Het verdriet van de provincie

Provinciale politici kunnen het saaie profiel van deze bestuurslaag doorbreken als zij brandende kwesties, zoals veiligheid, onderwijs en huisvesting op hun agenda zetten, denkt Rinus van Schendelen....

Rinus van Schendelen

Alleen de waterschappen zijn een nóg saaiere overheid dan de provincies. Is dat een goede reden om op 11 maart te ontbreken bij de provinciale stembus? Is, omgekeerd, een kleurrijke overheid zoveel relevanter of slechts een rare poppenkast? Kunnen wij als burgers iets leren van lobbygroepen, die een saaie overheid verkiezen boven een kleurrijke, want bij die saaie is er minder gedrang en kun je tot een betrouwbaarder afspraak komen? Randvoorwaarde is wel dat er iets van belang op het spel moet staan.

Welnu, wat is ook weer de relevantie van de provincie? Vanwege Haagse wetgeving voert zij medebewind bij ruimtelijke ordening, milieu, recreatie, infrastructuur, verkeer en, een beetje, zorg en cultuur. Haar inkomsten krijgt zij grotendeels uit het Haagse Provinciefonds van ruim één miljard euro. Den Haag benoemt ook een zetbaas, de Commissaris der Koningin. De provincie ligt kortom aan centralistische Haagse leibanden. In haar huishouding is zij wel autonoom, zoals de werkster bij het schrobben. Iets aan de leiband kan uiteraard toch relevant zijn, vanwege de baas erachter.

Buiten de Randstad heeft de provincie ook enige positie tegenover de gemeentes. Maar in de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht zijn de vier grote steden dominanter. Natuurlijk zou alle provinciewerk ook anders kunnen worden georganiseerd en zonder stembus, naar voorbeeld van Rijkswaterstaat of Arbeidsinspectie. Bedrijven, gemeentes en andere organisaties, die nu bij de provincie vergunningen of budget lospeuteren en dus haar relevantie ervaren, zullen daarvoor even makkelijk naar een ander overheidsgebouw rijden.

Het saaie uiterlijk van de provincie wordt niet alleen veroorzaakt door haar nogal technische takenpakket en haar Haagse inkapseling. Behoudens in buitenprovincies zoals Friesland, Zeeland en Limburg hebben burgers nauwelijks een provinciaal 'wij-gevoel'. Hun politici gedragen zich ook niet als zodanig en komen niet ambitieus op voor wat burgers belangrijk vinden. De meeste leden van Provinciale Staten zijn ambtenaar van herkomst of beroep. De burger die dit betreurt, had beter zichzelf kandidaat kunnen stellen.

De huidige provinciale politici en kandidaten kunnen het saaie profiel van de provincie doorbreken door meer lef en ambitie te tonen. Niets verbiedt ze om brandende kwesties van veiligheid, onderwijs, inburgering, werkgelegenheid, huisvesting enzovoorts op hun verkiezingsagenda te zetten. Bij de gemeentelijke stembus vorig jaar agendeerde Pim Fortuyn migratie, wachtlijsten en andere Haagse onderwerpen en bij de landelijke verkiezingen dit voorjaar politiseerde Bos de kwestie-Irak die niet in Den Haag wordt beslist. Burgers maakt het niet uit wáár politici beloftes nakomen, als zij zich daartoe maar inspannen. De massamedia belonen zulke ambities met gratis publiciteit. Elke provinciale politicus kan Fortuyn en Bos nadoen en lobbyen in Den Haag of Brussel.

Na 11 maart zouden de nieuwe Statenleden nog meer lef kunnen tonen bij hun indirecte 'verkiezing' van de Eerste Kamer. Tot dusver stemmen zij vrijwel allen slaafs volgens de instructie van hun landelijke partij. Ooit was die Kamer, met een mooi Haarlems woord, een 'Staten Bolwerk'. Al een eeuw lang is zij echter een partijpolitieke stempelmachine, die zelden relevant is.

Vergelijk dat eens met Duitsland, waar de Bondsraad functioneert als parlement van de regio's en vrijwel alle beleidsvelden dicht bij de burgers houdt. In contrast met hen vertegenwoordigen Eerste Kamerleden Haagse en niet provinciale belangen.

Evenmin vrolijk stemt de dalende opkomst bij de provinciale verkiezingen, van 68 procent in 1982 naar 45 procent in 1999. Hierachter liggen vele factoren, maar het lichte gewicht van de provincie en haar politici behoort er stellig toe. Onder de leus 'Voorkom Balkenende-II' zouden de PvdA en andere linkse partijen de komende opkomst wel kunnen verhogen. Burgers die een kabinet van CDA en PvdA willen, moeten dan op 11 maart stemmen op de PvdA of een andere linkse partij. Slaafse Statenleden maken de Eerste Kamer dan linkser. Het CDA moet dan serieus formeren met de PvdA, want krijgt wetgeving anders moeilijk door de Eerste Kamer. VVD en CDA kunnen die leus uiteraard omkeren. Met provinciale politiek heeft dit alles niets te maken. Maar ook met een geperverteerd systeem kan de kiezer zijn voordeel doen.

In deze sombere beschrijving van provinciale politiek gloort wel licht aan de einder. Al enige tijd berijden de provincies de sluipweg naar Brussel. Zonder formalisme werken zij daar samen als vier landsdelen, waaronder de Zuid-Nederlandse Alliantie van Zeeland, Brabant en Limburg, dus geuzen en papen tezamen! Daar krijgen zij goed onthaal bij de Europese Commissie. Voor hun provinciale achterland lobbyen zij profijtelijk voor subsidies en aangename regelgeving. Afkomstig uit het meest centralistische landje van Europa liften zij mee op de algemene trend van decentralisatie. De grote regionale broers van onder meer Duitsland, België en Spanje banen de weg. Via Europa en niet via Den Haag wordt ons binnenlands bestuur dichter bij de burger gebracht, inclusief de gekozen Burgemeester en Commissaris der Koningin. Het stembiljet kan de kiezer gebruiken als aanmoediging.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden