Het verval van de Afrikaanse droom

Waar is dit? Een Afrikaanse man zit achter een roestig metalen bureau, naast hem een dossierkast volgestouwd met onbegrijpelijk oude ordners. Op een ijzeren bak voor het bureau op de grond staat: ‘chloride’. Een klimplant kruipt eruit omhoog langs een draad naar een archiefkast. Daar staat een metalen landkaart van Afrika op een sokkel.

Overal in Afrika kun je dit soort verloederde kantoren aantreffen. Van die metalen kaart moeten er honderdduizenden zijn gemaakt voor al die kantoren en als souvenirs. Maar dit is Lubumbashi, in het binnenland van de Democratische Republiek Congo. Het gemeentehuis.

De Zuid-Afrikaanse fotograaf Guy Tillim (1962) legde het in 2007 vast voor zijn serie Avenue Patrice Lumumba. Een expositie met een deel van die foto’s is net geopend in Foam, Amsterdam.

Lubumbashi is een verschrikkelijk oord, prachtig gelegen aan de bocht van de machtige rivier de Congo. Er is vreselijk gevochten tussen legers en milities. Moordpartijen, vluchtelingenstromen, alle plagen van Afrika deden het stadje aan. Maar dat zie je niet op de foto. De ambtenaar zit kalm en kijkt in de eeuwigheid. Hij heeft zo’n typisch Afrikaans overhemd met kleurige staatspropaganda aan. Rond de kaart van Congo staat geschreven: ‘45 jaar soevereiniteit’. Wrang.

Vroeger maakte Tillim ook nieuwsfoto’s – hij begon in de jaren tachtig als lid van de geëngageerde Zuid-Afrikaanse fotografen Afripix, en werkte later voor de grote persbureaus – maar deze verstilde foto’s gaan dieper dan de schok. Ze doen geen verslag van een actueel drama, maar suggereren het lot van het continent.

Avenue Patrice Lumumba is niet zomaar een laan ergens in een Afrikaanse stad, vernoemd naar een lang geleden (in 1961) vermoorde held van de onafhankelijkheid; bijna alle Afrikaanse plaatsen van betekenis hebben een Lumumba-straat. Op Tillims foto’s staan maar een paar echte Lumumba-straten. Het is een symbolische titel, een mijmering over de droom van een vrij, zelfstandig en trots Afrika, schrijft Tillim in het boek bij de expositie.

Veel Afrikaanse straten zijn na de onafhankelijkheid (vanaf 1957) vernoemd naar de nieuwe Afrikaanse leiders. Tillim koos Lumumba natuurlijk omdat die dood ging voor hij aan de slag kon. Andere leiders vielen de een na de ander van hun voetstuk. Zoals Kwame Nkrumah in Ghana. Tillim laat het zien op een foto van vernielde Nkrumah-beelden, in de tuin van het museum in Accra.

De gebouwen zelf zijn ook stille getuigen van verloren trots. Ze zijn neergezet in de optimistische periode. Flats en beton waren in de mode. De nieuwe regeringen lieten ermee zien dat ze helemaal van deze moderne tijd waren en meetelden. Die gebouwen leken op elkaar, of de landen nu op het Westen waren gericht of juist op het Oostblok. En in hun verval is die gelijkenis alleen maar sterker.

Je zou de indruk kunnen krijgen dat Tillim Afrikaanse landen met zo verschillende recente geschiedenis, over één kam scheert. Zelfs Zuid-Afrika. In Foam hangt een aangrijpende strip van vijftig foto’s van het leven in de verloederde flatgebouwen van de wijk Hillbrow in Johannesburg.

Maar Tillim bezweert dat hij niet de zoveelste onheilsprofeet over Afrika wil zijn. Hij wil die droom van Lumumba levend houden. Lukt dat? Er straalt veel weemoed af van zijn foto’s van vervuilde, roestige gebouwen met lekkende airco’s. In Angola zeiden ze: ‘Zelfs de gebouwen huilen.’ Maar dat was al weer een tijd geleden. De foto’s uit Angola en Mozambique (2007-2008) lijken wel uit 1990; sindsdien is er veel opgeknapt, dankzij de spectaculaire economische groei.

Avenue Patrice Lumumba in Foam, Amsterdam, t/m 30 augustus.

Guy Tillim, Avenue Bagamoyo, Beira, Mozambique, 2008.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden