Het veen is gewoon wat weggezakt

Toen de boezemkaden eeuwen geleden werden gebouwd, kwamen daar geen ingenieurs aan te pas. Nu hebben ze de grootste moeite te verklaren waarom precies de veendijken hier en daar uit elkaar vallen....

Door Michael Persson

Dijkenonderzoeker dr. ir. Meindert Van werd zondagavond gebeld door zijn ouders. Of ze eigenlijk wel veilig zaten, achter hun dijk in de polder in Capelle aan den IJssel. De rivierdijken zijn in orde, stelde hij hen gerust. Maar voor de boezemkaden blijft het spannend. Na de doorbraken bij Wilnis en Rotterdam loert het gevaar achter elke veendijk.

'We weten gewoon nog erg weinig van die dingen', zegt Van, werkzaam bij GeoDelft in Delft. Dinsdag zijn onderzoekers van het geotechnische instituut begonnen met boringen in de dijk bij de Rotte, naast de plek van de doorbraak. De eerste grondmonsters, afkomstig van boringen bij Wilnis, liggen inmiddels in het lab in Delft.

Het is een aardige puzzel, zegt Van. Vooral de doorbraak bij Wilnis vindt hij verrassend. Daar brak de uitgedroogde dijk al door voordat het was begonnen met regenen. 'Naarmate we meer in die dijk duiken wordt het ingewikkelder. Ik kan echt niet op de achterkant van een sigarendoos uitleggen wat er is gebeurd.'

Hij houdt alle slagen om de arm. Ja, het is waarschijnlijk dat de droogte een rol heeft gespeeld. Maar honderd procent zeker is het niet. Gasvorming in het veen, veroorzaakt door de hitte, is ook een mogelijkheid. 'Dat is één van de dertig factoren die we onderzoeken.'

Merkwaardig, zo op het eerste gezicht, dat gebrek aan kennis. Veendijken liggen langs de oudste polders van Nederland. Waterschappen hebben er al eeuwenlang ervaring mee. 'Juist in die ouderdom schuilt het probleem', zegt prof. drs. ir. Han Vrijling van de TU Delft. 'Die dingen zijn gewoon gebouwd van uit de sloot gebaggerde grond, en niet ontworpen met moderne rekenmethoden. Daardoor kunnen we niet automatisch zeggen welke krachten ze precies kunnen weerstaan.'

Maar hij weerspreekt dat de wetenschap volledig heeft stilgezeten. 'Het oordeel van GeoDelft is wellicht wat gekleurd. Onderzoekers vinden natuurlijk altijd dat er meer onderzoek moet worden gedaan. Maar er is meer bekend dan ze misschien denken.'

Hij pakt een boek uit de kast en citeert: 'Toen in de zomer van 1910 de boezemstanden van Friesland door langdurige droogte zeer laag werden, bleken in de volgende winter de veenkaden ernstig te lekken.' Aldus T. Huitema in Dijken. 'Dat lijkt wel op wat er bij de Rotte is gebeurd.'

Ook voor de raadselachtige doorbraak bij Wilnis heeft hij een verklaring. 'Een horizontale afschuiving. Dat bezwijkmechanisme hebben wij al jaren geleden beschreven, maar werd weggelachen.'

'Ja, dat mechanisme is een van de hypothesen', zegt Van van GeoDelft. En het gaat hem niet puur om onderzoek vanwege het onderzoek, bezweert hij. 'Wanneer je 3500 kilometer dijk gaat versterken moet je precies weten wat er gaande is. Goed onderzoek is goedkoper dan een verkeerde maatregel.'

De belangrijkste meting van GeoDelft is de dichtheid van de grond. Het gewicht bepaalt namelijk voor een groot deel de sterkte van de dijk. Hoe meer kilo's, hoe harder de deeltjes op elkaar worden gedrukt. Des te beter kan de dijk de druk van het water weerstaan.

Normaal gesproken zit er ook water in de dijk. Dat speelt een dubbele rol. Enerzijds zorgt het voor meer gewicht, en dus meer sterkte, door de holtes in de dijk op te vullen. Anderzijds drijft het op een gegeven moment de samenstellende deeltjes in de dijk als het ware uit elkaar, en verlaagt daardoor de sterkte. 'Dus kun je alleen zandkastelen bouwen als het zand enigszins nat is', zegt Van. 'Met droog zand hoef je niet eens te beginnen. Te veel water is ook weer niet goed. Als er een vloedgolf overheen spoelt, raakt het zand verzadigd en stort het kasteel in.'

Voor zanddijken is dat allemaal mooi uitgerekend. Zandkorrels zijn net knikkers, en daar zijn duidelijk modellen van te maken. Hoe de knikkers tegen elkaar drukken, en hoeveel ruimte er is voor water, en welke krachten daarbij komen kijken.

Maar veen is andere koek. 'Veen bestaat niet uit korrels', zegt Van. Het is in duizenden jaren laag voor laag in de bodem afgezet, en die gelaagde structuur is ook terug te vinden in de dijken. Dat wordt nog versterkt door de vezels, halfvergane resten van bomen en planten in het veen. 'Daardoor heeft het veen in horizontale richting andere eigenschappen dan in vertikale richting', zegt Van. De sterkte bijvoorbeeld is anders, en de waterdoorlatendheid. Dat heeft weer invloed op de totale sterkte van de dijk.

Maar het belangrijkste verschil: veen is ruim anderhalf keer zo licht als zand. Dus is een veendijk minder stevig dan een even hoge zanddijk. Bovendien zit er veel meer vocht in het veen dan in het zand. 'Als het totaal uitdroogt, houd je hooguit 20 procent gewicht over, van de vezels', zegt Van.

Die uitdroging is echter lastig te zien. In Wilnis bijvoorbeeld was het gras nog groen. Toch blijkt de dijk vlak onder het oppervlak erg droog te zijn geweest, waardoor er flinke krimpscheuren in de dijk zijn gaan zitten. 'We zijn nu aan het onderzoeken hoeveel vocht er normaal in zit', zegt Van. Niemand weet wat normaal is. 'Juist over dat uitdrogen valt erg weinig te vinden in de literatuur.'

Volgens Vrijling heeft de wrijvingscoëfficiënt van veen, in combinatie met het lage gewicht, een doorslaggevende rol gespeeld. Veenlagen glijden een stuk sneller van elkaar af dan zandlagen, namelijk al bij hellingshoeken van 21 graden in plaats van 30 graden. Horizontale afschuiving. 'Daar letten de waterschappen niet op.'

Deze week donderdag maakte de Unie van Waterschappen (UvW) bekend dat er in Nederland nog tien zwakke plekken in de veenkades zitten. Tegelijkertijd liet de Unie weten dat 'een landelijk overzicht ontbreekt' van de verbeteringen in de dijken, die zijn uitgevoerd sinds een rapport in 1993 constateerde dat 10 procent van 1750 kilometer boezemkaden nog onveilig was. Een lacune die snel gevuld moet worden, zegt een woordvoerder. In dat rapport is Vrijlings bezwijkmechanisme nog niet eens meegenomen.

Vrijling vindt dat daar nog goed naar moet worden gekeken. Hij verwacht dat de dijken moeten worden verzwaard. 'We moeten de veendijken net zo professioneel benaderen als de rivierdijken. Als veendijken bijvoorbeeld geen veiligheidmarge hebben, dan moet die er komen.'

Want vroeger kregen alleen de koeien natte voeten bij het bezwijken van een boezemkade, maar nu liggen er ook hele Vinexwijken in de polders er omheen. En wat te denken van de Haarlemmermeer? Vrijling: 'Als de Ringvaartdijk bezwijkt zit er echt genoeg water achter om Schiphol blank te zetten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden