Het vergaan van de lach

Ik zit in een volle zaal te kijken naar wat leuk moet zijn, in liedjes en conferences. Het publiek, in een feeststemming, is dankbaar: het lacht nogal eens, vaak met de hoge tonen van jonge mensen....

Ik hoop dat er geschaamd wordt. Van schaamte word je niet rood, je verstijft; het sterven begint in het gezicht en daalt af in het hele lichaam. Het Melkert-effect. Ik zie weer iemand zich verschrikkelijk inspannen om mij aan het lachen te krijgen. De rigor mortis heerst nu overal. Na een uur is alles voorbij. De feestelijke stemming hebben de grappenmakers er niet uitgekregen.

In een televisieprogramma zie ik een heel klein fragment van Van Kooten en de Bie. Ze zijn Jabobse en Van Es. Van Es - Van Kooten - demonstreert aan Jacobse de diepte van de buiging die hem rugklachten en dus een uitkering moet bezorgen. Hij moet heel diep gaan. Ik zit alleen in de kamer en lach hardop. Ik voel mij toch in gezelschap van andere lachers: ik denk aan mijn zonen, die, als ze het zien, even hard zullen lachen.

Alleen rond oud en nieuw krijg je de kans Wim Kan nog eens te horen. Ik heb hem mateloos bewonderd, ook in zijn niet-politieke conferences. Ik bewonder nu nog zijn schijnbare gemak, de air van onbezorgdheid en samenzwering met de zaal, de timing - de frappe komt nooit te vroeg of te laat, hij is de meester van de aanloop - en toch: ik lach er niet veel meer om.

Toen ik hem en zijn gezelschap een halve eeuw geleden voor het eerst in het Amsterdamse Leidseplein-theater zag, raakte ik lichamelijk ontregeld van het lachen. Ik vertoon nu een wat milde stijfheid. Dat vind ik erg.

Wim Sonnveld wordt het met jaar oubolliger (niet in zijn liedjes), Toon Hermans zie ik voor mijn ogen verouderen naar een nieuwe dood toe. Ik denk soms heel even aan mijn moeder (die nu honderdelf zou zijn). Zij had nooit harder gelachen dan bij Buziau. Ik moest dat zeker één keer per jaar horen. Later hoorde ik - op de plaat - een conference van hem. Ik was blij dat die opname mijn moeder bepaard is gebleven. Ze zou het niet leuk hebben gevonden.

Humor van de jaren vijftig en zestig - je voelt je jong als je die nu hoort. En je denkt meewarig aan die oude man die dat eens leuk vond. Carmiggelt is lange tijd een verslaving voor mij geweest. Nu leef ik nog op een aantal superieure zinnen uit een oeuvre. Oude humor - en dat is een belangrijk bestaansrecht ervan - maakt je jong.

Maar jonge humor, zoals ik die in die volle zaal zag (hoewel: er werkte nogal wat grijs aan mee - maakt je oud. Al heb je de zelf aangeprate troost, dat hij misschien wel gewoon slecht is.

Ik denk dat je ergens blijft steken. Op een bepaalde leeftijd heb je de humor wel gehad. Een hele generatie zit dan zonder; ze heeft alleen herinneringen, maar concretiseer die niet te veel. Humor berust vaak op herhaling, maar hij kan er zelf slecht tegen. Op het nieuwe reageren je spieren niet meer. Daar word je een beetje droevig van. De traan is minder tijdgebonden dan de lach.

In elk geval: Freek de Jonge is mijn eindpunt. Als het lachen mij bijna vergaat, zal ik nog om hem lachen. Hij raasde overal door heen, bijna niemand bleef overeind. In die kale wereld verschijnen nieuwelingen. Je ziet ze bukken voor de nog altijd te vrezen tegenwind.

'Ik heb begrepen dat ik dit leuk moet vinden', zei een leeftijdgenoot tegen mij bij het verlaten van de zaal. Ik had het ook begrepen. Een harde les.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden