'Het Utrechtse Model

'Het college formuleert geen beleidsdoeleinden, maar uitvoeringsplannen. Daardoor wordt de gemeente ongewild een concurrent van het veld.' Kunstbeleid in Utrecht heet cultúúrbeleid....

Het rommelt in Utrecht. Al geruime tijd. De culturele instellingen voelen zich geschoffeerd, weet Carel Alons. 'De begroting is de druppel in een emmer die al lang aan het vollopen is. Net nu veel instellingen kunnen oogsten, worden bezuinigingen doorgevoerd.'

Waar Alons bang voor is? Dat mensen in de kunstwereld denken: bekijk het maar, ik hou ermee op, ik ga weg uit Utrecht. 'Er zijn zoveel goede mensen, die kunnen zo ergens anders aan de slag.'

Alons, voorheen directeur van de Rotterdamse schouwburg en nu van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, loopt al jaren mee in het Utrechtse kunstcircuit. Als bestuursvoorzitter van theatergroep Growing Up In Public is hij betrokken bij de perikelen rond het nieuwe kunstbeleid. Of liever gezegd: cultúúrbeleid. 'Leefbaar Utrecht heeft het nooit over kunstbeleid', zegt Jetta Ernst van theatergroep De Paardenkathedraal. Want kúnst is voor de elite.

Alles moest anders. Dat beloofde wat, toen Leefbaar Utrecht in december 2000 van oppositiepartij ineens de belangrijkste bestuurder werd in de Utrechtse gemeenteraad. Geen beleidsterrein kon eraan ontkomen, aan de Leefbare Omwenteling. En dus ook de cultuursector niet.

Gevolg: onrust en geruzie, nu al bijna een jaar. Coalitiepartijen liggen met elkaar overhoop. En tussen college en 'cultureel veld' zijn de verhoudingen al niet beter. 'Het is een verloren periode geweest waarin misverstand zich op misverstand heeft gestapeld', zegt Henk Scholten, directeur van de Stadsschouwburg.

Inmiddels is er niemand die meer opkijkt van de gepeperde taal van Leefbaar Utrecht. Als fractievoorzitter Henk Westbroek het woord kunst hoort, begint hij meteen te sputteren. Theatergezelschappen heten dan ineens 'subsidievreters', openingen van grote festivals 'champagnefuiven voor bobo's'.

Volgens de zanger en radiopresentator spreekt hier zijn liefde voor de kunsten. Door de culturele wereld wordt dit soort uitlatingen uitgelegd als 'populistische afkeer' van alles wat maar met 'high culture' te maken heeft. Steeds meer groeit de vrees dat na de culturele revolutie van Leefbaar Utrecht slechts rokende puinhopen zullen resten. De algemene klacht: het nieuwe cultuurbeleid is een verzameling onvoldragen plannen en willekeurig bij elkaar geraapte voornemens.

Sufferdje

Mondig treden de Utrechtse instellingen de politiek tegemoet. In hun ogen zijn zij het die Utrecht hebben bevrijd van het imago van provinciaal sufferdje. En het valt moeilijk te ontkennen: Utrecht telt een aantal belangrijke festivals (Nederlands Filmfestival, Festival van Oude Muziek) en op theatergebied hebben gezelschappen als Aluin, 't Barre Land, Gup en De Paardenkathedraal naam gemaakt.

Het is de verdienste, zeggen ze, van 'het Utrechtse model', het samenwerkingsverband van theatergezelschappen dat korte lijnen onderhoudt met de afdeling kunstzaken. 'Logge advieslichamen ontbreken', zegt Sjarel Ex, directeur van het Centraal Museum. In bredere zin staat Het Model voor de interdisciplinaire aanpak en voor de experimenteerdrang in Utrecht. Veel instellingen zagen het dan ook als een beloning voor hun pioniersarbeid dat ze dit jaar voor het eerst rijkssubsidie ontvingen van staatssecretaris Van der Ploeg. Iedereen was tevreden: voor het eerst in lange tijd kon de sector bouwen op een stevig financieel fundament.

Maar de euforie duurde tot de presentatie van de Voorjaarsnota in maart. 1,8 Miljoen moesten de kunstinstellingen jaarlijks inleveren: voor het bekostigen van nieuw cultuurbeleid, meldde wethouder Kees Verhoef. De instellingen werden elk voor tienduizenden gulden aangeslagen: Centraal Museum 60 duizend, Tivoli 100 duizend, Stadsschouwburg 110 duizend gulden. Verontwaardigd: 'We hebben twaalf jaar aan de deur moeten krabbelen. Net nu we met het nieuwe kunstenplan bezig zijn, komen er bezuinigingen', zegt Paul Feld van theatergezelschap Growing Up In Public.

Bij Leefbaar Utrecht (LU), met veertien zetels de grootste raads- en collegepartij, keken ze er heel anders tegenaan. Niet voor niets was de verkiezingsslogan: 'Het moet anders, want het kan beter.' Eerst met het Lieveheersbeestje en later met een scheefstaande Domtoren als symbool, wilden de Leefbaren de bakens verzetten: kunst en cultuur moesten toegankelijker worden voor de gewone Utrechter. LU-raadslid Rob Kok: 'Rond cultuur hangt vaak de lucht van chic en ons kent ons. Waarom moet het gelijk weer hoogdravend worden als het over kunst en cultuur gaat?'

Dus bedacht het college allerlei 'laagdrempelige' plannen: er moeten speeltenten in elk park komen, meer beelden en muurschilderingen in de stad, en kunst moet 'ontkelderd' worden: uit het museumdepot ermee! Boegbeeld van het nieuwe beleid zijn de zogeheten Culturele Zondagen. Het idee: in Amsterdam en Rotterdam heb je elke week Koopzondag, in Utrecht een leuk cultureel evenement. Eens in de twee weken optredens, exposities, concerten op telkens verschillende locaties in de stad. Culturele Hoofdstad van Nederland worden, dat is de ambitie van Utrecht.

Henk Scholten, directeur van de Utrechtse Stadsschouwburg, noemt breed publieksbereik, de gedachte die achter de Culturele Zondagen steekt, 'volstrekt legitiem'. Maar dat het college zelf de invulling ter hand neemt, vindt hij 'principieel onjuist'. Meer in het algemeen is zijn kritiek: 'Het college formuleert geen beleidsdoeleinden, maar uitvoeringsplannen. Daardoor wordt de gemeente ongewild een concurrent van het veld.'

Verweesd

De kunstsector voelt zich door het nieuwe college buiten spel gezet, verweesd. 'Cultuur is in de steek gelaten', vat Paul Feld de gevoelens samen. 'Bij de collegeonderhandelingen was het niet meer dan een sluitpost.'

De portefeuille ging uiteindelijk naar Kees Verhoef, parttime-wethouder van de kleinste collegepartij, Burger en Gemeenschap uit het bij Utrecht gevoegde dorp Vleuten-De Meern. 'Dat zegt toch iets over de ambitie van dit college met cultuur', zegt Carel Alons. 'In Rotterdam is cultuur een zeer gewilde portefeuille. Kunst wordt gezien als iets waarmee je kunt scoren.'

Zonder een sterke eigen fractie ontpopte Verhoef zich tot een stuntelig bestuurder, over wiens hoofd andere collegepartijen meningsverschillen uitvochten. LU gebruikte de wethouder maandenlang als boksbal: Verhoef zou nodeloos paniek in de kunstsector zaaien omdat hij het maar steeds over 'bezuinigingen' had. Terwijl LU voorhield dat de bedragen die de instellingen moesten opbrengen niet meer dan een 'zoekrichting' inhielden. Mocht er bij cultuur nergens geld te besparen zijn, dan zouden de ombuigingen komen te vervallen. En dat gat in de begroting, dat moest de wethouder van Financiën dan maar op zien te lossen?

Maar het kwaad was al geschied: de kunstsector was in rep en roer. En: niet zonder reden. 'Een eerste onderzoek leerde dat zulke bedragen alleen haalbaar waren door op de programmering te schrappen', stelt Scholten. Verbijstering was er over het 'willekeurige karakter' van de zogeheten oud-voor-nieuw-operatie. 'Het lijkt veel kretologie, niets is onderbouwd of in samenspraak met de sector tot stand gekomen', zegt Jetta Ernst van De Paardenkathedraal.

Een nieuwe aanvaring tussen Verhoef en LU volgde. Aanleiding dit keer was de vacante directeursfunctie in Muziekcentrum Vredenburg. Door de directeursposten van Vredenburg en Stadsschouwburg te combineren dacht LU tonnen 'efficiencywinst' te kunnen boeken. Wat Leefbaar Utrecht niet wist, was dat voor Vredenburg al een sollicitatieprocedure liep. Henk Westbroek was ziedend. Hij beschuldigde Verhoef ervan dit 'moedwillig' voor de gemeenteraad te hebben verzwegen.

Vlak voor het zomerreces ging het mis. Met de koffers al gepakt lanceerde Verhoef zijn besparingsvoorstellen, te weten: verhoging van de entreeprijzen van musea en poppodia en verlaging van het budget (1,5 miljoen) van de Culturele Zondagen. Door aan de zondagen te tornen, meende Westbroek, tekende Verhoef zijn 'politieke doodvonnis'. Vanaf hun vakantieadres in Zuid-Frankrijk stuurden Westbroek en partijleider Broos Schnetz een e-mail naar Verhoef. In dit in Utrecht inmiddels beruchte 'Beste Kees-briefje' noemden ze Verhoefs plannen 'op een A4'tje in elkaar geflanst broddelwerk'. Coalitiegenoten CDA, PvdA en VVD waren hevig ontstemd. Temeer omdat de brief bij de pers lag, nog voordat zij er lucht van kregen.

Waanzin

Na de zomer volgde een rumoerig debat, waarin Westbroek nog maar eens zijn ongenoegen onderstreepte: Verhoefs voorstellen belanceerden 'op het randje van de waanzin'. 'In Utrecht heerst de terreur van het onfatsoen', vond oppositiepartij GroenLinks. Daags na het debat stapte Verhoef op, moe van 'het zinloos verbaal geweld' van coalitiegenoot LU.

In de raad waren de stemmen verdeeld. VVD-raadslid Danielle van den Broek: 'Verhoef miste feeling en visie.' PvdA-raadslid Kasper Driehuijs: 'Verhoef stond voor een onmogelijke opgave. En daar is hij op een smerige manier op afgerekend. LU zegt dat er absoluut niet bezuinigd mag worden op cultuur, maar loopt weg voor het feit dat er voor het nieuwe beleid twee miljoen nodig was.'

De kunstsector heeft de politieke 'soap' met lede ogen gevolgd. Schouwburgdirecteur Scholten: 'Utrecht dreigde de risée van cultureel Nederland te worden.' Intussen bleef een heldere langetermijnvisie uit; voor de structurele problemen op het gebied van accommodatie was nauwelijks aandacht.

In de brandbrief van 5 oktober klaagden meer dan veertig instellingen, waaronder Vredenburg, Centraal Museum en Stadsschouwburg, hun nood. Grote zorg is er over de toekomst van Vredenburg en Tivoli. Tivoli overschrijdt in het pand aan de Oudegracht al jaren de geluidsnorm. Formeel gezien zou Utrechts grootste popzaal per direct op slot moeten. Vredenburg is slachtoffer van de verloedering van winkelcentrum Hoog Catharijne. Een gezamenlijk nieuw onderkomen voor MCV en Tivoli in het stationsgebied moet uitkomst bieden. Maar sinds het Utrecht Centrum Project (UCP) door LU is afgeblazen, laat de nieuwbouw op zich wachten. Eerst moet de bevolking zich in mei 2002 nog uitspreken in een referendum over de twee opknapvarianten van het stationsgebied.

Ook de Stadsschouwburg zit in de knel. Vanwege de krap bemeten stoelen is schouwburgbezoek een ware martelgang. En een gezellig hapje of drankje is er wegens het ontbreken van een volwaardige horecavoorziening ook niet bij. Directeur Scholten vraagt zich af hoe lang hij zijn bezoekers nog tevreden kan stellen.

En zo heeft vrijwel elke instelling haar eigen verhaal. Voor een inspraakronde tijdens de laatste commissievergadering voor cultuur liep de sector massaal uit. Maar de insprekers waren nog niet klaar of de discussie beperkte zich weer tot boekhoudkundig gecijfer en tot het nut en de noodzaak van de Culturele Zondagen. Steeds meer krijgt de kunstwereld het gevoel te moeten bloeden voor deze 'tweewekelijkse braderie'.

Bluesroute

Inmiddels zijn er een paar Culturele Zondagen voorbijgegaan. De eerste viel samen met de Bluesroute, de tweede met de Uitmarkt en de derde met de Museumnacht. Wat de Zondagen precies inhouden, ontgaat de meeste Utrechters. Maar uit recent onderzoek van bureau Tangram bleek dat het publiek er blij mee is. De kunstwereld vraagt zich af: wat is er zo vernieuwend aan het omdopen van bestaande activiteiten? Zijn de zondagen een kwalitatieve versterking van het kunstaanbod of toch vooral leuke feestjes voor de burgerij?

Leefbaar Utrecht vindt de zondagen nog steeds een 'leuk, nieuw middel om cultuur onder de aandacht te brengen', aldus Rob Kok. 'Achteraf gezien zijn we misschien te snel van start gegaan, maar het heeft ook wel wat om niet eerst anderhalf jaar te ouwehoeren over de vraag of we linksaf dan wel rechtsaf willen.' Het is typerend voor de stijl van LU, zegt hij. 'Gewoon in het diepe springen en dan maar kijken of je kunt zwemmen.'

Als relatieve nieuwkomer in Utrecht valt Rob Bekenkamp, directeur van poppodium De Vloer, van de ene verbazing in de andere. Waar in zijn oude stad Rotterdam wordt nagedacht over zaken als economische spinoff van de kunstsector en de betekenis voor het vestigingsklimaat, treft hij in Utrecht louter 'aannames en sentimenten'.

Utrecht zit gevangen tussen provincialisme en internationale pretenties, meent hij. Typerend vindt hij de Utrechtse kandidaatstelling voor Culturele Hoofdstad van Europa in 2013 of 2018. 'Zulke plannen kosten minstens tachtig miljoen gulden, waarvan de gemeente zeker eenderde moet bijdragen. Ik betwijfel of Utrecht zich dat realiseert', aldus Bekenkamp.

Onzin, vindt Kok. Utrecht kan aan het idee van Culturele Hoofdstad juist een eigen invulling gegeven, gebaseerd op de kracht van Utrecht: kleinschaligheid en diversiteit. PvdA-raadslid Kasper Driehuijs: 'Om Culturele Hoofdstad te worden, zal Utrecht toch meer moeten bieden. Voor speeltenten in parken komt Europa niet naar Utrecht.'

De rust is enigszins teruggekeerd sinds wethouder Toon Gispen (Leefbaar Utrecht) zich ontfermt over de cultuurportefeuille. Maar volgens schouwburgdirecteur Scholten kijkt de kunstwereld nog steeds met argusogen naar de politiek: hoe gaat het geldprobleem opgelost worden? 'De koers is nog steeds niet duidelijk.'

Gispen heeft aangekondigd bij de komende Voorjaarsnota de brandende vragen in de kunstsector te beantwoorden. Eerst heeft hij andere dingen te doen, zoals de kunstbegroting door de raad loodsen. Een hels karwei, want een collegecrisis dreigt. Om een mogelijk gat op de begroting te dichten, willen PvdA en VVD het aantal Culturele Zondagen terugbrengen van 24 naar 12 per jaar. Leefbaar Utrecht heeft laten weten uit het college te stappen als PvdA en VVD hieraan vasthouden.

Ongewis

En dan is er nog een heel praktisch probleem. Toen Gispen aantrad, was de begrotingstekst al gedrukt. In de Nota van Aanbieding bij de kunstbegroting staan zinnen als: programma-onderdelen waarvoor de publieke belangstelling ongewis is, zullen 'heroverwogen' worden. Zinnen van de oude wethouder waarvan Gispen weliswaar mondeling afstand heeft gedaan, maar die in het veld paniek veroorzaken. 'Dat soort zinnen baart mij wel zorgen', zegt Matthieu Heinrichs, interimdirecteur van Vredenburg. 'Het betekent dat je avant-garde en vernieuwing uit je beleid schrapt.'

Scholten hoopt ook op 'amendementen en moties' tijdens de begrotingsbehandeling. Als de Stadsschouwburg moet bezuinigen, heeft dat zijn weerslag op het hele theatercircuit, aangezien de schouwburg de deuren openzet voor allerlei kleinere gezelschappen en hun voorstellingen ook financieel ondersteunt. Naast verschraling en leegloop vreest Scholten ook consequenties voor het sponsorklimaat. 'Als zelfs maar het beeld ontstaat dat er op de schouwburg wordt gekort, zijn de sponsors weg.'

Gispen krijgt vooralsnog het voordeel van de twijfel. Hij kweekte goodwill door te benadrukken dat de omstreden ombuigingen niet 'taakstellend' zijn. Sindsdien is het toverwoord niet 'bezuinigingen' maar 'meeropbrengsten'. Maar achter Gispens gestroomlijnde managersjargon gaan keiharde ingrepen schuil.

De Utrechtse poppodia zijn de eersten die aan den lijve ondervinden wat 'efficiency-winst' betekent. Vanwege exploitatietekorten bij De Vloer en Ekko heeft Gispen het plan opgevat beide zalen samen te voegen. Jazzpodium SJU en de popsectie van Theater Kikker worden mogelijk bij de fusie betrokken. Deze drastische voornemens hebben een hoop oud zeer losgemaakt. Westbroeks aanklacht tegen de poppodia was altijd dat zij zich schuldig maken aan 'gesubsidieerd bier tappen', waarmee andere uitgaansgelegenheden 'oneigenlijke concurrentie' werd aangedaan. Leefbaar Utrecht-raadslid Rob Kok: 'De gemeente vervult een ondersteunende rol, maar alles heeft een grens. Waarom zou de gemeente moeten bijspringen als het elitair en bovenstedelijk wordt?'

Deze visie op 'cultureel ondernemerschap' heeft alles te maken met de zakelijke beslommeringen van Westbroek en Broos Schnetz, meent Bekenkamp van De Vloer. Hun redenering: zij houden met hun café Stairway To Heaven toch ook de eigen broek op?

Nerveus

Leefbaar Utrecht heeft er genoeg van altijd maar weer als horeca-kliek te worden afgeschilderd. Rob Kok: 'Wij spreken op een andere manier over cultuur dan gebruikelijk, maar in het dagelijks leven hebben we het toch ook over kunstbobo's en subsidievreters. Ik zou daar niet nerveus van worden. Als je dat wel wordt, is er blijkbaar wat aan de hand.'

PvdA-raadslid Driehuijs vindt de leefbare kijk op cultureel ondernemerschap veel te beperkt. 'Sommige cultuuruitingen zullen nooit breed worden gewaardeerd, maar ook dat publiek moet bediend worden. Het kan toch niet de cultuurambitie zijn dat theaters en podia hun zaal voor congressen moeten verhuren en in de pauze zoveel mogelijk cola en cornetto's moeten verkopen.'

Bij alle onrust en zorg voor de toekomst van het Utrechtse kunstklimaat is het nieuwe cultuurbeleid in één opzicht geslaagd. Museumdirecteur Sjarel Ex: 'In de dertien jaar dat ik hier werk, zijn de culturele instellingen nog nooit zo solidair geweest.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden