Het verdwenen Haarlem

Voor buitenstaanders is Haarlem een mooie stad. Maar die weten niet wat er verloren is gegaan. Het ABC Architectuurcentrum wijdt een tentoonstelling aan geliefde plekken van Haarlemmers; gebouwen die zijn gesloopt maar niet vergeten....

Spreek Haarlemmers aan op foto's voor een expositie over hun wijk en talrijke zolders worden ogenblikkelijk afgezocht. Het ABC Architectuurcentrum in het Groot Heiligland, schuin tegenover het Frans Halsmuseum in Haarlem, heeft goede ervaringen met dergelijke verzoeken, ook als de oproep iets anders wordt ingekleed.

De vraag luidt: 'Aan welk afgebroken gebouw heeft u een persoonlijke herinnering? Het gaat hierbij niet om de schoonheid, doelmatigheid of waarde van het gebouw, maar om de betekenis die het voor u heeft gehad.'

De zoektocht heeft geresulteerd in de tentoonstelling Verdwenen stadsgezichten, samengesteld door vijftien Haarlemmers. Het is een kleine expositie waarop menig emotioneel afscheid wordt herbeleefd, variërend van een idyllisch tuindershuisje dat moest wijken voor een randweg en het verdwijnen van prachtpanden op een al jaren gruwelijk verminkt plein voor het meest sfeervolle station van Nederland, tot de moord op De Olifant, een klassiek drama rond de Droste-villa die vanwege zijn bolle rieten dak en spitsbogige entree lange tijd als een spraakmakend gebouw gold.

In Haarlem is wat afgetreurd over slopersgeweld. Maar de vrijwel altijd vrolijke herkenning wint het van de rouwverwerking op deze tentoonstelling voor en door Haarlemmers.

Dat laatste hoeft niet per se. Voor al die Nederlanders die geen domicilie hebben in de 'beste woon- en winkelstad' (de Volkskrant en De Telegraaf van enkele jaren geleden) kan de expositie aanleiding zijn tot een weliswaar tijdelijk maar aangenaam verblijf in Haarlem, mits ze beschikken over een plattegrond. Ze hoeven slechts een deel van de inzendingen op de kaart te projecteren om zich verzekerd te weten van een alternatieve wandelroute die dwars door het historische stads- en winkelhart voert.

Een vergeelde foto waar de nostalgie van afdruipt, sleurt de bezoeker van de expositie na afloop van Groot Heiligland via Schagchelstraat, Anegang en Korte Veerstraat naar Spaarne en Damstraat. 'Een van de mooiste plekken van Europa', zegt voormalig stadsarchitect Thijs Asselbergs onomwonden.

Daar valt wellicht over te twisten, maar in elk geval een plek waar de monumentale klok-, lijst- en trapgevels elkaar lijken te verdringen; van Korenbeurs tot Waag en Teyler, het zogeheten Fundatiehuis aan de Damstraat 21 waarvan de gevel uit Bentheimer zandsteen is opgetrokken. Pieter Teyler van der Hulst betrok dit pand in 1740 en bestemde de achtervertrekken voor zijn collectie die bijna anderhalve eeuw later definitief zou worden ondergebracht in het Teylers Museum aan het Spaarne..

De inzending van Jan van Borssum Buisman (1919) fungeert als publiekstrekker. Hij legt een stuk geschiedenis bloot waarmee Haarlem nog steeds worstelt. Kijk vanaf de plaats waar de foto is genomen, de Damstraat in en heel veel Haarlems leed openbaart zich.

Van Borssum Buisman: 'Voor 1930 was de Damstraat veel smaller en reed er een tram door. Om de straat te verbreden zijn winkels gesloopt. Ook het hoekpand Spaarne-Damstraat, waar toen een groentewinkel zat, moest verdwijnen. Het was een levendig en druk punt bij de Waag en het Spaarne; dit pleintje heette toen de Kaasmarkt. Daar legden schepen aan, de lading werd gelost en op karren vervoerd; het bier naar de cafés en het papier naar de firma Enschedé. Straks gaan we daar de grond in als de parkeergarage er komt. Ik vind dat jammer.'

Asselbergs is het met die constatering eens, al zijn understatements niet aan hem besteed. 'Vroeger had je de Turfmarkt, de Houtmarkt, de Hooimarkt, de Waag, de Koudenhorn enzovoort (bestaat nog allemaal, red.), markten met hun eigen kwaliteit en hun eigen gebruikswaarde. In die typisch Middeleeuwse setting werd honderden jaren gewerkt; in die Middeleeuwse stad werd gelopen.

'In de jaren zestig van de vorige eeuw is men het gebied rond het Spaarne heel anders gaan benutten, wat een enorme schaalverandering heeft teweeggebracht. Voor zover ik kan nagaan zijn er kades verlegd, is het Spaarne versmald.

'Dit is de mooiste plek van Haarlem, de Gouden Bocht. Als je hier (Asselbergs wijst op een dia de voormalige Kaasmarkt aan) kijkt, weet je niet wat je ziet aan gevels en aan openbare-ruimteverkrachting; met bussen en auto's die keihard rijden. Je kunt er als voetganger nauwelijks verblijven. Verbijsterend.'

Volgens Asselbergs kun je zeggen dat met de verbreding van de Damstraat - 'een mooie kleine verbindingsstraat tussen de Grote Markt met zijn oude Sint Bavo en de rivier waarover de handelswaar werd aangevoerd' - Haarlem bussen en auto's toegang tot de binnenstad heeft verschaft. Zoals je ook kunt stellen dat als gevolg van concessies aan het auto- en busverkeer Haarlem zich op sommige plaatsen van het Spaarne heeft afgewend.

Bij de sloop van het hoekpand Spaarne-Damstraat bleef het niet in 1930. Er werd een gat in de Damstraat geslagen dat na zeventig jaar nog steeds niet is bebouwd. Het is de bedoeling dat er een hotel komt. Sinds 1993 kent de Damstraat een lege plek, die nog lelijker is, het zogeheten gat van Enschedé, waar ooit een deel van de drukkerij Enschedé stond en waar het Middeleeuwse stratenpatroon nog goed herkenbaar was. Hier moet een nieuwe rechtbank verrijzen.

In de Damstraat zelf moet de ingang van een nieuwe parkeergarage komen. 'Waar gaat het om?', roept Asselbergs vertwijfeld. 'Om misschien vierhonderd auto's. Die kun je toch wel kwijt aan de rand van de stad?'

Asselbergs wordt bijkans lyrisch als hij het over het Spaarne heeft: 'Een rivier die met zijn schitterende S-bochten door de stad meandert. Het oosten van Haarlem hoorde ook bij de binnenstad. De Amsterdamse Poort is een fantastisch bouwwerk dat volledig uit de context is geraakt. De Hagestraat was in de negentiende eeuw dé winkelstraat van Haarlem.'

Met een priemend gebaar wijst Asselbergs op de Melkbrug over het Spaarne en het vroeger zo beeldbepalende gebouw van V & D aan de Korte Veerstraat waar zich thans een appartementencomplex bevindt. In het verlengde van de Melkbrug loopt de Hagestraat richting Burgwal. De Hagestraat is weer woonstraat geworden en startpunt van de St. Jacobs fietsroute naar Santiago de Compostela (bij het Rosenstock Huessy Huis).

In de Leliestraat, een van de zijstraatjes van de Burgwal, bevindt zich te midden van dicht op elkaar gebouwde huisjes die herinneren aan de snelle industrialisatie van Haarlem, halverwege de negentiende eeuw, de laatste stadsboerderij. Tot 1985 stonden op het erf, tegenwoordig een kinderspeelplaatsje, 's winters de koeien op stal. Via de Amsterdamse Poort werden de beesten vanuit de Waarderpolder, thans industrieterrein, de Leliestraat ingedreven.

Een paar minuten lopen van de Amsterdamse Poort ligt het Papentorenvest waar hard wordt gewerkt aan de herbouw van Molen de Adriaan die, voordat hij in 1932 afbrandde, een van de beeldbepalers van het Spaarne was. Maar dat is een verhaal dat buiten de context van de expositie in het Architectuurcentrum valt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden