kreeg via een neusslangetje. De mediane verblijfsduur in het ziekenhuis was in China 10 dagen.

Hoe groot is de overlijdenskans?

Volgens de officiële tellingen zal zo’n 2,4 procent uiteindelijk aan de ziekte overlijden. Maar dat getal is eigenlijk te hoog, omdat de hoge sterfte in de brandhaard Wuhan (4 procent) het gemiddelde omhoog trekt. Schrap de provincie Hubei uit de tellingen en de sterfte is nog ‘maar’ 0,4 procent, en buiten China 0,25 procent.

Al die getallen zijn nog volop in beweging, omdat er nog ernstig zieken in het ziekenhuis liggen, maar ook omdat er naar men aanneemt veel patiënten zijn met milde symptomen die niet in de statistieken zitten. De ‘taart’ van besmette patiënten zou dan groter zijn dan gedacht, en het percentage sterfgevallen dus kleiner – een fenomeen dat vaker optreedt bij nieuwe ziekten.

Met de huidige sterfte zou de nieuwe ziekte op één lijn komen met de Spaanse Griep van 1918, die ook dodelijk was in zo’n 1 tot 2 procent van de gevallen. Ter vergelijking: de ‘gewone’ seizoensgriep kost ongeveer 0,1 procent van de patiënten het leven, de longziekte sars was dodelijk in 9,6 procent van de gevallen.

Een dokter bekijkt scans in een ziekenhuis in Wuhan. Beeld AP

Gaan echt alleen ouderen eraan dood?

De dood van de 34-jarige Chinese arts Li Wenliang, die het virus eerst ontdekte en er daarna aan overleed, geeft wel aan: het nieuwe coronavirus treft ook jongeren en gezonden. Toch is er ook goed nieuws: dat gebeurt maar zelden.

Volgens de huidige inzichten komt de ziekte nauwelijks voor onder kinderen, en treft de aandoening vooral vijftigers (22 procent van de gevallen), zestigers en zeventigers (beide 10 procent van de gevallen). De kans om te overlijden aan de ziekte loopt steil op met de leeftijd: nul procent onder jonge kinderen, minder dan 1 procent bij mensen onder de 50, 8 procent bij 70-plussers en bij 80-plussers zelfs zo'n 15 procent. En vooral onder diabetici en mensen met hart- en vaatziekten is de sterfte flink verhoogd.

Ook het moment van diagnose maakt uit, blijkt uit de Chinese cijfers. Mensen die pas na vijf dagen of langer werden gediagnosticeerd, hadden een tweeënhalf keer grotere kans om aan de ziekte te overlijden, omdat ze dan dikwijls al niet meer waren te redden. Dat verklaart mogelijk ook deels waarom het sterftecijfer zoveel hoger is in Wuhan, de stad waar de ziekte voor het eerst opdook: men werd erdoor overvallen.

Opvallend: in China bleek het risico op sterfte bij mannen drie tot vier keer hoger dan bij vrouwen. De redenen begrijpen wetenschappers nog niet goed. 

Hoe besmettelijk is het virus?

Het coronavirus kan aardig van mens naar mens springen. Dat gaat met ‘druppelbesmetting’: via inademing van onzichtbaar kleine slijmdruppeltjes die de patiënt uit de longen lanceert bij het hoesten, via handen die zulke druppeltjes opvangen, of via gladde oppervlakken zoals deurkrukken en kranen, waarop de virusdeeltjes nog uren tot dagen kunnen overleven. U zit aan een handvat, kriebelt aan uw neus, ademt in, en het virus is binnen.

De beste bescherming is dus: was vaak en grondig de handen, nies en hoest in de elleboog, gebruik wegwerpzakdoekjes en werp die ook weg. Gewone mondkapjes hebben weinig zin, werd deze week op allerlei manieren maar weer eens herhaald, omdat ze doorgaans niet goed afsluiten en omdat het virus in zeldzame gevallen ook via de traanbuis van het oog het lichaam binnen komt.

Lastig is dat het virus zich ook kan verspreiden via mensen die nog niet zo erg ziek zijn, en die dus gewoon nog rondlopen. Dat maakt ‘covid-19’ een stuk lastiger op te sporen dan sars, waar je de virusverspreiders tenminste nog kon herkennen aan het feit dat ze ziek waren. Bovendien lijken sommige patiënten veel beter te zijn in het doorgeven van de ziekte dan andere, om redenen die wetenschappers niet goed begrijpen. In Zuid-Korea besmette een 61-jarige vrouw bijvoorbeeld meer dan 300 anderen.

Het belangrijkste advies is dan ook: als u met griepachtige klachten terugkomt uit een besmet gebied, of u krijgt zulke klachten binnen twee weken na thuiskomst uit een besmet land, raadpleeg de huisarts. ‘Die zal een aantal vragen aflopen en aan de hand daarvan bepalen of een test nodig is’, zegt Aura Timen van het coördinatiecentrum voor infectieziektebeheersing (LCI).

En nu: uitgestorven straten in Nederland?

Dat is volstrekt onduidelijk, en niet te hopen. Nederland zal proberen nieuwe patiënten zo snel mogelijk op te sporen en af te zonderen, en zijn (of haar) contacten aan te raden hun gezondheid extra goed in de gaten te houden.

Mocht die tactiek niet meer werken en de ziekte overal opduiken, dan kan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) de minister van Volksgezondheid adviseren tot een andere aanpak: de ziekte ‘loslaten’, maar wel met voorlichting en preventie een uitbraak zoveel mogelijk binnen de perken proberen te houden. Welke maatregelen daarbij nodig zijn, kan het RIVM nog niet zeggen: dat hangt af van de precieze situatie op het moment. ‘Er liggen diverse scenario’s op de plank’, zegt Timen. Want uiteraard maakt het nogal uit of er opeens patiënten opduiken in de Randstad, of dat er enkele reizigers ziek worden in een geïsoleerd dorp op het platteland.

Overigens is Nederland niet het soort land dat snel hele steden of dorpen zal afsluiten: ‘Dan sluit je patiënten op met gezonde mensen’, zoals Timen zegt. Wel is het denkbaar dat er delen van het openbare leven stil komen te liggen, zoals men in het buitenland al diverse evenementen, feesten en sportwedstrijden afgelaste. Viroloog Ab Osterhaus gokt er al op dat het Eurovisie Songfestival in mei in Rotterdam niet zal doorgaan, gaf hij onlangs te kennen.

Is er een behandeling?

Nee. Tegen een virus bestaat geen medicijn: het enige wat erop zit, is het laten uitrazen, totdat het eigen immuunsysteem de juiste moleculaire ‘sleutel’ vindt om de virusdeeltjes vast te pakken en ze te doden.

Wat wel kan, is het lichaam een handje helpen met zijn innerlijke gevecht. Rust houden, goed drinken, eventueel de pijn stillen en de koorts dempen. En, bij de ziekste patiënten, de longen op gang houden met extra zuurstof of beademingsapparatuur.

Wetenschappers zijn hard op zoek naar medicijnen. Er zijn aanwijzingen dat interferon iets helpt, een middel dat het afweersysteem opjut, maar dat wel veel bijwerkingen heeft. Andere artsen proberen het met lopinavir en ritonavir, middelen tegen hiv, met het malariamedicijn chloroquine of het ebolamedicijn remdesivir: allemaal middelen waarvan de werking tegen het virus momenteel wordt onderzocht.

Wanneer is er een vaccin?

Een vaccin zou natuurlijk het best zijn. Maar een ‘griepprik’ die beschermt tegen het nieuwe virus zal nog zeker maanden op zich laten wachten – en zelfs dat zou ongekend snel zijn.

Na de ebola-uitbraak van 2014 heeft een internationaal concern van bedrijven en ngo’s beloofd de ontwikkeling van nieuwe vaccins te versnellen: er zou dan al eind april een ruw vaccin zijn. Maar de meeste kenners betwijfelen of dat haalbaar is, want zo’n vaccin moet uitgebreid getest worden op werkzaamheid en veiligheid. ‘Normaal is de ontwikkeltijd van zo’n vaccin als dit vijf tot zes jaar’, zei hoogleraar virologie Osterhaus vorige week op een bijeenkomst in Amsterdam.

Waarschijnlijk zal een vaccin, als het er komt, eerst worden ingezet voor zogeheten ‘ringbescherming’: zorgverleners en directe contacten van patiënten krijgen de inenting, de wijde wereld nog even niet. En dan maar hopen dat het lukt het virus op die manier de pas af te snijden en het te smoren.

N.B.: Dit artikel is voorzien van updates na de bekendmaking van het eerste geval van besmetting met het coronavirus in Nederland.

Wat begon als een mysterieus virus in de Chinese miljoenenstad Wuhan heeft zich over de hele wereld verspreid. In dit dossier leest u alles wat u moet weten over het virus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden