Het vergeten filiaal van de Hof van Eden

Wanneer op Man de zon schijnt, glanst het leven. Wie op het eiland in de Ierse Zee aankomt, krijgt terstond het gevoel te worden teruggeworpen in de tijd....

De zee is het begin en het eind van alles.

Dat hadden ze natuurlijk óók op Urk kunnen verzinnen, maar daar waren ze altijd zeer in de Heer en dus kwam de zee vanzelf op de tweede plaats.

The Sea Is The Beginning And The End Of All stamt van The Isle of Man.

Hoezo het eiland Man? Wat is er zo bijzonder aan die bult in de Ierse Zee?

Jazeker, elk jaar motorraces op wegen die daarvoor eigenlijk nooit geschikt waren, met navenant veel doden. En dan ook nog: katten zonder staart, schapen met drie hoorns. En heksen en dwergen.

Maar waarom zouden ze op Man in 1907 met die TT-races begonnen zijn?

Daar was toen één simpele reden voor: Man was het allergrootste succesnummer onder de Victoriaanse vakantie-oorden van heel Groot-Brittannië. In één zomer staken eind vorige, begin deze eeuw soms een miljoen mensen over (Man zelf had toen en nu nog altijd rond de zestig-, zeventigduizend inwoners).

Die enorme populariteit is, ondanks de traditionele, jaarlijkse veertien dagen vol lawaai en opwinding, niet gebleven.

Onterecht. Héél onterecht zelfs.

Man is het vergeten filiaal van de Hof van Eden in Europa.

De restanten van de teloor gegane populariteit zijn nog altijd zicht- en voelbaar. De baai van Douglas steekt alles wat ter wereld baai is naar de kroon. Je treft zelfs reizigers die de hele wereld gezien (denken te) hebben en vol overtuiging uitroepen: 'Copacabana de mooiste baai ter wereld? Wie dat zegt, is nog nooit in Douglas geweest.'

Waarschijnlijk is dat laatste ook het pùnt. Zichelf respecterende reizigers gaan vandaag de dag makkelijker naar Rio dan naar Man.

Want waarom zouden ze naar Man? Het weer is hier qua temperatuur het hele jaar door heel gematigd door de Golfstroom - ook palmen, jazeker - maar vooral wat neerslag betreft nogal wisselvallig en Manx Airways heeft een zodanig monopolie dat vliegen hiernaartoe vergelijkenderwijs schandelijk duur is. Een package-tour naar de Costa del Sol kan al gauw goedkoper uitpakken. Maar nu is er de snelle seacat die daarin verandering gaat brengen met vierhonderd passagiers en tachtig auto's per overtocht.

Toch hebben ze maar half gelijk, die Brazilië- en Spanje-gangers. Want wanneer op Man de zon schijnt, glanst het leven. Maar toegegeven: de kàns op die zon is wat geringer.

Ze voelen zich bepaald niet gering, de Manx. De krant Isle of Man of Examiner opende in de tweede week van december met: 'Regering biedt aan gastvrouw te zijn voor de Ulster-vredesbeprekingen'.

Die regering was de regering van het eiland zelf. Nee, géén provinciebestuur - een heuse regering. Man is een onafhankelijk land en behartigt, volledig gescheiden van het Verenigd Koninkrijk, zijn eigen zaken. Maar Man is wel Brits in dier voege dat het koningin Elizabeth als zijn souverein erkent. Zij is Lord of Mann, dat in die titel met de Keltische dubbele n wordt geschreven.

Het Manx parlement is de oudste wetgevende vergadering die in Europa ononderbroken functioneert. Dit Court of Tynwald werd in 1079 ingesteld, nadat de Vikingveroveraar Godred Covan, hier genaamd King Orry, op het eiland was geland. Man bezit ook zijn eigen uitvoerende en rechterlijke macht. Er is een Lieutenant-Governor, door de koningin benoemd, die de officiële verbinding verzorgt tussen de eilandregering en het Verenigd Koninkrijk.

Er is eigen geld (maar precies evenveel waard als dat in Engeland). Er zijn eigen belastingen (aangenaam lager dan op het Britse vasteland). Man beheert zijn financiën geheel zelf. Het is een belastingparadijs. Off shore banking neemt hier een steeds grotere vlucht. In 1981 zat 6 procent van de werkende bevolking in het bankwezen; tien jaar later 14 procent.

Wie op Man aankomt, krijgt terstond het gevoel te worden teruggeworpen in de tijd. Dat begint al op een toch eigentijdse plek als een vliegveld. In het kielzog van het juist aangekomen toestel uit Heathrow arriveert een eigenwijs Pipertje. De enige inzittende blijkt een man in een trui. Hij parkeert naast de grote vogel-met-de-vier-motoren, stapt uit via een wiebelende vleugel, laat het deurtje open, wandelt naar de terminal, komt terug met een dame en twee kindertjes, hijst die in zwemvesten, laat ze instappen en taxiet weer weg. Binnen tien minuten na de landing is het Pipertje weer in de lucht. De startvergunning lijkt uitsluitend via een vriendelijke handzwaai vanaf de verkeerstoren te zijn gekomen (dat zal wel de fantasie van de verbijsterde bezoeker zijn). Maar het blijft een beeld dat je op andere luchthavens niet makkelijk zult zien.

Terug in de tijd: de taxi naar Douglas - twintig minuten - rijdt nergens harder dan zeventig kilometer per uur. Kan niet. Kan hier vrijwel nergens. Het eiland is vijftig kilometer lang en nog geen twintig breed. De taxichauffeur - naar schatting rond de veertig - zegt in geen elf (11!) jaar van het eiland af te zijn geweest. De laatste keer was met de kinderen naar Disney World in Florida. Londen? Hoezo Londen? Liverpool moet al minstens vijftien jaar geleden zijn, zegt hij, maar precies weet hij het niet meer. . .

Wie hier een auto huurt, krijgt nog iets heel ongewoons te horen: 'Er zit voor zes pond benzine in. Dat zit in de prijs inbegrepen. Rijd 'm maar leeg. Kilometers betalen doen we hier niet.' De dame wijst naar het rode Micra'tje en spreekt dan de fantastische reclametekst uit die Nissan meteen zou moeten annexeren: 'Die dingen lopen toch al alleen op fresh air, geloof ik.'

Terug in de tijd: dat is het Manx tempo, onvergelijkbaar met dol voortrazend Londen of Liverpool. Maar het kan nog veel langzamer: met Douglas' paardetram - de enig overgeblevene in Europa - langs de prachtboulevard. Met aan de ene kant statige, witte Victoriaanse hotels, het pittoreske Gaiety Theatre en de Villa Marina met haar colonnade, en aan de andere kant de branding. Na twintig minuten kom je uit bij Derby Castle vanwaar de Manx Electric Railway naar Ramsey vertrekt (met een speciale afsteker naar Snaefell, letterlijk 'sneeuwberg', Man's hoogste: 620 meter). Het uitzicht tijdens die trip op de baai van Ramsey is adembenemend. Je kunt van hier misschien ook het grootste waterwiel ter wereld zien, Lady Isabella in Laxey, symbool van de industriële revolutie. De plaatselijke loodmijn werd er mee drooggehouden.

Dit jaar viert de Electric Railway zijn honderdste verjaardag. Als het feest net zo groots wordt als dat van de Isle of Man Steam Railway, twee jaar geleden, zullen de fans er nog jaren over praten. Die stoomtrein hobbelt van Douglas via de voormalige hoofdstad Castletown (met de nog altijd fraaie oude regeringszetel Castle Rushen) en Port St Mary naar Port Erin - een kleine, perfecte parafrase op iets als Biarritz - in het uiterste zuiden.

Maar beginnen moet je voor The Story of Mann - overal op het eiland wijzen bordjes met die naam naar bezienswaardigheden - in Douglas zelf: in het Manx Museum, nogal zonderling bereikbaar via een lift die aangebouwd zit aan de supermarkt. Het is een museum dat niets van het eiland onbesproken laat: van een oude, Keltische boomstamboot, via een volledig nagebouwd keuterboerderijtje (waar soms twaalf mensen op elkaar moesten hokken) en art-nouveau-kunstenaar Archibald Knox tot de hypersnelle Suzuki van Joey Dunlop.

De zee is het begin en het eind van alles.

Haringvissers waren ze vroeger voornamelijk: 's zomers waren de mannen op zee voor de 'zilveren oogst' en 's winters hielpen ze op de kleine boerenbedoeninkjes, maar pas nadat de vrouwen in hun eentje die andere oogst hadden moeten binnenhalen. Oud werden ze ook, de Manxmen, door een veel later officieel gezond verklaard dieet van vis, aardappelen en graan - geld voor iets anders was er niet. 'Je werkte geen uren, zoals nu, maar je werkte als er werk was en was altijd werk', kun je horen bij een filmpje in het Manx Museum.

Peel aan de westkust was (en is) de grootste vissershaven al kun je er niet meer, zoals vroeger, over de snelle 'Nickeys' van de ene havenkant naar de andere lopen. Zo'n Nickey - een tweemastertje - maakte soms wel tien knopen. De fameuze kippers worden hier nog altijd gerookt en je kunt er ook de Manx Queenies krijgen. Die steken, zeggen de liefhebbers, alle Franse Coquilles St Jacques naar de kroon.

Peel Castle kijkt uit richting Ierland, vanwaar in de vijfde eeuw St Patrick (naar wie alle Ieren Paddies heten) persoonlijk zou zijn gekomen om Man te kerstenen. Een van zijn eerste daden zou zijn geweest slangen van het eiland te verbannen. Die komen hier inderdaad niet (meer?) voor.

Maar desondanks weigerden de oude Manxmen een definitieve keus te maken tussen tussen Christus en hun eigen Mannaman Mac Lir, die hen tot dan zo goed van pas was gekomen. Het was de Grote Zeegod, die oprees uit de golven, magische krachten bezat en de kundigste zeeman die je je kon voorstellen. Hij woonde op het eiland, op een van de heuvels in het zuiden, en wierp bij gevaar een mantel van mist over het eiland zodat het tijdelijk onzichtbaar werd. Hij kon ook toveren dat één man eruit zag als honderd en ook dat was makkelijk om indringers af te schrikken.

Maar je moest wèl op goede voet blijven met The Little People, ook wel Themselves genoemd - kleine mannetjes in het groen met rode puntmutsjes. De meeste waren goedwillend voor gewone stervelingen, maar er zaten ook kwaaie tussen. Die roofden kinderen, stalen en brachten ongeluk. De missionarissen uit Ierland werden daarom geaccepteerd zolang ze het maar uit hun christelijke hoofd lieten om vanaf de kansel foute dingen te zeggen over The Little People.

De bekering van het volk van Man lukte dus maar half. In de kerk baden ze tot de nieuwe God, zijn Zoon en diens Moeder, maar eenmaal weer thuis legden ze gulle gaven klaar voor de dwergen. Want je wist maar nooit - voorzichtigheid is altijd een karaktrek van de Manx gebleven.

Er was nog meer bijgeloof. Op zaterdagavond mocht je niet spinnen, want daar zagen Themselves niets in. Fluiten op zondag (en op zee hoe dan ook) bracht genadeloos onheil. Een rat noemde je niet bij die naam, hooguit als long-tailed fellow. Nu nog vind je hier mensen die het woord alleen gespeld wensen uit te spreken. R-a-t zeggen ze dan.

Hoe ze woonden en zwoegden, vorige eeuw en nog vroeger, kun je terugvinden in Cregneash, tussen Port St Mary en Port Erin. Van dat hele dorpje is een museum gemaakt. De minuscule witte huisjes met de strodaken zijn weliswaar onbewoonbaar (verklaard), maar de omliggende akkers worden nog bebouwd alsof het negentiende eeuw is. Paarden voor de ploeg.

Nòg langzamer kon het hier: met de paardetram. Maar allerlangzaamst is natuurlijk wandelen, en Man is een mekka voor ramblers. Beschreven routes volop - zie de lokale boekwinkels -, dwars door veelal beschermde natuurgebieden. Nergens te moeilijk, nergens al te veel klimmen want Snaefell is per slot maar zeshonderd meter hoog. Wat bijvoorbeeld te denken van de Great Herring Route die de boeren twee keer per jaar liepen van Castletown naar Peel om vissers te worden? En terug om weer die andere gedaante aan te nemen. Vroeger zagen ze dat natuurlijk niet, maar het gaat nog altijd om twintig kilometer moois.

Bij Peel kun je dan een ommetje maken langs St Johns. Liefst op Midsummersday wanneer hier op Tynwald Hill traditioneel in de open lucht en met veel ceremonie de in het afgelopen jaar besloten wetten worden afgekondigd. Dat gebeurt in het oude Manx Gaelic dialect (dat verder alleen door Schotten wordt verstaan).

De Lord of Mann komt zelden zelf, maar ze laat zich altijd door een naast familielid vertegenwoordigen. Vorig jaar was prinses Anne erbij, keurig met een soort muziekstandaard voor zich waarop het vertaalboek lag. Want Lord noch verwanten zijn dat speciale dialect machtig. De meeste Manxmen overigens ook niet meer. Geschreven literatuur is er nauwelijks, behalve de bijbel.

Na de Vikingen kwamen de Schotten die het eiland verkochten aan de Engelsen. Graven van Lancashire - tegenover het eiland op het Britse vasteland - waren hier lang de baas. In de achttiende eeuw vierde smokkel, vooral van Westindische rum, hoogtij tot de Engelsen er een eind aan maakten. Maar de Manxmen kregen wel grote handelsvrijheid. De huidige boom in off-shore banking is er het rechtstreekse gevolg van.

Een van de problemen waar Man nu nog mee zit, was William Christian, pardon Illiam Dhone, een martelaar of een verrader? Er is een plan om van deze Manx bestuurder een glas-in-lood portret aan te brengen in het parlementsgebouw in Douglas.

In 1651 verliet James Stanley, graaf van Lancashire en Derby en toenmalig Lord of Mann, het eiland om in de Engelse burgeroorlog mee te vechten aan de zijde van de Karel I's royalisten. Hij liet Man achter in handen van zijn echtgenote, gravin Charlotte en Illiam Dhone als leider van de militie. De royalisten verloren, Cromwell kwam aan de macht en de graaf werd gevangen gezet. De gravin deed allerlei voorstellen omtrent de overgave van het eiland om haar man terug te krijgen.

Illiam Dhone en een aantal andere Manxmen zinde dat niet. Zij trokken ten strijde tegen de gravin en veroverden alle forten op het eiland, op twee na. Ondertussen stuurde het Cromwell-parlement een krijgsmacht naar Man, te machtig voor Illiam Dhone en de zijnen. Dhone deed daarop een voorstel aan de Engelse bevelhebber: hij was bereid het eiland over te geven, mits de Manx grondwet en douaneregelingen(!) onveranderd bleven.

Deze bevelhebber stuurde bericht terug, waarin sprake was van 'wijlen graaf Derby'. Daarop liet de woedende gravin alsnog een laatste poging doen het eiland te verdedigen. Tegen de zin van Illiam Dhone.

Bij de Restauratie, tien jaar later, en de troonsbestijging van Karel II, werd de zoon van James Stanley machthebber over Man. Niet gehinderd door nuances strafte hij de rebellie tegen zijn moeder genadeloos. Illiam Dhone kwam voor het vuurpeloton. Nadat hij een beroemde toespraak had gehouden: 'Ik heb gehandeld in het beste belang van de gravin en het eiland.' Enkele uren na zijn dood kwam bericht uit Londen: Illiam Dhone was amnestie verleend.

Roerig verleden van een eilandje in de Ierse Zee, vijftig bij twintig kilometer klein. Illiam Dhone zal zijn raam zeker krijgen.

Maar vergeet vooral nooit bij de Fairy Bridge in de weg tussen Castletown en Douglas even hardop te vragen: 'Cre'n aght ta shiu?' - 'Hoe gaat het ermee?' In de bosjes rond deze Fairy Bridge - de naam zegt het al - houden ze zich graag op, The Little People.

Wie hen beleefd bejegent, kan niets overkomen tijdens zijn verblijf op dit bijzondere eiland.

De zee blijft het begin en eind van alles, maar Man zou zonder Themselves niet kunnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden