Het verdriet van De Weerribben

Staatsbosbeheer kan tevreden zijn. Het nationale park De Weerribben in de kop van Overijssel trekt steeds meer bezoekers. De bewoners van het dorp Kalenberg denken er anders over: files van fietsers en wandelaars voor de deur en drollen van scheepsrecreanten op het woonerf....

door Wil Thijssen

DE kruidenier brengt de boodschappen thuis met een kar via het pad, of met een punter over het water. In zijn antieke winkeltje lijkt de tijd te hebben stilgestaan. De school is gesloten bij gebrek aan leerlingen, de drumband is opgeheven wegens een tekort aan drummers. Kranten worden niet bezorgd, hooguit per post en dus een dag te laat.

Niemand komt toevallig in Kalenberg, een dorpje in het hart van nationaal park De Weerribben in de kop van Overijssel. Je strandt er, of je bent onderweg ernaar toe. Achter de kerk loopt de weg dood. Over de brug rest een pad naar de huizen langs de Kalenbergergracht.

Het kilometerslange pad is de enige toegang voor de bewoners, die er niet met hun auto kunnen komen. Want Kalenberg-noord of -zuid, zoals de langste straat van het dorp eenvoudigweg heet, is een idyllische plek temidden van uitgestrekte rietlanden. De 251 inwoners - nummer 252 had er al moeten zijn, maar moeder is over tijd - genieten van het prachtige landschap. Tenminste, als de zon niet schijnt.

'De zon is onze ergste vijand', vertelt de vrouw van de imker, vanuit haar tuin aan Kalenberg-noord. 'Als de zon schijnt, is het hier verschrikkelijk. Dan terroriseren toeristen de buurt'. Het pad, dat slechts een meter breed is, wordt dan het domein van een onafzienbare rij fietsende en wandelende toeristen, die elkaar beconcurreren om ruimte tijdens het passeren. In de zomermaanden begint de fietsfile 's morgens al om negen uur, en droogt de stroom pas op bij het ondergaan van de zon.

Maar deze recreanten zijn nog niet de ergsten, weet Gerard, de plaatselijke imker. Nee, de schippers en gasten op de talrijke schepen die door de gracht varen, díe zijn pas erg. Die leggen niet alleen pal voor het woonhuis aan, maar gluren ook naar binnen, vallen de kinderen lastig, zijn grof in de mond en doen hun behoefte zelfs op het woonerf achter de heg.

De Kalenbergers zijn niet onverdeeld gelukkig met het feit dat ze wonen in het belangrijkste laagveengebied van West-Europa. Sinds 1976 is het bezoekersaantal in de regio gestegen van 375 duizend tot een miljoen per jaar.

'Er is de laatste tijd een enorme run op het gebied door toeristen', vertelt Olaf Preilipper van Staatsbosbeheer. 'De Weerribben zijn ons visitekaartje'. Staatsbosbeheer probeert juist zoveel mogelijk bezoekers te betrekken bij de natuur 'om het draagvlak in de samenleving vergroten'. En dat lijkt te zijn gelukt.

Twee jaar geleden reikte de Raad van Europa De Weerribben het Europees diploma voor natuurgebieden uit, omdat Staatsbosbeheer met andere instanties erin is geslaagd De Weerribben grotendeels open te stellen voor het publiek. Een deel van het nationale park is te kwetsbaar voor toeristen, omdat er bedreigde vogelsoorten broeden, en er zeldzame planten en gewassen groeien.

Om het gebied, dat 3445 hectare afgegraven veengrond beslaat, voor toeristen zo aantrekkelijk mogelijk te maken, worden de fietspaden verbeterd, zijn 'spannende speur- en zoektochten voor kinderen' in voorbereiding, is het aantal kanoroutes uitgebreid en worden vaarexcursies georganiseerd, onder begeleiding van een boswachter.

Langs de Hooge Weg, die dwars door de Weerribben van Kalenberg naar Ossenzijl loopt, staan antieke vervenershuisjes. Ze zijn verbouwd in opdracht van Staatsbosbeheer, en worden sinds een aantal maanden verhuurd aan toeristen die 'in het verleden' willen overnachten, tussen 'wuivend riet, jodelende wulpen en zwevende kiekendieven', zoals de folder belooft. Ook andere historische pandjes in het gebied worden omgebouwd tot vakantiewoning voor toeristen. Voor 140 gulden per nacht krijgt de bezoeker bovendien een ontbijt bij de buren, in café-restaurant De Weerribben. Verder herbergt het nationaal park zes kanoverhuurbedrijven en een Natuuractiviteitencentrum van Staatsbosbeheer, een project dat elders in Nederland navolging zal vinden als het zijn succes heeft bewezen.

D IE combinatie tussen natuurbehoud en recreatie lijkt tegenstrijdig, maar is het geenszins, benadrukt Egbert Beens, de boswachter die verantwoordelijk is voor de 'zonering' in vaar-, fiets- en wandelroutes in De Weerribben. 'Als we toeristen zoveel mogelijk langs vastomlijnde routes sturen, blijft het gebied vrijwel onaangetast door afval en vernieling. Daar waar we geen bezoekers willen en een natuurlijke hindernis ontbreekt, zetten we een slagboom neer. Bordjes met 'verboden toegang' hebben we massaal weggehaald sinds Staatsbosbeheer in januari van dit jaar is vanzelfstandigd, omdat dat 'niet echt flitsend' was. 'En we maken natuurlijk geen picknickplaats bij een broedende kolonie purperreigers of roerdompen', zegt de boswachter.

Kalenberg moest ondanks alle voorzorgsmaatregelen een rustig plattelandsdorpje blijven, was het idee. Toch erkent ook Beens dat het aantal recreanten wel erg snel toeneemt.

Om met name de doorvaart in de toekomst zoveel mogelijk te beperken, heeft Staatsbosbeheer in het beheers- en beleidsplan opgenomen dat er een nieuwe waterweg moet komen, van de zuidkant van De Weerribben naar het kanaal Ossenzijl-Steenwijk. Want nu zijn de weerribben nog de doorgaande vaarverbinding van Noordwest-Overijssel naar Friesland.

Verder wordt de (landbouw)-

grond rond het park langzaam maar zeker omgevormd tot natuurgebied. Want het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij wil De Weerribben uitbreiden en laten aansluiten bij andere natuurgebieden binnen de Ecologische Hoofd Structuur, ofwel de 'natte zone', om uiteindelijk één groot natuurgebied te verkrijgen waarbinnen nieuwe diersoorten kunnnen worden uitgezet, zoals de otter.

De bewoners van Kalenberg, Muggenbeet, Nederland en Ossenzijl nemen de plannen voor lief. De kale plekken die picknickende recreanten in het riet veroorzaken, hun drollen op het erf, het geld dat ze authentieke bewoners bieden voor hun huizen - ze kunnen er niet omheen. Een afvaardiging van de Kalenberger ondernemers heeft zitting genomen in de werkgroep Recreatie van het Nationaal Park.

'Staatsbosbeheer probeert met iedere ondernemer een goeie band te hebben', zegt Beens. 'En dat is tot nu toe gelukt - bewoners realiseren zich wel het belang van het werk dat we doen. Ik kan bij iedereen nog steeds met een gerust hart naar binnen lopen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden