HET VECHTEN MOE De prijs van de oorlog in Congo

AL DRIE maanden gaat het vechten in Congo nu al door, en ondanks een reeks van bemiddelings- en vredesinitiatieven van Zuid-Afrika, Zambia, de Verenigde Staten, de Verenigde Naties en de Organisatie van Afrikaanse Eenheid lijkt het einde nog lang niet in zicht....

Zimbabwe, met Angola de belangrijkste militaire steunpilaar van Laurent Kabila in zijn strijd tegen de rebellen, heeft de eerste demonstraties tegen de oorlogsinspanning achter de rug. President Robert Mugabe zag zich vorige week genoodzaakt zwaarbewapende militairen de straat op te sturen om protesten tegen sterk gestegen brandstofprijzen de kop in te drukken. Een paar dagen eerder had de politie al een demonstratie van vakbonden, mensenrechtenorganisaties en kerken verboden.

De oorlog in Congo kost de uiterst wankele Zimbabwaanse economie meer dan twee miljoen gulden per dag. Sinds eind augustus heeft Harare een contingent van ruim drieduizend soldaten plus het puikje van de luchtmacht ingezet, en hun resultaten zijn tot dusverre niet echt om over naar huis te schrijven. De rebellen, gesteund door Rwanda en Uganda, slaagden er ruim drie weken geleden in opnieuw een strategische stad in het oosten, Kindu, te veroveren. De stad viel nadat Zimbabwaanse troepen zich plotseling hadden teruggetrokken.

Na de afgang van Kindu verordonneerde Mugabe een versterking van zijn troepenmacht in de regio van Lubumbashi. Deze plaats in het zuidoosten van Congo, op de grens met Zambia, herbergt naar verluidt de meeste Zimbabwaanse mijnbelangen. Generalissimo Robert kondigde tevens het begin aan van het 'finale' offensief, dat de opstandelingen en hun bondgenoten uit het oosten van Congo moet jagen.

De vraag is in hoeverre dit bluf is. De Zimbabwaanse leider is volgens sommige waarnemers bezig met een uiterst riskante vlucht naar voren. Mugabe hoopt door zijn steun aan Kabila vooral economische voordelen - mijnconcessies en voorrang voor Zimbabwaanse producten in Congo - te behalen. Het militaire avontuur in Congo moet zo dienen om de toenemende economische en politieke spanningen in eigen land te doen vergeten.

Vooralsnog lijkt de overwinning in Congo echter ver weg. De dure steunoperatie aan Kabila begint steeds meer op een bizarre gok van een in het nauw gedreven potentaat te lijken. Als het zo doorgaat kan Congo het Vietnam van Robert Mugabe worden: een voortslepende oorlog die niet te winnen valt en alleen maar geld en mensenlevens vreet. De onvrede thuis zou zo kunnen oplaaien dat ze de oude president de kop kost. De zwaar bewapende soldaten op straat in Harare geven aan hoe bang Mugabe is voor het thuisfront.

Bij een andere bondgenoot van Kabila rommelt het eveneens. In Namibië trokken onlangs ruim honderd zwaar bewapende soldaten en enkele oppositieleiders de grens met Botswana over om daar asiel te vragen. Volgens het Namibische leger gaat het om 'terroristen' uit de Caprivi-strook, die uit zouden zijn op de afscheiding van deze uithoek van het land. Volgens andere berichten was het een eenheid van het leger die niet wilde deelnemen aan de oorlog in Congo.

Ook in Windhoek stijgt het gemor over de kosten en baten van de militaire bijstand aan Kabila. Maar president Sam Nujoma legde anderhalve week geleden nog een dringende oproep van zijn bezoekende Zuid-Afrikaanse collega Mandela naast zich neer om de troepen uit Congo terug te trekken.

Hoe Angola ervoor staat is wat onduidelijk. Qua militaire kracht is het in principe de sterke steunpilaar van Kinshasa, maar het lijkt er niet op dat president Dos Santos in navolging van zijn collega Mugabe van plan is zijn lot al te zeer te verbinden aan de afloop van het Congolose conflict.

De Angolese troepen houden vooral de kuststrook in het westen van Congo bezet, waarmee ze belangrijke aanvoerlijnen van Unita, de eigen binnenlandse vijand, hebben afgesneden. Onlangs dook uit Amerikaanse hoek even het bericht op dat Angola van plan was de meeste troepen uit Congo terug te halen, maar dat werd in Luanda ontkend.

Aan de zijde van de opstandelingen lijkt het moreel beter, maar ook hier begint de oorlog pijn te doen. Uganda, dat in tegenstelling tot Rwanda wel toegeeft dat het troepen in Congo heeft, zag zijn munt in twee maanden tijd 15 procent aan waarde verliezen, vooral door het wegvallen van lucratieve export naar Congo. Ook de goudhandel met Congo en het toerisme - gorilla's kijken in de grensstreek - kregen zware klappen.

Het Ugandese leger vergt meer dan 30 procent van de staatsuitgaven. In de andere landen (stuk voor stuk armlastige ontwikkelingslanden) die in Congo meevechten is het niet anders: ook hier vreet de oorlog diep in in het budget.

'Wat zouden we mooie dingen kunnen doen met die twee miljoen die we elke dag aan de oorlog kwijt zijn', verzuchtte onlangs de oppositie in Zimbabwe. 'Wegen bouwen, sociale voorzieningen verbeteren.' Als de oorlogsmoeheid flink doorzet, kan de Afrikaanse renaissance misschien haar zo cynische valse start te boven komen.

Hans Moleman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden