Het verschil tussen Bagdad en Belgrado

Aan het middel van de humanitaire interventie zitten meer haken en ogen dan de NAVO-lidstaten willen weten, meent Joris Cammelbeeck....

HEEFT de NAVO aan de vooravond van haar vijftigste verjaardag een voorschot genomen op het nog uit te werken Strategisch Concept voor de komende eeuw? Of zal de niet-verklaarde oorlog tegen Joegoslavië, hoe die ook afloopt, achteraf net zo'n incident blijken als de Golfoorlog? Dat wil zeggen geen begin van een Nieuwe Wereldorde (president Bush) en ook niet de aanzet tot of het begin van een geloofwaardige politiek van humanitaire interventie.

De post-Koude Oorlog periode overziend, kan worden geconstateerd dat het Westen blijft worstelen met zijn pretenties en ambities op het vlak van mensenrechten. Wat veertig jaar niet werd of nauwelijks kon worden afgedwongen, op straffe van verstoring van de stabiliteit van twijfelachtige bondgenoten of een nucleair conflict met de Sovjet-Unie, wordt de afgelopen tien jaar gezien als een inlossing van een openstaande rekening.

Realisten, isolationisten, interventionisten en humanitaire activisten kruisten herhaaldelijk de degens over de vraag 'wat te doen?' in zulke uiteenlopende kwesties als Haïti, Cambodja, Mozambique, Somalië, Bosnië, Irak en Rwanda. Na de succesvolle bevrijding van Koeweit leken de Verenigde Naties het instrument om 'iets' te doen tegen flagrante inbreuken op het internationaal recht: massale schending van mensenrechten, misdaden tegen de menselijkheid en genocide.

Het mag ironisch heten dat wat in 1990 begon met het, daartoe gelegitimeerd door de Veiligheidsraad, ongedaan maken van de Iraakse bezetting van de soevereine staat Koeweit, tien jaar later is komen te verkeren in een oorlog tegen de soevereine staat Joegoslavië zonder enige juridische legitimatie. Ook het handvest van de NAVO biedt die niet.

De ervaringen met de besluitvorming in de Verenigde Naties - traag, halfslachtig, bureaucratisch en contraproductief - en de dramatische politiek-economische ontwikkelingen in Rusland, frustreerden de Verenigde Staten en hun westerse bondgenoten.

De VN, traditioneel met groot wantrouwen en weerzin bekeken door de VS, heeft zijn beurt voorbij laten gaan. Of anders gezegd, zij is door de transatlantische bondgenoten ter zijde geschoven als een instrument dat macht en moraal kan verzoenen.

Moraal, vormgegeven door staten, is een problematisch begrip. En moet zeker niet worden verward met internationale rechtsregels. De westerse politiek ten aanzien van Saddam Hussein en Slobodan Milosevic illustreert dat. Want zoals Saddam in de jaren tachtig als een nuttige bondgenoot werd gebruikt tegen het fundamentalistische gevaar in Iran, terwijl hij Koerden, sji'ieten liet vermoorden, zo gold Milosevic ten tijde van 'Dayton' als een betrouwbare partner. Beiden werden en worden met Hitler vergeleken. De overeenkomst is vooral dat ook met Hilter door de latere geallieerden zaken werden gedaan.

Ingewikkelder wordt het als staten een uitsluitend morele legitimatie gebruiken voor het uitvoeren van een humanitaire interventie. Dus zonder toestemming van de VN en niet op basis van resoluties van de Veiligheidsraad. Wat sinds de Volkenbond op moeizame wijze aan internationale rechtsregels en procedures tot stand is gebracht, wordt nu met een laconiek 'anders ging het niet' in gevaar gebracht. Het Westen, dat zich ten onrechte als de 'internationale gemeenschap' afficheert, wekt daarmee de indruk dat het rechtsregels tot beginsel verheft als het eigen politieke doeleinden dient (Irak) en afdoet als legalisme (Joegoslavië) wanneer dat niet het geval is.

Zeker, het hoogste recht kan ook het grootste onrecht zijn. Maar een gewapend ingrijpen in naam van een hoger doel - de mensenrechten - dan het eigen belang, schept de morele plicht om die ingreep tot een goed einde te brengen. Zeker ten aanzien van de burgers die de illegale interventie moeten rechtvaardigen.

Intussen zitten de duiven en de haviken, de realo's en interventionisten, in één schuitje. En als het schuitje vergaat, gaan ze beiden kopje onder. Misschien wel samen met de NAVO om wiens voortbestaan het misschien niet in eerste instantie, maar dan toch in laatste instantie lijkt te zullen gaan.

Blijft over de lastige kwestie van de humanitaire interventie, mooier plaatsvervangende rechtsbescherming genoemd. Een situatie die zich voordoet als een soevereine natie, bijvoorbeeld Joegoslavië, niet in staat is het leven van zijn burgers te beschermen of hen naar het leven staat.

Volgens interventionisten moet een derde partij, bijvoorbeeld de NAVO, bereid zijn in zo'n geval een moreel offer te brengen, als 'zachtere middelen' zoals arbitrage, embargo's, sancties, waarnemers of peace-keeping hebben gefaald.

Het onopgeloste probleem, zo blijkt steeds weer, is dat die vorm van warme solidariteit, in tegenstelling tot lauwe (betogingen en giro's uitschrijven), niet wordt overwogen of zelden (Somalië) opgebracht. De militaire technologie, waarover vooral de VS beschikt, moet dan uitkomst bieden. Luchtactie's, geen grondtroepen. Sneuvelbereidheid nul.

Een schijninterventie dus, maar ook een compromis tussen de frustratie van de publieke opinie, aangewakkerd door tv-beelden en de onwil van politici die vrezen zelf slachtoffer van publieke opinie en de media te worden. Een moeizaam compromis ook omdat de militair-diplomatieke uitkomst grote kans maakt op termijn weer tot problemen te leiden. Zie ex-Joegoslavië sinds Dayton (1995) en Irak sinds 1991.

Zulke compromissen werden overigens ook tijdens de Koude Oorlog veelvuldig gesloten: de deling van Korea, Vietnam, van Palestina en Cyprus. En eveneens na burgeroorlogen, etnische zuiveringen, een of andere vorm van militaire interventie of een combinatie daarvan.

Het tweede onopgeloste probleem bij plaatsvervangende rechtsbescherming is de democratische legitimering. Ondanks alle bezwaren tegen de volkerenorganisatie, blijft de VN hiervoor de aangewezen instantie. Zonder een vorm van zelfbinding die inherent is aan juridische regels vervalt de wereld, voor zover dat niet reeds het geval is, in willekeur, paternalisme of imperialisme. De precedentwerking mag niet worden onderschat.

De hoge toon waarop wordt geëist dat drie gevangen Amerikaanse militairen door Servië volgens het internationaal recht moeten worden behandeld, klinkt dan wat schril. In ieder geval zal het Westen, als de NAVO van ingrijpen à la Kosovo staand beleid maakt, interventies door andere landen, coalities of bondgenootschappen, uitlokken. En zelfs kan men voor de keus komen te staan of tegen die vorm van eigenrichting door andere landen moet worden opgetreden.

Tenslotte doet zich bij interventie wegens schending van mensenrechten het al vaak genoemde probleem voor van de selectiviteit, ofwel het meten met twee maten. Niet alle schendingen kunnen worden aangepakt - sommige landen zijn te groot (China), een bondgenoot (Turkije), te gevaarlijk (Noord-Korea) of te onbeduidend (Libië). Opportunisme is dus ingebakken, kosten moeten worden afgewogen tegen de baten en keuzen gemaakt.

Na inventarisatie van de bezwaren tegen interventie blijft er met betrekking tot de casus Kosovo en Servië maar een zwaarwegend argument over: Europa. Er van uitgaand dat in Europa door de oprichting van een transatlantisch veiligheidssysteem, de vorming van een Europese markt, de val van de Muur, nu de 'Eeuwige Vrede' (Emanuel Kant) op het spel staat, moet iemand de verantwoordelijkheid voor de handhaving daarvan nemen.

Of die vrede is gediend met een NAVO die buiten haar verdragsgebied opereert, internationale rechtsregels zonodig ter zijde schuift en in het geval van Kosovo uiteindelijk voor een schijninterventie kiest, is hoogst twijfelachtig. Tenzij de EU de rechtsbescherming die zij haar burgers garandeert tot heel Europa wenst uit te breiden. Laat politici dát dan doen, en laat zij dan ook proberen dit beleid een legitimatie te verschaffen en duidelijk maken wat de consequenties hiervan zijn. Als de prijs voor humanitaire interventie alleen door de slachtoffers, Kosovaren en Serviërs, wordt betaald is het met de geloofwaardigheid van de NAVO snel gedaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden