Het verhaal in spijkerschrift

Mythen en verhalen: kleitabletten en het spijkerschrift

De mythologiserende mens (5). De Babyloniërs hadden grote belangstelling voor de kosmos, waar ze hun mythologie op baseerden. Dus hebben astronomen belangstelling voor Babyloniërs. En oudheidkundigen weer voor astronomen. Om de mythes te kunnen ontcijferen. Ontmoet archeo-astronoom Tije de Jong, die net weer een nieuwe spijkerschriftbeschrijving van de sterrenhemel bestudeerde.

Nu een bezoek brengen aan de ruïnes van Nineveh? Teije de Jong (71) moet er niet aan denken. De restanten van de duizenden jaren oude koningsvesting liggen vrijwel midden in Mosul, de Iraakse stad die sinds 10 juni in handen is van extremistische ISIS-terroristen. Veel te gevaarlijk. In Babylon en Uruk, verder naar het zuidoosten, was het tot voor kort niet veel beter. Daar bepaalden Amerikaanse Abrams-tanks en Apache-helikopters tien jaar geleden het beeld. Overigens met dramatische gevolgen voor de archeologische opgravingen. Nee, dat heeft weinig met jongensboekenromantiek te maken.


Teije de Jong is een romanticus. Altijd al geweest. Mooie verhalen, avonturen, verwondering. Van jongs af aan gefascineerd door de Babylonische cultuur. Neem dat boek van Mogens Trolle Larsen: The Conquest of Assyria (1994), waarin de eerste opgravingen in het Tweestromenland worden beschreven. Fantastisch boek, helemaal in de stijl van Lawrence of Arabia. Op je paard door de woestijn, doek om je hoofd, onderhandelen met de bedoeïenen. Op zoek naar kleitabletten, tempelreliëfs en beelden uit de tijd van heersers die tot dan toe alleen uit de Bijbel bekend waren. Geweldig toch?


De 11-jarige Teije had nog een link met het oude Mesopotamië. In Hilversum trok zijn moeder horoscopen. Haar slimme zoontje voerde de benodigde astronomische sommen uit. Probeer in zo'n omgeving maar eens niet in sterrenwichelarij te geloven. Ook zo'n romantisch beeld: dat alles met alles samenhangt, en dat de sterren ons leven bepalen. Dat ging pas over toen hij in de jaren zestig sterrenkunde ging studeren in Leiden. Kom bij De Jong dus niet aan met de bewering dat astrologie geen nut heeft. Het is een bijzonder cultuurhistorisch fenomeen waar de sterrenkunde enorm veel aan te danken heeft.


Dus nee, die belangstelling voor de Babylonische sterrenkunde is nooit echt verdwenen. Niet toen hij als jonge laboratorium-astrofysicus in Leiden onderzoek deed aan moleculen in de interstellaire ruimte; niet toen hij in de jaren tachtig hoogleraar was aan de Universiteit van Amsterdam en lid van het science team van de Nederlandse infraroodkunstmaan IRAS, en niet toen hij tien jaar later in de directie zat van het ruimteonderzoeksinstituut SRON. Zijn emeritaat, in september 2007, bood hem de kans voor een derde carrière - na astrofysicus en manager - als selfmade archeo-astronoom.


In 2000 liep De Jong op een internationaal astronomiecongres in Manchester twee natuurkundigen tegen het lijf die zich op de Babylonische sterrenkunde hadden gestort. Een van hen worstelde met spijkerschriftteksten over de planeet Saturnus. De Jong kon hem wel verder helpen. Hij had computerprogramma's geschreven om planeetposities in het verre verleden te berekenen. En zijn student Frank Inklaar had een methode ontwikkeld om de zichtbaarheid van planeten tijdens de schemering vast te stellen. Door de relatief kleine gemeenschap van assyriologen werd hij met open armen ontvangen. En met grote tolerantie gecorrigeerd wanneer dat nodig was - dat ook.


Best gek eigenlijk dat de meeste oudheidkundigen zo weinig van astronomie en wiskunde weten. Minder in elk geval dan de Babyloniërs, van wie ze de kleitabletten bestuderen. Die beschikten kennelijk over een onwaarschijnlijk mathematisch talent. Ze rekenden met vijf cijfers achter de komma in het zestigtallig stelsel en ze kenden het principe achter de Stelling van Pythagoras. Er zijn Babylonische rekenmethodes gevonden op een Egyptische papyrus, en grote Griekse astronomen als Hipparchus en Ptolemaeus maakten gebruik van waarnemingen uit het Tweestromenland. De Jong wil maar zeggen: de Mesopotamische cultuur wordt nogal stiefmoederlijk bedeeld in de geschiedenisboeken.


Ruim 3.000 jaar voor het begin van onze jaartelling introduceerden ze het spijkerschrift - het oudste schrift ter wereld. Aanvankelijk voor administratieve doeleinden, maar vanaf het vroege tweede millennium voor Christus werden ook sterrenkundige waarnemingen opgetekend. De wil van de goden, zo was de stellige overtuiging, kon je aflezen aan de loop van de hemellichamen. Van generatie op generatie werd de traditie voortgezet: waarnemen, optekenen, patronen herkennen. Aan het eind van de 7de eeuw voor Christus lukte het al om zons- en maansverduisteringen te voorspellen. Nog later verschenen er kleitabletten met efemeriden - vooruit berekende planeetposities.


Naar schatting twintigduizend tabletten had de 'geleerde' Assyrische koning Assurbanipal II verzameld in de Bibliotheek van Nineveh. Dat was een soort Wikipedia van de Oudheid: het eerste instituut in de geschiedenis dat probeerde alle menselijke kennis samen te brengen. De bibliotheek werd in 612 voor Christus verwoest, en wat er van de collectie overbleef, kwam midden 19de eeuw pas weer aan het licht. Met kisten tegelijk zijn de kwetsbare tabletten vanuit Mosul naar het Louvre in Parijs en het British Museum in Londen gebracht. Vaak zonder enige vorm van documentatie. Geroofd en verhandeld werd er ook. Van honderdduizenden fragmenten en scherven is de datering en de herkomst onbekend. Spijtig genoeg.


Wat óók onbekend was - en daar beginnen De Jongs ogen weer te twinkelen - was de astronomische inhoud. Het spijkerschrift werd kort na 1850 'gekraakt', en twintig jaar later ontdekte George Smith, assistent in het British Museum, een Babylonisch verslag van de zondvloed - naar we nu weten in het elfde 'boek' van het Gilgamesj-epos. Dat wekte natuurlijk de belangstelling van de kerk. De Duitse jezuïetenpriester Johann Strassmaier begon een systematisch onderzoek van duizenden tabletten en scherven. Al snel stuitte hij op lange cijferreeksen die een sterrenkundige betekenis leken te hebben.


Eind 19de eeuw werkte Strassmaier vrijwel continu aan de ontcijfering van de astronomische teksten, samen met zijn vroegere wiskunde- en astronomiedocent Joseph Epping, die aanvankelijk weinig interesse toonde, maar uiteindelijk volledig in de ban raakte. Dat gebeurde niet in hun geboorteland Duitsland, of in het British Museum, maar op Kasteel Bleijenbeek in het Limburgse Afferden, in die tijd in gebruik door de Duitse jezuïeten. De herontdekking van de Babylonische sterrenkunde vond dus op Nederlands grondgebied plaats - dat had kleine Teije, een halve eeuw later in Hilversum, nooit kunnen vermoeden.


Lang leve de astrologie. Dankzij al die waarnemingen en voorspellingen bleek het mogelijk een tijdlijn te reconstrueren. Een totale zonsverduistering in de zoveelste maand van het zoveelste jaar van de regeerperiode van koning zus-en-zo? Astronomen kunnen je dan precies vertellen om welke dag en welk jaar het gaat. Met als 'bijvangst' dat je nauwkeurig kunt vaststellen hoe de rotatiesnelheid van de aarde in de afgelopen duizenden jaren is vertraagd. De hele Mesopotamische cultuur is op die manier gedateerd.


Toch blijft het opletten geblazen. Zo was een beschrijving van een zonsverduistering in Ugarit ooit gedateerd op 3 mei 1375 voor Chritus. Totdat De Jong in 1989, samen met de Leidse assyrioloog Wilfred van Soldt, ontdekte dat het betreffende tablet anderhalve eeuw jonger is. Er is namelijk ook sprake van 'poortwachter Mars'. Die was in 1375 voor Christus niet zichtbaar, maar tijdens de eclips van 5 maart 1223 voor Christus wél. Goed voor een publicatie in Nature. Later volgden meer wapenfeiten, zoals een nauwkeurige datering van de Hammurabi-dynastie, op basis van een hele reeks Venuswaarnemingen.


En nu is er dan tablet W22340a, in 1969 al gevonden in Uruk, maar nooit eerder gedateerd. Hoe dat ging? Vorig jaar kwam De Jong - opnieuw in Manchester - de Weense assyrioloog Hermann Hunger tegen. 'Heb je nog een leuke onopgeloste puzzel voor me?'


Ja dus - W22340a, een astronomische almanaktekst voor een heel kalenderjaar. Een voorspelling van een maansverduistering en flink wat planeetstanden; ga er maar aan staan. Ter plekke werden de transcriptie en de vertaling van de tekst van het tablet uitgewisseld, op USB-stick. Een maand later kreeg Hunger al bericht uit Amsterdam: 'Volgens mij ben ik eruit.'


Op zichzelf was het ook weer niet zó moeilijk, want de beschrijving van de maansverduistering is eigenlijk alleen goed in overeenstemming te brengen met de eclips van 24 maart in het jaar 80 na Christus. Maar raadsels waren er ook. De meeste planeetstanden kloppen goed met de datering, maar ergens is sprake van de eerste verschijning van Saturnus aan de ochtendhemel, en die planeet stond rond die tijd op een heel andere plaats aan het firmament. Heeft de scribent zich vergist, en bedoelde hij eigenlijk Venus? Dan klopt het namelijk wél.


En dan is er nog iets merkwaardigs: de voorspelde data waarop de planeten een nieuw Dierenriemteken binnengaan, zitten er heel vaak zo'n twaalf dagen naast. De Jong heeft er maar één verklaring voor: slordigheid. Bij de voorspellingen moest indertijd noodgedwongen gebruik worden gemaakt van behoorlijk oude waarnemingen (er was nog maar weinig materiaal beschikbaar), en vervolgens is een foutieve correctietechniek toegepast. Waaruit maar blijkt dat de eeuwenoude astronomische tradities aan het verdwijnen waren.


Nee, honderd procent zekerheid over de datering heeft hij niet. Samen met Hunger publiceert hij de resultaten eind dit jaar in het toonaangevende Zeitschrift für Assyriologie, en dan zullen er vast mensen zijn die het niet geloven. Uiteindelijk hield niemand er tot nu toe rekening mee dat er zó laat in Uruk nog astronomische activiteit plaatsvond, en dat het spijkerschrift er nog werd beoefend. Maar één bijzonder kritische collega lijkt inmiddels overtuigd, en vooralsnog heeft niemand een betere datering kunnen vinden. Bovendien wijst ook het cursieve spijkerschrift op een jonge leeftijd.


Als De Jong gelijk heeft, is W22340a het jongste kleitablet waarvoor een betrouwbare datering bekend is. Dankzij het feit dat astrologie de drijfveer was van de Mesopotamische cultuur. Overigens als onderdeel van een magisch totaalpakket, want er vond ook exorcisme plaats, en waarzeggerij op basis van onderzoek aan de ingewanden van offerdieren. Allemaal vanuit de overtuiging dat er een mystieke samenhang is tussen aarde en kosmos. Wonderlijk, toch?


'Opzien in verwondering' luidde de titel van De Jongs afscheidscollege in 2007. Dat zouden wetenschappers namelijk wel eens wat vaker mogen doen. Dat trekt hem ook zo aan in de Babylonische sterrenkunde: dat zij geworteld is in een ander levensbesef, waarin de goden hun berichten aan de hemel schrijven, waarin de sterrenhemel onderdeel is van een geïnspireerde natuur, waarin godsdienst en wetenschap nog samenvallen en waarin verwondering en inzicht elkaar nog niet uitsluiten.


Nee, de astrologische voorspellingen waarin hij als jongetje geloofde, hoeven niet terug, maar leg ze nu eens naast zijn resultaten in het onderzoek aan duizenden jaren oude kleitabletten - dan zie je toch een soort Alfa en Omega van een persoonlijke ontdekkingstocht naar samenhang. Een ontdekkingstocht die voorlopig nog niet is voltooid. 90 procent van het beschikbare materiaal is nooit goed bekeken, en de volgende keer dat er in Irak of Syrië een spade in de grond wordt gestoken, kan er weer sprake zijn van een revolutionaire nieuwe vondst.


Zelf die spade in de grond steken? Nee, dat zit er niet in. Teije de Jong heeft nog nooit aan de oevers van de Eufraat of de Tigris gestaan. Hóéft ook niet: de experts waarmee hij samenwerkt, zijn vaak de echte schatgravers die de scherven en tabletten uit het woestijnzand hebben opgediept. Misschien is het zelfs maar beter zo. Je moet er niet aan denken dat je de jongensboekenromantiek kwijt zou raken.

TEIJE DE JONG

1942 Geboren in Boskoop


1960 Eindexamen Gemeentelijk Gymnasium, Hilversum


1968 Doctoraal sterrenkunde, Universiteit Leiden


1972 Promotie sterrenkunde, Universiteit Leiden


1976 Science team, Infra-Rood Astronomische Satelliet


1977 Lector astrofysica, Universiteit van Amsterdam


1980 Hoogleraar astrofysica, Universiteit van Amsterdam


1990 Adjunctdirecteur, SRON Netherlands Institute for Space Research


2007 Emeritaat

KOMEET HALLEY

In het jaar 164 voor Christus verscheen de beroemde komeet Halley aan de sterrenhemel. Halley beweegt in een langgerekte ellipsbaan om de zon, met een omlooptijd van ca. 76 jaar. De komeet maakte in 164 v.C. zoveel indruk op Babylonische sterrenwichelaars dat zij de verschijning in spijkerschrift vastlegden op een kleitablet van 12 bij 10 centimeter dat zich nu in de collectie van het British Museum in Londen bevindt. Het is de oudst bekende waarneming van de beroemde komeet; de identificatie werd verricht door Richard Stephenson en Kevin Yau (beiden van de universiteit van Durham) en Hermann Hunger van de universiteit van Wenen.

STER VAN BETHLEHEM

Waren de Wijzen uit het Oosten uit het Mattheüs-evangelie Babylonische priester-astrologen? En zo ja, welk hemelverschijnsel was voor hen dan een voorbode van de geboorte van een koning der Joden? Al sinds de tijd van Johannes Kepler wordt hierover gespeculeerd. Een supernova-explosie, een opvallende komeet, een bijzondere planeetsamenstand - voor alles is wat te zeggen. Zekerheid zal er wel nooit komen, en het is natuurlijk ook heel goed mogelijk dat het gewoon een mooi allegorisch verhaal betreft. Komend najaar wordt in Groningen een tweedaags symposium aan de Ster van Bethlehem gewijd; Teije de Jong is een van de dagvoorzitters. 'Met de datering van het astronomische kleitablet W22340a weten we wel één ding zeker,' zegt hij: 'áls de magiërs Babylonische sterrenkundigen waren, kunnen ze - behalve uit Babylon - ook uit Uruk afkomstig zijn geweest.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.