'Het verhaal kiest mij uit'

Ze doen maar, die ouders in de romans van Renate Dorrestein. De kinderen zijn reddeloos aan hen overgeleverd. Prachtig materiaal om over te schrijven, vindt ze....

Schuld en boete, die twee. Thema's van jewelste. Na tweeduizend jaar christendom zijn we nog niet van ze af. Ze maken van het leven een doornig en glibberig pad. En we zullen nooit van dat oerduo worden verlost, denkt Renate Dorrestein. 'Ik zeg al twintig jaar, elke keer als ik een nieuw boek inlever, tegen mijn uitgeefster: 'Hé, we zouden het ''Schuld & Boete'' kunnen noemen.' Goeie titel, klopt altijd. Want de menselijke configuratie leidt er nu eenmaal toe dat je de ander kwetst, verwondt, of afstoot. En daarvoor zult moeten boeten. Hoezeer mijn romans ook verschillen, het gaat altijd hierover.'

Ook voor haar roman die sinds een week in de boekhandel ligt, Het duister dat ons scheidt, zou 'Schuld & Boete' een passende titel zijn. Net als in Een hart van steen (1998) en Zonder genade (2001) draait het hier om een familiedrama. Een kind is het slachtoffer, de ouders de schuldigen. We volgen Loes, een stoer, fantasievol meisje, van haar zesde tot haar achttiende. Zij groeit op bij haar moeder, een tekenares, en haar twee minnaars, 'de Luco's'.

Op een nacht gebeurt er iets verschrikkelijks. De vader van haar beste vriendje Thomas wordt vermoord, met een van de scherpe potloden van haar moeder. Loes was erbij, die nacht. De moeder wordt gearresteerd en draait voor zes jaar de bak in. Ze hamert er bij Loes de versie van het gebeurde in die zij voortaan moet geloven: dat Thomas' vader haar, Loes, seksueel wilde misbruiken. De Luco's voeden het meisje liefdevol op. Maar als ze achttien is, moet ze de waarheid weten. En die komt hard aan.

Ze doen maar, die ouders in de romans van Renate Dorrestein. De kinderen zijn reddeloos aan hen overgeleverd. Nou ja, zegt ze met een verontschuldigend lachje, het is nu eenmaal zo. Ze heeft het met eigen ogen kunnen zien. 'Ik bestudeer ze zoals een antropoloog vreemde volkeren bestudeert: kijk, wat zie ik nou toch weer. En ik zie over de hele linie, ook in gezinnen waar het harmonieus toegaat, dat kinderen worden gemangeld. Vaak met de beste bedoelingen.'

Het is prachtig materiaal om over te schrijven, vindt ze, de machtsongelijkheid tussen ouders en kinderen. 'Het is van nature explosief. Vooral omdat kinderen zo verschrikkelijk loyaal zijn. Ze hebben geen andere keuze dan te houden van hun opvoeders, hoe slecht die ook voor hen zijn.'

Ze houdt van kinderen, maar zelf heeft zij ze niet. 'Omdat ik weet dat ik precies hetzelfde zou doen. Ook ik zou ongewild allerlei wreedheden begaan tegenover mijn kind. Nu heb ik de vrijheid om met een borend oog naar anderen te kijken. Ach, het zal vast ergens goed voor zijn. Het zal wel bij onze opdracht in het leven horen om ons twintig jaar lang op de kop te laten zitten. Maar het fascinerende is dat mensen dat vergeten. Mijn herinneringen aan mijn kindertijd zijn nog levendig. Ik hoor vaak: hoe kun jij nou zo goed over kinderen schrijven? Je hebt ze niet. Nee, maar ik ben er wel zelf een geweest.'

De vaders in het werk van Dorrestein komen er beter vanaf dan de moeders. Vooral de band tussen (stief)vader en dochter kan hecht zijn. Loes wordt opgevoed door twee schatten van mannen. Sukkels zijn het, de Luco's, maar ze redderen aandoenlijk in huis en pamperen hun 'koekoeksjong' met de grootst mogelijke liefde. Toch zijn ook zij tot een gruweldaad in staat. 'Het zijn juist de inschikkelijken die je niet moet tergen', zegt de moeder over hen. Ze heeft gelijk, vindt Dorrestein: 'Zulke mensen zitten continu aan hun tax, ze incasseren maar. En áls ze dan een keer echt kwaad worden, dan loopt het uit de hand.' Maar zelfs de leugen van de Luco's is liefdevol: ze willen niet dat Loes later aan hen terugdenkt als moordenaars. Dat geldt ook voor de moeder: zij zadelt haar dochter op met háár leugen, maar haalt haar wel weg van die school en neemt haar mee naar een Schots eiland. 'Dat is het beste wat ze voor haar kon doen.'

'Gek eigenlijk', zegt, ze, 'ik heb er nooit over nagedacht. Maar als je mijn werk leest, lijkt het er wel op dat ik vaders prefereer. Vaders lopen minder in de weg. Moeders zitten erbovenop; ze willen controle. Ik ken voorbeelden van leuke vaders in mijn omgeving: mijn vriend heeft een dochter van 21, en die twee zijn een goed team. Zij was acht toen we elkaar leerden kennen. Ik heb een lease-kind, zeg ik altijd.'

Ze heeft gemerkt dat het belangrijk is dat een kind kan terugvallen op onpartijdige buitenstaanders. 'Een kind heeft het recht om geholpen te worden. Daarom vind ik het stiefouder- of tanteschap ook zo'n dankbare rol. Maar je kunt de ouders niet vervangen. Een band met de natuurlijke ouder is het belangrijkste wat er is. Dat is het akelige dat in onze soort zit ingebakken: wij willen ons geborgen voelen bij onze ouders, maar die zijn vaak niet in staat ons te beschermen.'

De kinderen in Het duister dat ons scheidt zijn evenmin lekkertjes. In het eerste deel van de roman vormen zij een collectieve verteller, een 'wij' die aanvankelijk de grappige Loes adoreren, maar zich na de moord als een horde lijkenpikkers op haar storten. Ze wordt op een hartverscheurende manier getreiterd op school, en ondergaat dat lijdzaam, als boete. 'Kinderen kunnen ontzettend gemeen zijn, en ook dat moet. Ze oefenen voor het echte leven, om zich staande te houden in een harteloze wereld. Maar kinderen strijden met open vizier, ze zijn nog onverschrokken wreed. Wij zijn altijd bezig om onze slechte kanten af te dekken.'

Twee jaar geleden las Dorrestein in Trouw een artikel over pesten. 'Een moeder vertelde daarin dat ze in de jaszak van haar dochter dreigbriefjes vond: ''Greppelslet, we steken je in de fik! Afzender: je ergste vijand.'' - ik heb dat letterlijk gebruikt in de roman. Ik dacht: wat kan er aan de hand zijn als een kind zó wordt gepest? Het was de kiem van het boek. Nee, niet de Leidse balpenmoord. Daar heb ik helemaal niet aan gedacht.

'Ik las net weer zo'n bericht: op de website www.pesten.nl wordt vandaag de vijfmiljoenste bezoeker verwacht. Vijf miljoen, in vijf jaar! Jaarlijks worden er 385 duizend kinderen gepest. Stel je dat eens voor! Dat gegeven wilde ik exploreren, vanuit het gezichtspunt van de dader. Daarom vertel ik vanuit een collectief; ik wilde een collectief schuldig maken.'

In ieder mens huist een dader en een slachtoffer, denkt Dorrestein. 'Er hoeft maar dít te gebeuren of je ligt ineens onder, dan keert het collectief zich keihard tegen je. Veel schrijvers kennen het verschijnsel. Ik heb vaak meegemaakt dat bewondering omslaat in teleurstelling en vervolgens in woede. Je grootste fans zijn de engste mensen op aarde. Want je moet gehoorzamen aan hun verwachtingen. Doe je dat niet, dan is hun haat even groot als hun bewondering was. Ik laat de lezer zien hoe het voelt om geplaatst te zijn tegenover een bataljon dat spreekt met één mond, denkt met één hoofd, één kloppend hart heeft. Een bakstenen muur. Je kunt niet ontsnappen, nergens zit een gat. Uiteindelijk ontsnapt Loes wel, later. Ik denk niet dat het slecht met haar zal aflopen.'

Het duister dat ons scheidt kun je lezen als thriller, als een psychologische roman, als een kinderboek voor volwassenen zelfs, maar ook als een louteringsgeschiedenis. Loutert lijden nu echt?

'Tja. Het lijkt alsof we nooit tot inzicht over onszelf kunnen komen, zonder door dalen te gaan. Kijk, waarom schrijf je, waarom lees je? Om te snappen wat het betekent om mens te zijn. Literatuur gaat over het inzicht in onszelf en anderen. Je laat zien wat er gebeurt als je níet je kaken op elkaar houdt, geen oogkleppen opzet, maar het geheim uitspreekt.'

Op papier kan het. De schrijfster ontsluit het mijnenveld en laat de bommen ontploffen. 'Leugens zijn volgens mij de grootste bommen. Ze hebben bijna altijd draconische gevolgen. Ooit komen ze uit. En als ze niet uitkomen, richten ze enorme schade aan. In je eentje een geheim dragen, daar word je knettergek van. Het komt, denk ik, doordat we niet allemaal hetzelfde doel voor ogen hebben, maar dat niet beseffen. De ander wil naar A., maar jij moet toch echt naar B. We schrijven zo makkelijk motieven toe: O, dat zal-ie leuk vinden! Maar nee. Als we dat eens wat minder zouden doen, dat zou al helpen.'

Zulke aanbevelingen, vermomd in fictie, zijn moralistisch. Dorrestein beaamt het gretig: 'Wat is er mis met een beetje moraal? Waarom mogen we elkaar niet af en toe bij de hand nemen? Ik wil dat de lezer iets meemaakt, als waarheid ondergaat. Maar je kiest nooit helemaal partij voor een van je personages. Dat is het heerlijke aan fictie: het is een vehikel dat bijna dwingt tot nuancering.'

Wat weer niet wil zeggen dat de schrijfster zich volledig met haar personages identificeert. 'Nee. Ik bén mijn personages niet. Ik ben de lezer als ik schrijf. Als ik niet aan de lezer denk, kan ik me niet voorstellen of het verhaal werkt. Ik heb nogal de neiging om uit de bocht te vliegen, dus moet ik me voortdurend afvragen: is dit nog te snappen als je niet in mijn hoofd woont? De lezer is mijn bondgenoot, hij helpt me het verhaal te ontsluiten.

'Tevreden klanten' ziet ze graag. 'Een roman moet voor emotionele bevrediging zorgen. Dat vind ik belangrijker dan logica. Je moet ervaren: híer gaat het om in het leven. Of alles letterlijk zo kan gebeuren, interesseert mij geen klap. Niemand moet bij het lezen van het verhaal aan mij denken, je moet met Loes meeleven.'

Renate Dorrestein onderwerpt zich graag aan de 'wetten van het verhaal', zoals ze uitlegt in Het geheim van de schrijver, haar handboek voor de amateur-schrijver. Schrijven is een magische handeling, merkte ze. Wie ontvankelijk is, en hard z'n best doet, krijgt het cadeau.

'Mensen kijken mij raar aan als ik het zeg', begint ze anticiperend, 'maar ik denk dat het verhaal mij uitkiest. Natuurlijk kun je zeggen: het is je eigen verbeelding. Maar ik verzin niets. Tegen sommige verhalen zeg ik: kom maar bij mij. Er zijn omstandigheden in mijn leven die mij geknipt maken voor het vertellen van dít verhaal. Echt, ik heb geen fantasie. Nooit zou ik op het droge een plot kunnen uitdenken.

'Dat is nou juist de grote charme van het schrijven: ik weet zelf niet wat er op de volgende pagina gaat gebeuren. Als ik wist hoe het afliep, zou ik het niet opbrengen om dat boek nog te schrijven. Waarom zou je die moeite doen? Het overkomt me dagelijks dat ik iets opschrijf waarvan ik weet dat het niet van mij afkomstig is. Daar hoef je niet schimmig over te doen. Het is het wonder van scheppend werk: het heeft een dynamiek die je optilt.'

En er is nog iets moois aan het schrijven. Haar ogen gaan ervan glanzen. 'Als je schrijft, komt het beste van jezelf boven. Je bent op je verstandigst, op je liefdevolst én op je gemeenst.' Maar, zegt ze met een zucht, 'om een of andere reden kun je dat deel niet zomaar mobiliseren voor het echte leven. Raar is dat. Ach, je moet niet alles eisen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden