Het vergeten, kleurrijke mensenvlees

Beelden in kleur. Tot en met 17 november in het Van Gogh Museum in Amsterdam. Catalogus: ¿ 69,50...

'Er bestaat in de wereld geen enkel ding dat niet zowel vorm als kleur bevat', zei de beeldhouwer Alexander Archipenko. Toch lijkt het alsof beelden - anders dan schilderijen - wit of zwart moeten zijn, kleurloos als het ware. Antonio Canova, die met kleur heeft geëxperimenteerd, verkoos al gauw de witte 'kleur' van het pure en gepolijste marmer - de color da morto. De tijd was voor gekleurde sculpturen, zei Canova, 'nog niet rijp genoeg'.

Door de invloedrijke esthetica van de Duitse archeoloog Winckelmann overheerste nog steeds de gedachte dat een beeld zwart - brons dus - of in wit marmer moest zijn gemaakt. Rond 1800 echter, meer dan dertig jaar na de dood van Winckelmann, werd bekend dat de Grieken zelf geen classicisten waren zoals hij had beweerd, maar hun beelden in felle kleuren hebben geschilderd. In 1814 verscheen Jupiter Olympien, een boek van Antoine-Chrysostome Quatremère de Quincy, dat het einde aankondigde van de mythe van 'de gloeiend witte kunst onder de blauwe mediterraanse hemel'.

'Beeldhouwkunst wordt meestal niet direct geassocieerd met kleur', zegt samensteller Andreas Blühm van het Van Gogh Museum. 'Vele beeldhouwers echter beschouwden de kleur als een volwaardig onderdeel van hun kunst.' Op de tentoonstelling hangt een zelfportret van Jean-Léon Gérome, de schilder en beeldhouwer Gérome die de maskers van zijn De balspeelster beschildert. Het tafereel toont de 'schilderende' beeldhouwer die kleur beschouwt als een voor sculptuur belangrijk expressiemiddel.

Met bijna honderd beelden toont het Amsterdamse Van Gogh Museum vergeten 'beelden in kleur', waaronder de spraakmakende en schitterende Tinted Venus van John Gibson. Samen met de Zwitser James Pradier heeft Gibson de verdienste de polychromie in de sculptuur in de negentiende eeuw met succes te hebben ingevoerd. In een brief in 1846 schreef Gibson: 'Whatever the Greeks did was right - that ought to be our law in art, in sculpture.' In 1862 toonde de strenge en ook wat saaie classicist Gibson op de Wereldtentoonstelling in Londen zijn Tinted Venus, een gekleurd beeld dat felle maar tegelijk ook leerrijke discussies ontlokte.

Vanaf dan was kleur in de beeldhouwkunst geen taboe meer. De ideeën van Winckelmann waren ontmaskerd. Het Londense Chrystal Palace, het Grand Palais van de wereldtentoonstelling, weerspiegelde de polychromania. Het was een compendium van gekleurde architectuur. Je had er period rooms, Assyrische, Egyptische of Old English-zalen. In het paleis zag je de meest verscheidene sculpturen, rijkelijk versierd en gekleurd. Het was niet meer dor of vlak, maar eerder schilderachtig. De kleur was het leven.

Op de tentoonstelling staat een schitterend beeld van Pierre-Auguste Renoir, het portret van zijn vrouw, een buste beschilderd in die uitgesproken sensuele roze kleur van Renoir. Het is een van de pronkstukken van Beelden in kleur, een overzicht van classicisme, neogotiek, salonkunst, impressionisme en fin-de-siècle. Met deze vijf thema's wil het museum een periode bestrijken tussen 1840 en 1910, toen opeens alles mogelijk leek en veel kunstenaars kleur als een wezenlijk aspect van hun beelden beschouwden.

Carne altrui, een kop van de Italiaanse beeldhouwer Medardo Rosso, stelt het modelleren gelijk aan 'de creatie van de mens'. Het is een gestold beeld, kleurrijk mensenvlees, een Madame Tussaud-achtig beeld. Veel polychrome beelden werden door critici vergeleken met de wassen beelden uit Tussaud. Het kleuren van beelden, dat nu veelal als kitsch wordt ervaren, was heel gebruikelijk in de negentiende eeuw. Vele kunstenaars lieten zich door de Orient inspireren. Hun beelden hadden iets exotisch.

In 1897 organiseerde het Tervurense Afrika-museum een grote Kongo-tentoonstelling waarin het ivoor als nieuw beeldmateriaal werd aangeprezen. Veel Belgische beeldhouwers gebruikten ivoor in hun sculpturen. Het gaf hun beelden een bijzonder patina, een uitheemse kleur. Op de expositie zijn veel van dat soort beelden te zien, 'negerkoppen', arabische types in kleurrijke klederdracht.

Oviri is een beeld van Paul Gauguin, misschien wel een van de mooiste sculpturen van de tentoonstelling. Het toont een ietwat gedrongen Tahitiaanse, een 'sauvage' bij een wolf. Het beeld was beschilderd maar de kleur is door de tijd - zoals bij middeleeuwse houtsculpturen - uitgewist.

In een zwarte kijkkist is door ooggaatjes een beeldje te zien van Camille Claudel, een vrouw bij het vuurrode haardvuur, La bûche de Noël. Aan de wand hangen beschilderde maskers, onder meer van Fernand Khnopff, en een 'medusa' van Arnold Böcklin. Beelden in kleur is vooral een tentoonstelling over een fenomeen dat sinds de eeuwwisseling in de vergetelheid is geraakt.

'A lot was lost when colour was abandoned in sculpture', schreef de kunsthistoricus Quentin Bell. Na 1910 huldigden de beeldhouwers opnieuw hun oude adagium: brons en marmer, kleurloos. De smaak keerde zich af van de kleurrijke interieurs, van de rijkelijk versierde torchères aan de voet van een trap, van de bricobracomania van eind negentiende eeuw. Beelden en kleur laat ons genieten van een periode, tussen 1840 en 1910, het tijdperk van de grote beelhouwers Rosso, Rodin en Claudel.

Paul Depondt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden