Het verhoor moet simpel blijven

Het moge zo zijn dat de ouderwetse registratie van een politieverhoor niet altijd accuraat is, van de inzet van video-apparatuur moet echter ook niet te veel heil worden verwacht, waarschuwt Peter van Koppen....

VERHOREN is een kunst. Je moet weerbarstige verdachten en getraumatiseerde getuigen aan de praat krijgen, zo weinig mogelijk invloed uitoefenen op hun antwoorden door slecht gestelde of suggestieve vragen, en dat alles nog goed opschrijven ook.

Dat laatste gebeurt in Nederland in de vorm van een beëdigd proces-verbaal. Iemand die zo'n proces-verbaal voor het eerst ziet, krijgt een merkwaardige indruk van het verhoren. De verdachten en getuigen blijken dan lange monologen te houden, omdat de politie de gestelde vragen niet in het proces-verbaal opneemt.

Bovendien spreken verdachten een raar soort Nederlands: zij hebben het over een handvuurwapen in plaats van een pistool, of reden in een ontvreemd voertuig naar de overval in plaats van de auto die ze net hadden gestolen. En zelfs een junk in vergaande staat blijkt het juridische jargon uitstekend te beheersen.

Tussen het verhoor en het proces-verbaal daarvan zitten nogal wat verschillen. In 88 procent van de strafzaken in Nederland is dat geen enkel probleem, berekenden Crombag, Wagenaar en ik in 1992 in het boek Dubieuze Zaken, want daarin heeft de verdachte bekend en is het bewijs klip en klaar.

In de resterende zaken kan het echter wèl van belang zijn hoe een verhoor precies is verlopen, wat precies is gevraagd en hoe daarop precies is geantwoord. Wij pleitten er toen voor om alle verhoren van zowel verdachten als getuigen op audioband op te nemen. Het advies is wel gehoord, maar niet opgevolgd.

De Amsterdamse advocaat Nico Meijering is het inmiddels zat. In de gecompliceerde strafzaken waarin hij zich heeft gespecialiseerd, komt hij zo langzamerhand zoveel verkeerde weergaves van de verhoren tegen, dat hij zijn cliënten adviseert alleen hun mond open te doen als er een bandrecorder aan staat.

Meijering heeft volkomen gelijk. In Groot-Brittannië wordt inmiddels al een aantal jaren standaard elk verhoor van een verdachte op de band gezet. Uit onderzoek blijkt dat dit in de praktijk nauwelijks tot minder bekentenissen leidt, maar wel tot een nettere omgang tussen politie en verdachten. De minder nette omgang verplaatst zich overigens naar buiten de verhoorkamer.

Paradoxaal genoeg leidt de Britse praktijk tot een hoger percentage veroordelingen, want het heeft voor verdachten geen zin meer om achteraf te klagen dat zij door de politie te veel onder druk zijn gezet.

Oud-rechter en Tweede Kamerlid Boris Dittrich deed op de Forumpagina van 8 oktober 1997 een schepje bovenop de voorstellen van Meijering. Hij wil alle verhoren niet op audioband, maar op videoband opnemen. Dat voorstel is echter onhaalbaar. Ten eerste is Dittrichs methode aanzienlijk duurder vanwege de benodigde video-apparatuur. Ten tweede heeft een opname alleen zin als die van een redelijke kwaliteit is, dus is een redelijk geoutilleerde studio nodig. Ten derde vergt elke video-opname al veel meer handelingen van de dienstdoende agent dan een geluidsregistratie, maar een video van redelijke kwaliteit eist bijzondere zorg. Dat kost nogal wat aandacht, die de verhoorder beter kan gebruiken om een goed verhoor af te nemen. Voor het bedienen van de apparatuur moet dan een collega worden ingeschakeld. De methode van Dittrich zorgt dus voor minder blauw op straat en meer blauw in de verhoorstudio.

Dittrich vindt dat in ieder geval aangiftes van incest standaard op videoband moeten worden opgenomen. Hij weet kennelijk niet dat in Nederland al een groot aantal verhoren in verhoorstudio's op videoband wordt gezet, en wel als kinderen optreden als getuigen, meestal van seksueel misbruik. Dat zijn er zo'n duizend per jaar. In die studio's werken alleen politiemensen die speciaal zijn getraind bij de Rechercheschool voor het verhoren van kinderen.

Voor deze methode zijn bij kinderen echter bijzondere redenen. Zo is het voor hen zeer belastend meer dan één keer verhoord te worden, en moet dat dus in één keer goed gebeuren; kinderen reageren vaker non-verbaal, door bijvoorbeeld ja te knikken in plaats van ja te zeggen; en kinderen zijn gevoeliger voor suggestie dan volwassenen, zodat een zeer exacte registratie van groter belang is dan bij volwassenen.

Overigens worden de videobanden meestal alleen gebruikt om een letterlijke weergave in een proces-verbaal op te schrijven, en bekijkt niemand ooit nog de band.

Dittrich begeeft zich op glad ijs als hij uitlegt wat de rechter met de videoband moet gaan doen: 'Niet wat iemand zegt, maar ook hoe kan voor de beoordeling van het waarheidsgehalte van belang zijn. Lichaamstaal hoor je niet bij het afspelen van een geluidsband.'

Dat is een bekend argument in de rechterlijke macht: men wil getuigen zien om aan hun blauwe ogen of aan hun lichaamstaal te beoordelen of zij de waarheid spreken of niet. Dat is jammer genoeg flauwe kul. Wij weten sinds jaar en dag dat op basis van de manier waarop iemand zich gedraagt en beweegt niet kan worden beoordeeld of hij zit te liegen. Wie daar verder alles van wil weten, leze mijn collega Aldert Vrij in het recent verschenen boek Het Hart van de Zaak.

Dergelijke wetenschap lijkt slechts langzaam tot rechterlijke macht en Tweede Kamer door te dringen. Dittrich gebruikt ook geen wetenschappelijk, maar een literair argument als hij Celine citeert: 'Woorden kun je niet genoeg wantrouwen.' Dat zijn wijze woorden, maar nog meer wantrouwen past de rechter die op lichaamstaal afgaat.

Met de voorstellen van Dittrich is de waarheidsvinding niet gediend. Zijn videoverhoren vergen een grote investering en een grote inzet van personeel dat weggehaald moet worden bij andere politietaken. Het gebruik dat volgens hem de rechter van de videobanden moet maken, zal eerder tot meer dan tot minder rechterlijke dwalingen leiden. Kortom: Meijering heeft volkomen gelijk, maar Dittrich slaat - alle goede bedoelingen ten spijt - de plank mis.

Dr P.J. van Koppen is rechtspsycholoog en hoofdonderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden