Column

Het verschil tussen Rembrandt en Cruijff

Elk woord over Johan Cruijff is er een te weinig, zei Rafael van der Vaart spitsvondig en met een vleug Cruijffiaans en Jan Mulder schreef dit in zijn afscheidsrede in de krant:

Paul Onkenhout
null Beeld anp
Beeld anp

Bij de Febo sloot hij aan in de rij voor een kroket. In Barcelona nam hij gewoon de taxi.

Ik pakte Cruijff, Hendrik Johannes, fenomeen erbij, het boek van schrijver/dichter Nico Scheepmaker. De eerste versie verscheen in 1972. Het meeste moest nog gebeuren. Cruijff speelde bij Ajax, het WK in West-Duitsland lag in de toekomst en Barcelona was niet meer dan een grote Spaanse stad.

Scheepmaker deed iets nieuws. Ik heb er later veel aan gehad. Als chroniqueur begaf hij zich buiten de lijnen van de sportjournalistiek. Er was meer dan alleen het voetbal.

Hij schreef uitgebreid (tien pagina's) over de y/ij-kwestie van de achternaam, het favoriete boek van Cruijff (Klop maar op 'n deur van Willard Motley) en Danny Coster. 'Voor arbeiders' verklaarde hij met een knipoog naar Gerard Reve Cruijffs passeertechniek.

Van de man die zich, jaren later, met zijn Foundation als weldoener ontpopte, was nog geen schim te zien. Cruijff ging tekeer tegen werklozen ('Die op het Rembrandtsplein in de zon zitten terwijl ik me uitsloof') en provo's ('Provo betekent niet werken').

De Ajacieden zagen er alleen uit als provo's, ze gedroegen zich er niet naar. 'Het was echtgenote Danny die Johan attendeerde op een andere mode en een ander kapsel, lang in plaats van fris opgeschoren.' Het viel mij tegen, en Scheepmaker ook, maar er viel mee te leven. Cruijff was gelukkig meer dan dat.

Scheepmaker overleed onverwacht in 1990, het jaar waarin ik een betrekking bij de krant kreeg. Er is veel wat hij niet heeft meegemaakt. In 2004 vroeg Vic van de Reijt van uitgeverij Nijgh & Van Ditmar of ik Cruijff, Hendrik Johannes, fenomeen wilde aanvullen met een hoofdstuk over de periode 1998-2004. Ik vond het een enorme eer, maar aarzelde.

Erik van Muiswinkel had eerder hetzelfde gedaan met de periode 1991-1997. Niets ten nadele van hem verder, maar dat nam mijn twijfels weg. In hoofdstuk 52 schreef ik over de rol van Cruijff als weldoener, filosoof, taalvernieuwer en tv-analyticus.

Met enige tegenzin stipte ik zijn rancuneuze trekjes aan en gebruikte ik citaten uit een column in Voetbal International waarin Cruijff een andere Amsterdammer en Ajacied oncollegiaal, hypocriet en onbeschaafd noemde - dat was Louis van Gaal. Toch schreef ik welwillend dat hij als vijftiger barmhartiger was dan ooit tevoren.

Het was de tijd dat zijn taalgebruik uitgebreid werd geanalyseerd. Van Je moet schieten, anders kun je niet scoren, een boekje waarin Henk Davidse uitspraken van Cruijff had verzameld, werden meer dan 150 duizend exemplaren verkocht.

Nederland sloot hem in zijn armen, Cruijff had zich bevrijd van zijn imago van betweter en bemoeial. De man die ooit had gezegd dat hij later nooit een gratis brood zou krijgen, was bij iedere bakker in Nederland welkom.

In een radio-interview sprak hij uitgebreid over het geloof, en de dood. Cruijff zei: 'Ik geloof niet omdat ik dus niet gelovig ben, maar ik denk wel dat er iets anders is, maar daardoor geloof ik datgene wat ik dus denk dat er is.'

Nico Scheepmaker, de man die Cruijff als geen ander bestudeerde, zou er wel raad mee hebben geweten. Afscheid, is de titel van een van zijn gedichten. Dit is het slot:

Daar gaat-ie dan! Het grote fenomeen dat net als ik en Rembrandt werd geboren in Nederland - ik voel me uitverkoren. Met Rembrandt echter heb ik slechts gemeen de aanblik van de Munt en Westertoren, maar Cruijff heb ik gezien - door merg en been.

Reageren? p.onkenhout@volkskrant.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden